Opinie

De ironie van Annabel Nanninga is sarcasme

Laat de Amsterdamse lijsttrekker voor Forum voor Democratie niet wegkomen met ‘alternatieve ironie’, schrijft .
Foto: iStock

Socioloog Merijn Oudenampsen noemt ‘ironie’ in het NRC-profiel van Annabel Nanninga „een glibberig begrip” (woensdag 25 oktober). Als we in het woordenboek kijken, blijkt dat wel mee te vallen: ‘iro·nie: bedekte spot, doordat je het tegenovergestelde zegt van wat je bedoelt’. Het woord is afgeleid van het Griekse eironeia, dat zoiets betekent als ‘het verbergen van de echte opvatting’ of ‘valse schijn’.

Natuurlijk gebruiken we het woord vaak breder, bijvoorbeeld als commentaar op een onbedoeld komische tegenstrijdigheid: ‘Oh ironie, de Partij voor de Eenheid is voor gescheiden zwemmen’. ‘Oh ironie, Britse overheid spelt ‘language’ fout in bericht over taaltest’. Maar ook in zulke gevallen wijst het begrip op ‘valse schijn’. De situatie is ironisch, omdat de Partij voor de Eenheid en de Britse overheid ontmaskerd worden; hun daden zijn in tegenspraak met hun pretenties.

Lees hier het profiel van Annabel Nanninga: Nanninga kwetst om een punt te maken.

Nanninga’s uitspraken over vluchtelingen en immigranten, voor wie zij allerlei scheldwoorden verzonnen heeft, zijn moeilijk ironisch te noemen: dat zou het geval zijn als ze in werkelijkheid het tegenovergestelde bedoelde. Als we Nanninga’s uitspraak „Hopen dat de ebola een beetje doorpakt” zouden moeten interpreteren als ‘Wanneer komt er eindelijk een oplossing voor deze gezondheidscrisis?’, zou er sprake zijn van ironie. Ik wil best geloven dat Nanninga niet echt miljoenen mensen een pijnlijke dood toewenst, maar laten we haar platvoerse drang om te shockeren niet tot ‘alternatieve vorm van ironie’ bombarderen. Het gevolg is namelijk, zoals Oudenampsen zelf stelt, dat iemand „nooit [kan] worden vastgepind op een uitspraak”. Het is immers ironie, dus wie zegt dat ik ook daadwerkelijk meen wat ik opschrijf?

Sarcasme komt van sarkazein, dat ‘de tanden ontbloten’ betekent

De stijl van Nanninga kun je, ervan uitgaande dat ze niet echt miljoenen mensen een pijnlijke dood toewenst, terecht ‘hyperbolisch’ (overdreven) noemen. Nanninga houdt van overdrijven. Oudenampsen plaatst Nanninga en GeenStijl daarom in een traditie van hyperbolische satire, met onder meer Gerard Reve en Propria Cures. Maar wat is er precies ironisch aan deze stijl? Een beroemde reviaanse zin („Ze moesten een brandende poppenwagen je kutwerk binnenrijden”) is duidelijk een komisch bedoelde overdrijving, maar de strekking is niet ‘het tegenovergestelde’ of ‘een andere boodschap verbergend’. Het is de gedachte van een personage dat zich ergert aan een vrouw; die ergernis uit zich in een overdreven en niet volledig serieus te nemen agressie.

Oudenampsen stelt dat „ironie bestaat bij de gratie van een zekere onbepaaldheid”, maar geeft daarmee veel te veel eer aan de puberale overdrijvers. Ze hebben geen diepere dubbele boodschap, ze overdrijven hun ene, tamelijk duidelijke boodschap en kiezen ervoor om daarbij alle fatsoensnormen te overschrijden, want dat trekt de aandacht. Er is dus hoogstens sprake van een graduele onbepaaldheid, waarbij de grens altijd ligt bij oproepen tot geweld: dát is natuurlijk allemaal ironie, zo goed kennen ze de wet bij GeenStijl heus wel. Oudenampsen typeert de traditie van onder anderen Reve en Nanninga als „het idee is dat je flirt met een positie die onacceptabel is in het publieke debat, terwijl het onduidelijk is welke positie je zelf inneemt”.

Maar is het echt zo vreselijk onduidelijk welke positie Nanninga zelf inneemt? Op The Post Online zijn talloze – weinig ironische – stukjes te lezen waarin haar standpunten duidelijk worden. Ze is nu lijsttrekker van Forum voor Democratie in Amsterdam, een partij met een programma, dus we mogen ervan uitgaan dat ze dat onderschrijft.

De zogenaamde ironici weten dat je met ‘ironie!’ en ‘humorloos!’ veel kritiek wegwuift. Laten we daar niet aan meedoen: Nanninga’s scheldwoorden zijn geen ironie, hoogstens overdrijving, en daarmee niet minder verwerpelijk. Zelf wil Nanninga het trouwens niet steeds hebben over de ‘toon’, maar juist over de inhoud. Oh ironie: haar aartsvijanden ter linkerzijde uiten vaak dezelfde klacht, dan heet het dat tone policing afleidt van de werkelijke discussie.

Over de toon van Nanninga gesproken: die zouden we veel beter kunnen omschrijven met een ander woord, ook afgeleid uit het Grieks: sarcasme (Van Dale: ‘bittere, bijtende spot’). Het komt van een werkwoord, sarkazein, dat ‘de tanden ontbloten’ betekent, maar soms ook ‘vlees uit elkaar scheuren zoals honden’.