Recensie

Bewondering druipt van de wanden op Prince-expositie

De tentoonstelling over Prince in de O2 in Londen is een gegarandeerde publiekstrekker. Een bewieroking van Prince de showman. Maar echt dicht bij zijn gedachtewereld kom je er helaas niet.

Foto Amanda Kuyper

De paarse trenchcoat met brede schoudervulling en studs plus de witte blouse met de rechtopstaande kraag en weelderige ruches behoeven nauwelijks introductie. Onmiskenbaar zie je popster Prince erin, ten tijde van Purple Rain in 1984, de filmsoundtrack die zijn grote doorbraak als muzikaal fenomeen betekende. De jas is een tikkie van kleur verschoten. Hooggehakte paspoppen van klein (Prince) formaat dragen in de expositieruimte van de O2 Arena in Londen nog meer mooie, veel felgekleurde, handgemaakte concertkostuums uit diverse tournees, van Purple Rain tot Graffiti Bridge, Lovesexy tot de 21 shows die Prince in 2007 achtereen gaf in dezelfde O2 Arena.

De vrijdag daar geopende expositie My Name is Prince is een bewieroking van de in vele opzichten opwindende showman: een virtuoze muzikant, gepassioneerd zanger, eindeloze componist en onvermoeibare danser. In een nachtclubsfeer met flitsende paarse lichten, video’s en muziek druipt de bewondering er van de zwarte en paarse wanden.

Stijlruimtes

Van zijn eerste vijf pop-, funk-, rockalbums zijn stijlruimtes ingericht met parafernalia. In vitrines staan gitaren: de Gibson L6-S gitaar waarmee hij zijn Amerikaanse televisiedebuut maakte in 1980. Een latere versie: met luipaardbont bekleed en lichtjes langs de randen. Tamboerijnen. Sieraden met het onuitspreekbare symbool dat een tijd zijn naam verving toen hij zich een slaaf van de muziekindustrie voelde. Zijn diamanten wandelstok uit 2015.

Wie, toch al wat aangeslagen rondlopend tussen zijn spullen – Prince is pas anderhalf jaar dood – dichtbij in de gedachtewereld van Prince hoopte te komen, krijgt echter het lid op de neus. My Name is Prince is een hagiografisch showoverzicht; een gegarandeerde publiekstrekker die zijn onsterfelijkheid eert. Eerdere museale retrospectieven van popartiesten als David Bowie (Victoria and Albert Museum, Groninger Museum), Antony and the Johnsons, Kraftwerk en Björk (alle in MoMA, New York) keken inhoudelijk veel verder.

De discografische rode draad vanaf zijn op zijn 19de totaal zelf ingespeelde debuut ‘For You’ in 1978, langs hits als ‘I wanna Be Your Lover’, ‘Controversy’ en ‘1999’, toont nauwelijks verdiepende lagen. De teksten in de hoofdtelefoons voor bezoekers en de herhalende feiten op kleine bordjes (hitnoteringen, verkoopcijfers, prijzen) zijn zonder meer indrukwekkend, maar niets toont Prince privé. Laat staan dat zijn onfortuinlijke dood wordt genoemd. Het meest persoonlijke zijn handgeschreven documenten, uitgeschreven scriptfragmenten uit Purple Rain. Van hem? Hopelijk wel.

Twintig procent van Paisley Park

Dat My Name is Prince sterk doet denken aan de expositie over Elvis Presley in 2014 in Londen op dezelfde plek is zeker niet toevallig. Graceland Holdings, beheerder van Elvis Presleys huis, runt sinds het overlijden van Prince immers ook het rap na zijn dood tot een museum omgevormde studiocomplex Paisley Park in Chanhassen. Werd in 2014 een stukje Graceland overgebracht naar de O2 in Londen, nu ligt de komende maanden zo’n twintig procent van Prince’ creatieve oase in Londen. ‘Hij zou het zo gewild hebben’, was de overtuiging van zijn zus Tyka Nelson en broers Omarr Baker and Alfred Jackson, namens de familie rechtstreeks betrokken bij deze expositie.

De commerciële motieven liggen er dik bovenop. Zeker wie de extra’s nog bekijkt van deze expo met vipkaarten (à 68 euro). Ze bieden in time-slots met een gids toegang tot een extra ‘backstage’-ruimte met flightcases om instrumenten in te vervoeren, nog uitgebreidere garderobekasten met een eindeloze verzameling haklaarsjes en allerlei fotomateriaal. Zachtjes voert het dan naar een ridicuul hoogtepunt, de ‘white glove artefact experience’. Dan mogen zowaar echte Prince-pronkstukken met witte handschoentjes worden aangeraakt.

Foto John Wagner
Foto John Wagner
Foto John Wagner
De Orange Cloud-gitaar die speciaal voor Prince gemaakt werd.
Foto John Wagner

Foto’s Amanda Kuyper en John Wagner.