De Javastraat in Amsterdam laat zien hoe het moet

Amsterdam

De Javastraat is de afgelopen jaren sterk veranderd. Maar niet doorgeslagen: het hipstertheecafé zit hier gewoon nog naast de oude groentezaak. En dat blijft ook zo: meer nieuwe horeca komt er niet. Een concept dat werkt.

Mustafa Cinar van Kapadokya en Suzan Schilders van Vishandel Volendam. „Ik ken Suzan al vanaf dat ze zo was”, zegt Mustafa Cinar en hij houdt z’n hand op een meter hoogte. Suzan Schilders nam zes jaar geleden met haar moeder de vishandel over van haar vader. Hij overleed. De zaak zit hier al meer dan veertig jaar. Cinar: „Kwaliteit eerste klasse.” Hijzelf zit hier met zijn zaak al bijna dertig jaar. Cinar gaat er weleens een haring eten, en andersom koopt Schilders brood bij Kapadokya. Ilvy Njiokiktjien

‘Als ergens het oude ideaal van de melting pot is gedoofd, dan wel hier in de authentieke, in theorie zo aantrekkelijke Javastraat”, schreef Vrij Nederland drie jaar geleden. De verschillende ondernemingen in de straat waren als „los zand”, aldus het opinieblad.

In een paar jaar is de Javastraat opnieuw flink veranderd. De toko’s, groentezaken en belwinkels worden nu afgewisseld door cafés met speciaalbieren en gin-tonics, een koffieboetiek, een oesterbar, een Italiaanse traiteur. Hoe gaat dat samen? Kennen de ondernemers elkaar? Of is het inderdaad los zand?

De Javastraat is de ‘ruggengraat’ van de Indische Buurt in Amsterdam-Oost. De straat loopt vanaf het viaduct bij de Pontanusstraat tot aan het Flevopark. Het is een andere straat dan bijvoorbeeld de Kinkerstraat, in Amsterdam-West. Over de Javastraat rijdt geen tram, het is er minder druk qua verkeer. „Het is een wijde, grootse straat”, zegt ondernemer Maichel Klick, die een hippe kapsalon heeft in de Javastraat. „Er hangt een fijne sfeer.”

Klick is niet de enige die dat vindt. In gesprekken met ondernemers wordt steeds het ‘diverse aanbod’ in de Javastraat geprezen. En de saamhorigheid, het ons-kent-ons-gevoel, de respectvolle omgang met elkaar. De verschillende nationaliteiten, culturen, concepten en generaties zorgen voor een goede mix, vinden de ondernemers unaniem. Hier niet „de eentonigheid” van de Kalverstraat of De Negen Straatjes.

Said Maachi zit al twintig jaar met zijn winkel XL Matrassen in de Javastraat in Oost. Sarah Reijnen kent hij sinds drie jaar, toen ze twee deuren verder café Walters opende; en onlangs, naast hem, ook Oesterbar The Walrus. Maachi en Reijnen begroeten elkaar elke ochtend, hij drinkt soms wat in haar café. De mix van oude en nieuwe ondernemers is kenmerkend voor de Javastraat – en ze zijn er blij mee. Ilvy Njiokiktjien

Matthias Aichner van La Fucina en Mustafa Kilic van Lale Kasabi. „Matthias, we gaan beroemd worden!”, roept Mustafa Kilic tegen zijn buurman. Kilic zit al 24 jaar met zijn groentewinkel in de Javastraat. Matthias Aichner heeft sinds drie jaar restaurant La Fucina. Verse groenten koopt hij bij zijn buurman. „En als ik bijzondere dingen maak, breng ik weleens iets naar Mustafa.” Aichner spreekt Engels met een Italiaans accent. „Mustafa leert mij een beetje Nederlands.”. Ilvy Njiokiktjien

Eline de Boer en Esther van der Vaart van Hartje Oost en Ozkan Bugdayci van Furkan Impex. Ozkan Bugdayci past vandaag op de winkel van zijn broer, die afwezig is. Furkan Impex zit al 15 jaar in de Javastraat. „Eerst een eindje verderop, sinds vier jaar hier.” Eline de Boer en Esther van der Vaart openden koffieboetiek Hartje Oost drie jaar geleden. Bugdayci vindt dat hij twee leuke buurvrouwen heeft, maar hij komt niet zo vaak bij Hartje Oost. “Het is niet dat ik geen koffie lust, maar als je zelf in de winkel staat, heb je gewoon weinig tijd.”. Ilvy Njiokiktjien

Meer menging als beleid

Volgens Thijs Reuten, bestuurder van stadsdeel Oost, is vijftien jaar geleden begonnen met beleid om meer menging te krijgen in de Javastraat. Woningcorporaties, de gemeente en andere eigenaren van panden en zaken werkten samen. Daarnaast veranderde het publiek in de Indische Buurt. „Voorheen woonden er veel allochtonen met niet zoveel inkomen”, zegt Mustafa Cinar van bakkerij Kapadokya, die al bijna dertig jaar in de Javastraat zit. „Nu zijn oude huizen opgeknapt en verkocht.” Er kwamen appartementen voor starters op de woningmarkt, maar ook studentencomplexen. De huizenprijzen stegen.

In 2012 werd in een Horecanota (pdf) besloten de Javastraat te bestempelen als ‘uitbreidingsgebied’. De gemeente bood daarmee meer ruimte voor horeca en een diverser winkelaanbod in plaats van de vele groentezaken en belwinkels. „We zijn op zoek gegaan naar goede ondernemers die zich ook inzetten voor het bredere belang van de straat”, legt Reuten uit. „Een aantrekkelijke winkelstraat is gebaat bij variatie.”

Een ondernemersvereniging kwam een tijd lang niet van de grond, tot in april dit jaar. Ondernemers spreken met elkaar over knelpunten en over hoe ze ‘hun’ straat op de kaart kunnen zetten. Reuten ziet de ontwikkeling van de Javastraat als een voorbeeld van wat je gezamenlijk kunt bereiken, niet alleen door „ergens geld tegenaan te gooien”, maar ook door betrokkenheid van ondernemers. „De kern is dat ondernemers en bewoners zich samen verantwoordelijk voelen voor de straat. Dat punt hebben we bereikt – nu moeten we het stabiliseren en uitbouwen.”

Hier is geen haat. Ik zeg zo vaak: laten we PVV’ers hier eens uitnodigen

Cuma Alkam van Mozaiek en Gaby Akkrum van Majesteit Taart. Gaby Akkrum heeft ruim twee jaar haar winkel Majesteit Taart aan het begin van de Javastraat. Ze zit in het bestuur van de ondernemersvereniging. Buurman Cuma Alkam werkt sinds een jaar in de winkel van een vriend, die hier nu drie jaar zit. In de jaren 90 had hij met zijn broers al eens een eigen winkel in de Javastraat. Akkrum komt soms taart bij hem brengen, vertelt Alkam. „En lekkere thee toen ik ziek was”, zegt hij. „Toen was ik meteen weer beter.”. Ilvy Njiokiktjien

Daniëlle Sous en Maichel Klick van Ashes to Snow en Nour Arbouchi van Nour Shop. Maichel Klick is een van de twee eigenaren van kapsalon Ashes to Snow. Daniëlle Sous „huurt een stoel” in de salon, zoals freelancen in de kapperswereld heet. Sinds drie jaar is de zaak in de Javastraat geopend. Ja, ze komen weleens bij buurman Nour Arbouchi, die hier al zeven jaar zijn winkel heeft. „Toen ik net verhuisd was, kocht ik pannen bij Nour. En die stoffer en blik heb ik ook”, wijst Klick. Ilvy Njiokiktjien

Sharrif Elwanni van Madame Jeanette en Ali van P&M Electronics. Al meer dan tien jaar zit Ali („voor- én achternaam”) met zijn witgoedwinkel in de Javastraat. Af en toe drinkt Ali koffie bij zijn buurman, Sharrif Elwanni. Elwanni is de eigenaar van het Surinaamse eettentje Madame Jeanette, dat hier nu twee jaar zit. Koopt hij weleens een wasmachine bij buurman Ali? „Nee, maar wel een blender.” Ze zijn goede buren, zeggen ze. „Wij doen niet ruziemaken.” Ilvy Njiokiktjien

Oude ondernemers

Het beleid van de gemeente in combinatie met de nieuwe buurtbewoners trok veel nieuwe cafés, restaurants en lunchrooms naar de Javastraat. Winkelier Nour Arbouchi is minder blij met die ontwikkeling. „Mensen komen hier om bier te drinken en dan zijn ze weer weg. Dat is niet mijn publiek.” Ook Mustafa Kilic van buurtsupermarkt Lale Kasabi merkt verandering. In de buurt wonen tegenwoordig veel jonge mensen, hoog opgeleid en met vaak creatieve beroepen: kunstenaars, filmmakers. Die hebben geld om buiten de deur te eten. Voor gezinnen met kinderen is het steeds vaker te duur om in de Indische Buurt een huis te kopen. En dat zijn juist zijn klanten: „mensen die hun keuken gebruiken”.

Krijgen de hipsters de overhand in de Javastraat? Niet als het aan de ondernemers ligt. „De oude ondernemers voelen zich weleens weggedrukt door de nieuwe. Maar wij willen juist dat die oudere blijven”, zegt Maichel Klick. In ieder geval zullen winkels niet meer plaatsmaken voor nieuwe cafés of restaurants. In het bestemmingsplan van de Javastraat in 2012 is een maximum opgenomen voor het aantal horecavergunningen. Dat is nu bereikt.

Wat betreft de ‘melting pot’ lijkt het in elk geval wel goed te zitten. Sarah Reijnen, eigenaresse van café Walters en oesterbar The Walrus: „De Javastraat is het beste voorbeeld van hoe een multiculturele samenleving kan werken.” Op tv en internet ziet ze hoe groepen mensen van verschillende achtergronden lijnrecht tegenover elkaar staan, maar in de Javastraat is daar geen sprake van. Mensen gaan juist in gesprek met elkaar, zegt ze. „Hier is geen haat. Ik zeg zo vaak: laten we PVV’ers hier eens uitnodigen.”

Mijn buurman is goed, hij heeft een mooie winkel

H.A. Qazi van Haq’s International en Erik Daalhuizen van Div. Meneer Qazi is de eigenaar van telefoonwinkel Haq’s International. Hij zit al 21 jaar op deze plek in de Javastraat. Hij komt weleens bij Div. om iets te kopen, zoals een jas. „Mijn buurman is goed, hij heeft een mooie winkel.” Erik Daalhuizen is niet de eigenaar van Div. , maar werkt fulltime in de winkel, die hier nu vijf jaar zit. Daalhuizen: „Als ik weer eens m’n telefoonoplader ben vergeten ga ik even bij mijn buurman langs.”Ilvy Njiokiktjien

H. Karakis van Saray en Nancy Collé van Café Pleinzicht. Nancy Collé zet net de terrasstoelen buiten van Café Pleinzicht, al twintig jaar zetelend aan het Javaplein. „Het is een lieverd”, zegt Collé over haar buurman, meneer Karakis, die hier ook alweer zo’n tien jaar zit. „Hij heeft een goede zaak, en goede döner.” Meneer Karakis is in zijn eentje aan het werk in de bloedhete keuken van eethuis Saray, hij moet direct weer verder. Ilvy Njiokiktjien

Harun Köylüoglu van Topkapi Juwelier en Tom Gallizia van Gallizia. Harun Köylüoglu is niet de eigenaar van Topkapi (20 jaar in de Javastraat), hij bewaakt de winkel vandaag. Een jaar terug kwam hij uit Turkije naar Nederland, hij spreekt nog nauwelijks Nederlands. Tom Gallizia van het restaurant en (sinds een jaar) de traiteur naast Topkapi, kent hem wel. Elkaar spreken gaat lastig, maar ze hebben zeker contact. Tot nu toe heeft hij niets gekocht bij zijn buren. „Ik ben niet zo van de juwelen.”Ilvy Njiokiktjien