Column

De broodbus

De stad uit (4)

Veel Amsterdammers denken er stiekem weleens over na: de stad uit, weg van de drukte. Journalist en radiomaker Petra Possel (54) deed het. Na 30 jaar Amsterdam verhuisde ze naar een klein dorpje in Friesland. In NRC brengt ze regelmatig verslag uit.

In het dorp is geen café en geen winkel. Wel een kerk. Of eigenlijk zijn het er twee, maar de Gereformeerde is door mensen uit de Randstad tot woning omgebouwd. Mensen uit de Randstad kopen kerken.

En er is een Broodbus. Drie keer per week komt de Broodbus langs, luid toeterend om de clientèle te verwittigen. Sinds ik in het dorp woon ben ik ook clientèle, dus zet de Broodbus-man zijn bus pal voor mijn deur zodat er geen verkeer meer kan passeren. Geen auto, geen fiets, zelfs de voetgangers moeten de buik inhouden om zich tussen de pui van mijn huis en de bus door te wringen. „Ze moeten maar even wachten”, zegt hij dan. Hij roffelt stevig op de voordeur totdat ik kom en wat uit de schappen haal. De Broodbus verkoopt brood, maar ook melk, eieren, kaas, chips, koeken en snoep. Ik koop meestal Friese kruidenkaas en Fries suikerbrood. Griene tsiis en sûkerbôle. Inburgeren heet dat, dat is belangrijk als je van de stad naar een dorp gaat. Kruidenkaas en suikerbrood zijn ook gewoon lekker.

Laatst had de Broodbus-man het opeens over „sociale cohesie”, dat vond ik niet leuk. Ik ben net een stad ontvlucht waar met subsidie buurtdiners worden georganiseerd om tot een alledaags gesprek met je buurman te komen. Niemand weet meer wie die buurman is, soms ligt ie drie maanden dood in huis zonder dat iemand het merkt. De buurt wordt overstemd door het geluid van rolkoffers van toeristen die grif geld betalen voor een nachtje hoofdstad. De stad barst uit haar voegen, er worden dikke rapporten over geschreven. Maar goed, ik slikte mijn ergernis weg en hoorde het verhaal van de Broodbus-man aan. De sociale cohesie betrof het dorpsfeest waarvoor ik ook ben uitgenodigd. Het dorp heeft een dorpsfeest, een disco, een rommelmarkt, een klaverjasclub, een bingo, nou ja, eigenlijk alles wat bij een dorp hoort. Het is belangrijk om je neus te laten zien, zodat de mensen weten dat ik er niet ben komen wonen om meteen weer weg te gaan. Dat ik er wil zijn. Dat ik er echt ben. En dat wil ik ook, er echt zijn. En niet vanwege de sociale cohesie of een dik rapport over de leegloop op het platteland.