Column

De detective in menigeen

Met gemengde gevoelens zat ik naar Jelle Brandt Corstius in De Wereld Draait Door te kijken. Zó gemengd dat ik het verscheurdheid zou willen noemen als het niet zo pathetisch klonk.

Wie zou niet met Jelle kunnen meevoelen? Hem is iets vreselijks overkomen, net als al die andere mannen en vooral vrouwen die slachtoffer zijn van seksueel misbruik. Ik twijfel niet aan zijn verhaal: hij lijkt me een integere man, niet iemand die opeens met een beschuldiging komt om aandacht te krijgen in de media. Aandacht krijgt hij toch wel.

Jelle heeft zijn motieven goed verwoord, eerst in Trouw, later in Het Parool en in DWDD. „Ik schrijf het om herhaling te voorkomen”, schreef hij in Trouw. „Waarom zou ik de enige zijn? Wie weet hoe vaak deze persoon nog eens iets in het drankje gooit van een kwetsbare jongeling. Ik wilde seksueel misbruik van mannen uit de taboesfeer halen. Ik wilde dat ook die slachtoffers de schaamte overwinnen en eindelijk ook hun verhaal doen. […] En ik schreef dit ook voor alle smeerlappen die nog steeds denken dat ze ermee wegkomen.”

Een behoefte aan wraak mag trouwens ook een beweegreden zijn geweest om zo’n verhaal te vertellen, want het moet een terugkerende kwelling zijn als iemand die je zó beschadigd heeft, een man van onbesproken gedrag kan blijven.

Een man? Ja, het is een man. Jelle heeft ook onthuld dat dit is gebeurd „in het prille begin” van zijn tv-carrière en in de omgeving van het programma waarvoor hij werkte. Méér wil hij niet zeggen, omdat de betrokkene met een proces wegens smaad heeft gedreigd. De man had inzage gekregen in het artikel. Nu begreep ik ook waarom Trouw-hoofdredacteur Cees van der Laan ietwat cryptisch tegen de Volkskrant had gezegd: „Uit zijn eerste versie was meer te herleiden over de dader. Om juridische en journalistieke redenen vroegen we hem het stuk te herschrijven.”

Van één kant was het beter geweest als Jelle zijn verkrachter bij naam had genoemd. Die had zich dan kunnen verweren, eventueel via een smaadproces. Nu krijgt de actie van Jelle een bedenkelijk neveneffect. Hij heeft immers genoeg onthuld om de privédetective in menigeen wakker te roepen.

Het is gemakkelijk na te gaan waar hij in het begin van zijn carrière heeft gewerkt (de redactie van Barend & Van Dorp) en wie daar werkten. Het gevolg is dat er vooral één naam gaat rondzingen op internet – misschien ten onrechte. Het zou zelfs iemand kunnen zijn die Jelle helemaal niet bedoeld heeft. Nergens wordt zó snel een schandpaal opgericht als op de sociale media.

Slachtoffer worden van seksueel misbruik is erg, maar er ten onrechte van beschuldigd worden is niet minder erg. Daar zijn genoeg schrijnende voorbeelden van. Ik noem de zaak van een politiechef op Schiermonnikoog, die in de jaren negentig door zijn dochter ten onrechte van incest werd beschuldigd. Daar hebben politie en justitie door een verkeerde aanpak een ramp aangericht in een gezin.

Als Jelle zijn beschuldiging vager had gehouden, zou er nu minder expliciet gespeculeerd kunnen worden. Daar staat tegenover dat hierdoor wel eerder bevestigende getuigenissen van andere slachtoffers kunnen loskomen.

Wat had zwaarder moeten wegen? Een duivels dilemma dat geen god kan oplossen.