Interview

De ecomodernist versus de sombere milieuactivist

Klimaatverandering Twee klimaatdeskundigen zijn het fundamenteel met elkaar oneens. Marco Visscher: ‘Het is naïef om te denken dat je er wel komt met zon, wind en energiebesparing.’ Hein-Anton van der Heijden: ‘U simplificeert de visie van milieuorganisaties.’

Schrijver en politicoloog Hein-Anton van der Heijden (1950, links) schreef 'Na het neoliberalisme' voor zijn pensionering aan de Universiteit van Amsterdam. In 2014 verscheen zijn 'Handbook of Political Citizenship and Social Movements', dat ook over (internationale) milieubewegingen ging. Freelancejournalist Marco Visscher (1976, rechts) introduceerde de term ‘ecomodernisme’ in Nederland. Hij is verantwoordelijk voor ‘Tegengeluid’, een nieuwsbrief ‘voor vrijdenkers’, en schrijft voor de Volkskrant, Trouw en Vrij Nederland.

Er zijn nauwelijks twee recente boeken te bedenken over klimaatverandering die meer van elkaar verschillen dan Ecomodernisme van Marco Visscher en Na het neoliberalisme van Hein-Anton van der Heijden.

Dit blijkt al meteen uit het omslag. Ecomodernisme toont de imposante, kleurige wolkenkrabbers van Hongkong die hoog oprijzen uit een bosrijke voorgrond, met de titel in fris-gele letters eroverheen. Na het neoliberalisme laat een verlaten industrieterrein in het schemerdonker zien, tegen een zware wolkenlucht. Een piepklein oranje rood kindermolentje op de voorgrond helpt niet echt om je op te vrolijken. Reden genoeg om de auteurs uit te nodigen voor een debat.

Ecomodernisten zijn volgens journalist Marco Visscher, die zijn boek schreef met zes anderen, pragmatische natuurbeschermers en vooruitgangsoptimisten, die pleiten voor „een rationele, effectieve aanpak van milieuproblemen en armoedebestrijding”. Weg met het adagium ‘leven in harmonie met de natuur’. Laat de natuur zo veel mogelijk zijn gang gaan en gebruik technologie om (milieu)problemen op te lossen. Klimaatverandering is een van die problemen, maar ook niet meer dan dat. Je moet de opwarming van de aarde wel serieus nemen, maar Visscher en de zijnen hebben er alle vertrouwen in dat het goed komt, zoals het eigenlijk altijd goed gekomen is met milieuproblemen.

Politicoloog Hein-Anton van der Heijden is een stuk somberder. Klimaatverandering is in zijn ogen hét mondiale probleem van dit moment, zo groot dat de hele maatschappij zal moeten veranderen om het op te lossen. Technologie kan daarbij een hulpmiddel zijn, maar niet meer dan dat. Van het bedrijfsleven verwacht Van der Heijden weinig. En de overheid is zo ver in de neoliberale fuik gelopen dat alles aan ‘de markt’ wordt overgelaten. Een van de belangrijkste boodschappen van het boek van Van der Heijden is: daarmee komen we er niet.

Van der Heijden verwacht veel van sociale bewegingen. Terwijl Visscher, zelf ooit activist, als ecomodernist niets moet hebben van de milieubeweging. Hij beschuldigt ‘de traditionele groene hoek’ ervan klimaatverandering neer te zetten als een groot probleem met een relatief eenvoudige oplossing.

Waar is dat op gebaseerd?

Visscher: „Ik heb het idee dat de milieubeweging te gemakkelijk denkt: ‘Oh, maar dan bouwen we toch gewoon meer windmolens of we zorgen dat er op alle daken zonnepanelen liggen’. Het is naïef om te denken dat je er wel komt met zon, wind en energiebesparing. Er worden wel stapjes gezet, maar de grote doorbraak op het gebied van opslag van energie ontbreekt.”

Van der Heijden: „U simplificeert de visie van milieuorganisaties. Zij beschouwen klimaatverandering ook als een sociaal probleem, dat je niet alleen met technologische middelen kunt oplossen. Of het nou Greenpeace is, of GroenLinks, ze zeggen allemaal dat er grote maatschappelijke veranderingen nodig zijn om de problemen op te lossen.”

Visscher: „Uw benadering zal ik niet gemakzuchtig noemen, eerder complex. U bepleit een ecologisch, kosmopolitisch burgerschap en gelooft in een herinrichting van de staat. Zo wordt het wel heel ingewikkeld. Verder wilt u klimaatbeleid vooral regelen via overheden. Maar u constateert ook dat dat tot nu toe onvoldoende lukt. En toch wilt u nog meer macht geven aan diezelfde overheden. Mijn conclusie zou zijn: als het niet lukt, doen we iets verkeerd. Dan moeten we op een andere manier gaan denken, meer gericht op aanpassing aan de klimaatverandering die ons te wachten staat en tegelijk investeren in technologische doorbraken.”

Wat verwacht u van de overheid?

Van der Heijden: „De overheid zou veel actiever kunnen ingrijpen in maatschappelijke ontwikkelingen die klimaatverandering veroorzaken. Bijvoorbeeld in de luchtvaart. De overheid – in dit geval de Europese, want de Nederlandse kan dat niet alleen – zou kunnen zeggen: vliegverkeer is een heel klimaatonvriendelijke vorm van transport, dat gaan we beperken. Vluchten binnen een straal van 1.500 kilometer worden verboden en tegelijkertijd wordt er versneld gewerkt aan het netwerk van hogesnelheidstreinen.”

Visscher: „Ik snap natuurlijk ook wel dat luchtvaart een belangrijke bron is van CO2-emissies, maar ik voel niet zo veel voor verbieden. De vraag is ook of ingrijpen altijd betekent dat je een rem moet zetten op allerlei verworvenheden die we met elkaar hebben opgebouwd. Beter kun je met investeringen in slimme technologie iets aan het probleem doen. Ik geloof oprecht dat er slimme mensen zullen opstaan die dat kunnen.”

Van der Heijden: „De overheid kan met wet- en regelgeving dingen sturen. Of door financiële prikkels. Sommige vormen van consumptie, zoals vlees eten, zou je met hogere belastingen kunnen ontmoedigen.”

Visscher: „Vlees is een mooi voorbeeld. Ik zie mogelijkheden voor vlees uit stamcellen, gekweekt in een laboratorium. Daarmee wordt het voor mensen die minder vlees willen eten gemakkelijker om die stap te zetten. Het biedt een alternatief dat qua smaak en textuur vergelijkbaar kan zijn. Zo redden we natuur door land te besparen. Dat is heel ecomodernistisch. Door te pleiten voor een belastingverhoging tref je vooral mensen aan de onderkant van de samenleving.”

Armoede blijkt zowel voor Van der Heijden als Visscher een gevoelig onderwerp.

Van der Heijden: „Klimaatverandering en mondiale rechtvaardigheid hebben met elkaar te maken. Klimaatverandering treft juist de armste delen van de wereld het hardst. Waarom? Dat heeft te maken met mondiale eigendomsverhoudingen. Zo bestaan er in Latijns-Amerika veel monoculturen, die boeren afhankelijk maken van grote bedrijven. Het kritiekloos omarmen van globalisering komt het toch al rijke Westen ten goede, maar in veel gevallen niet het arme Zuiden.”

Visscher: „Ons doel moet zijn om het lijden van mensen te verlichten. Armoede geeft heel veel lijden. Maar u heeft het in uw boek meer over ongelijkheid dan over armoede. Sterker nog, u zet armoede zelfs een keer tussen aanhalingstekens, alsof het een sociaal construct is, dat niet echt bestaat. Alsof wij met ons verderfelijke groei-denken het wagen om hen arm te noemen. Terwijl zij zo heerlijk in harmonie leven met de natuur.”

Van der Heijden: „U pleit voor onbeperkte groei, zonder te kijken wat die groei teweegbrengt. Onbeperkte groei leidt tot een onbeperkte CO2-uitstoot. Het concept van de jaren zeventig van selectieve groei verdient wat mij betreft opnieuw aandacht.”

Visscher: „Dat is helemaal niet nodig. Groei zorgt ook voor betere natuurbescherming, meer gelijkheid tussen de seksen, meer democratie, betere gezondheidszorg, beter onderwijs.”

Van der Heijden: „Het leidt volgens mij ook tot toenemende ongelijkheid.”

Visscher: „Ik kan niet begrijpen waarom mensen ongelijkheid een groter probleem vinden dan armoede.”

Van der Heijden: „Ze hangen met elkaar samen. De paar honderd rijkste mensen op de wereld bezitten meer dan de helft van het mondiale vermogen: dat is armoede.”

Als het niet mogelijk is om de hele wereld een westers consumptieniveau te bieden, moet de één dan niet een stap terug doen ten gunste van de ander? Is klimaatverandering niet in de eerste plaats een verdelingsvraagstuk?

Visscher: „Ik denk niet dat het een oplossing is dat wij de auto inleveren. Ik geloof niet in ‘grenzen aan de groei’. Dat is gebrek aan verbeeldingskracht. Er is in ons leven zo veel vooruitgang geboekt die we nooit konden bedenken.”

Ecomodernisten beschuldigen de milieubeweging van doemdenken. Tegelijkertijd beschrijven Visscher en de zijnen wat er volgens hen gebeurt als milieugroepen hun zin krijgen: ‘Dat leidt onherroepelijk tot economisch verval, tot meer hulpeloosheid en tot meer lijden’.

Is dat dan geen doemdenken?

Visscher: „Nee, absoluut niet. Bij veel milieugroepen zit dat doemdenken vooraan. Zij geloven dat het mensen kan inspireren en tot actie kan aanzetten. Ik betwijfel dat. Het ontbreken van een optimistisch, inspirerend verhaal vind ik een probleem. De groene beweging, en dat lees ik ook in het boek van Van der Heijden, denkt in termen van schaarste, van beperkingen en gebreken. Ecomodernisten denken juist in termen van overvloed, van mogelijkheden en kansen. Dat is een belangrijk verschil.”

Van der Heijden: „Grote maatschappelijke veranderingen worden bijna altijd van onderaf bevochten. Kijk naar de slavernij, het opheffen van de apartheid, gelijkheid voor mannen en vrouwen. Omdat ik klimaatverandering beschouw als het grootste mondiale probleem van dit moment, geloof ik niet dat de oplossing met wat plakken en knippen gevonden kan worden. De druk om verder te gaan dan alleen maar technologische oplossingen moet van onderaf komen.”

Terwijl volgens veel betrokkenen het bedrijfsleven een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het klimaatakkoord van Parijs, is Van der Heijden negatief over hun rol in de oplossing van het probleem. Waarom?

Van der Heijden: „Bedrijven zien heel goed dat klimaatverandering grote gevolgen heeft voor hun functioneren. Ook de grote fossiele bedrijven. Die hebben, simpel gezegd, geen toekomst meer. Zij pleiten in feite voor een gereguleerde terugtocht. Dat is het beste waar ze op kunnen hopen. De grootste vijf fossiele bedrijven plus vijfhonderd kleinere die van die bedrijven afhankelijk zijn, genereren ongeveer één derde van het mondiale bruto nationaal product. Het is ondenkbaar dat ze na de overgang naar een nieuwe economie nog steeds de vijf grootste bedrijven zijn. Ze passen niet in de circulaire economie van de toekomst, die regionaler en gedecentraliseerd georganiseerd zal zijn. De grote oliebedrijven hebben hun langste tijd gehad.”

Is het ecomodernisme volgens Van der Heijden ook zo’n beweging van onderop?

Van der Heijden: „In sociale bewegingen zijn er wel mensen die ideeën van het ecomodernisme overnemen. Het Wereld Natuur Fonds pleit bijvoorbeeld voor intensievere landbouw om zo ruimte te creëren voor natuur. Maar het ecomodernisme zelf zie ik als een sociale constructie van een aantal intellectuelen en politici, er zit volgens mij geen brede sociale beweging achter.”

Visscher: „Ach, je moet ergens beginnen. Wij proberen de milieubeweging te inspireren. We proberen een bredere beweging te worden. Het is meer dan eenmalig een boek schrijven en een paar praatjes houden en dat was het dan.”