Zonder dat je weet gebruik je zo veel gezegden uit de Bijbel

Taal Veel van de gezegden die we gebruiken, komen zonder dat we het beseffen uit de Bijbel. Friederike de Raat schreef een boek over de Farizeeërs, Babyloniërs en Samaritanen die nog altijd in onze spreektaal voorkomen.

De barmhartige Samaritaan, Meester van de Barmhartige Samaritaan (1537).

De muggenzifter zou zomaar een pareltje kunnen zijn uit het repertoire aan woorden en uitdrukkingen dat Kees van Kooten en Wim de Bie ons hebben nagelaten. Tussen de krasse knar, de regelneef, de positivo en mozes kriebel zou hij niet misstaan. Maar nee, de muggenzifter is een bijbelse vondst. In Matteüs 23 vers 24 zegt Jezus na een boze toespraak tot de Farizeeërs (orthodoxe schriftgeleerden), die wel belasting betalen, maar weinig normen en waarden hebben: ‘Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken.’ Hij verwijt de farizeeërs dus dat ze wel muggen uit hun drinken zeven (ziften), omdat ze volgens de joodse spijswetten geen bloed binnen mogen krijgen, maar dat ze rustig een hele kameel doorslikken. Oftewel: wel op details, maar niet op echt belangrijke dingen letten. Zo werd de muggenzifter geboren.

De Bijbel is vermoedelijk onze rijkste bron aan spreekwoorden en gezegden. Vaak zonder dat we het weten. Want wie denkt aan de Bijbel als hij spreekwoorden gebruikt als ‘Beter een goede buur dan een verre vriend’, ‘Wie een kuil graaf voor een ander valt er zelf in’ en ‘Waar het hart van vol is, loopt de mond van over’?

Het is niet verwonderlijk dat juist de Bijbel ons zoveel uitdrukkingen heeft geleverd. Vaak was de Bijbel het enige boek dat onze voorouders in huis hadden en er werd dagelijks uit gelezen. De inhoud werd beschouwd als het Woord van God, waaraan niemand twijfelde en wie dat wel deed, moest dat meestal met de dood bekopen. Zo bleef de Bijbel eeuwen en eeuwen de spirituele leidraad van christenen. De ‘normen en waarden’ die erin werden meegegeven, waren vaak verpakt in beeldende, aansprekende taal: ‘Oog om oog, tand om tand’, ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’, ‘Wie wind zaait, zal storm oogsten’. Makkelijk in het gehoor liggend en eenvoudig door te geven aan volgende generaties.

De Bijbel en de Kerk waren een geweldig podium voor al die spreekwoorden en uitdrukkingen om zich te verspreiden. Vergelijk ze eens met ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’: als de groenteman om de hoek dit spreekwoord had bedacht, was het nooit ingeburgerd, maar met Johan Cruijff als geestelijk vader wel. Immers, als Johan iets te melden had, stonden de media klaar om zijn woorden te verspreiden. Met de Bijbel was het niet anders: in de tijd dat mensen de inhoud van het boek keer op keer tot zich namen – thuis, op school en in de kerk – raakten bepaalde uitdrukkingen en woorden gemakkelijk ingeburgerd.

Verdwijnen die gezegden door de ontkerkelijking?

Maar hoe zit het dan met de ontkerkelijking? Zullen spreekwoorden en gezegden uit de Bijbel verdwijnen nu nog maar een beperkt deel van de bevolking de Bijbel leest, een christelijke school bezoekt of naar de kerk gaat? „De meeste spreekwoorden en gezegden die we aan de Bijbel hebben ontleend, zijn zo ingeburgerd dat ze de ontkerkelijking zullen overleven”, vermoedt Anne Jaap van den Berg, kerkhistoricus en bibliothecaris van het Nederlands Bijbelgenootschap. Hoe duidelijker de link met de Bijbel, aldus Van den Berg, hoe groter de kans dat een uitdrukking de tand des tijds niet doorstaat. „Hoe vaak hoor je nog ‘iemand de Levieten lezen’ en ‘zo oud als Methusalem’? Die worden eigenlijk alleen nog in christelijke kring gebruikt. En de ‘tale Kanaäns’ kom je nog wel tegen in christelijke dagbladen, maar verder nauwelijks meer.” Zelfs de uitdrukkingen ‘Naar de filistijnen’ en ‘de Filistijnen over u’ zullen het niet redden, vermoedt Van den Berg. „Want wie kent die verhalen over dat gewelddadige volk nog? Het is te specifiek bijbels.”

Dit tafereel verbeeldt het Bijbelverhaal van de Israëlitische Simson en de Filistijnse Delila. Delila verleidde Simson haar te vertellen dat zijn bovenmenselijke kracht in zijn lange haar school. Zonder zijn lange haren was hij net als iedere andere sterveling. Dit schilderij toont Simson slapend op Delila’s schoot. Zij gebaart tegen de naderende Filistijn met schaar dat hij stil moet zijn. Simson en Delila, togeschrevem aam Rembrandt van Rijn

Uitdrukkingen die een algemene waarheid bevatten en die zonder kennis van de Bijbel te begrijpen zijn, zullen het langst meegaan, zo vat taalkundige Nicoline van der Sijs de overlevingskans van bijbelse spreekwoorden en gezegden samen. „De uitdrukkingen die wij nu nog gebruiken, staan eigenlijk los van de Bijbel. Uitdrukkingen met een bijbelse naam – zoals de babylonische spraakverwarring, de barmhartige Samaritaan en het kruikje van de weduwe van Sarfat – lopen een groter risico, net als uitdrukkingen die woorden bevatten die niemand meer gebruikt, zoals ‘de schellen vallen hem van de ogen’. Al blijft het een beetje speculeren waarom de ene uitdrukking nog wel wordt gebruikt en de andere nauwelijks meer.”

Bijbelvertalers springen niet altijd zachtzinnig om met de taal van de Bijbel. Neem de Nieuwe Bijbelvertaling, uit 2004, de opvolger van de tekst uit 1951. Omwille van de leesbaarheid zijn heel wat vertrouwde woorden en uitdrukkingen gesneuveld. Zo is de kribbe vervangen door een voerbak. Wie hecht aan de kribbe moet het nu doen met het kerstlied ‘Komt allen tesamen’: O kind, ons geboren, liggend in de kribbe… Die nieuwe vertaling was even wennen voor hen die zijn opgegroeid met de oude: ‘ijdelheid’, het beroemde woord uit Prediker, is vervangen door ‘leegte’ en ‘in het zweet uws aanschijns’ is geworden: ‘zweten zul je voor je brood’. Sommige veranderingen in de nieuwste vertaling zijn moeilijk te volgen. Zo is de ‘aanfluiting’ veranderd in ‘een onderwerp van spot en ontzetting’. Een merkwaardige aanpassing, vind ik, in een tijd dat voetbalsupporters de aanfluiting nog volop in ere houden.

Het Nederlands Bijbelgenootschap gaf De Bijbel in Gewone Taal uit. Het kernverhaal zonder galmend bekken en trompetgeschal.

Ook de arme van geest (Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen) heeft het loodje gelegd: in de Nieuwe Bijbelvertaling worden zij aangeduid als ‘nederigen van hart’. Duidelijker natuurlijk, al is ‘nederigen van hart’ nou ook geen term die we dagelijks gebruiken. Misschien wordt het in een volgende vertaling wel gewoon ‘bescheiden mensen’. Toch mis ik ’m een klein beetje, die goeie ouwe ‘arme van geest’.

‘Tot hier en niet verder’, ook dat is bijbels

‘Tot hier en niet verder’ met die veranderingen in onze spreekwoorden en gezegden, zou je kunnen zeggen, om met het boek Job te spreken. Die woorden gebruikt God om aan Job te beschrijven hoe Hij de aarde inrichtte: ‘Ik legde [de zee] mijn grenzen op [..] en zei: tot hiertoe en niet verder, dit is de grens die ik je trotse golven stel.’ Opvallend is dat de regelneef van Van Kooten en De Bie exact hetzelfde zegt tegen de golven op het strand, die hij vertelt tot waar ze mogen rollen. ‘Tot hier en niet verder.’ Of het duo hierbij aan Job heeft gedacht, is niet duidelijk. ARP-fractieleider Willem Aantjes dacht wel degelijk aan de Bijbel toen hij op een partijcongres in 1975 sprak over de noodzaak van christelijke politiek. Hij parafraseerde op eigentijdse wijze de zeven zogeheten werken van barmhartigheid (christelijke plichten als hongerigen voeden, vreemdelingen huisvesten, gevangenen bezoeken etc.). Aantjes zei: ‘De hongerigen worden niet gevoed; zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. […] En als wij ons aan ons televisietoestel volzuigen met het vergif van de consumptiereclame, dan zit ons de verhoging van de alcoholaccijns meer dwars dan de ellende van de dorstigen in de wereld. [..] En wij vinden dat wij al heel wat doen – ik spreek over mezelf – als wij een kaart van Amnesty International als kerstgroet rondzenden in plaats van een zoete afbeelding van de herdertjes in Efratha’s velden. Geen plaats voor christelijke politiek? De wereld hunkert naar christelijke politiek!’ De toespraak is abusievelijk de geschiedenis ingegaan als de Bergrede van Aantjes, een foutje van het programma Brandpunt: Aantjes refereerde niet aan de Bergrede (Matteüs 5-7), maar aan Matteüs 25.

Friederike de Raat, Muggenzifters en Zondebokken, spreekwoorden en uitdrukkingen uit de Bijbel. Uitgeverij NieuwAmsterdam, €12,99