Strijd in schaduw van de grote twee

Veldrijden

Mathieu van der Poel en Wout van Aert blijven ongenaakbaar in de cross. De derde plaats is het maximaal haalbare voor de rest.. „Ik hoop op een gelukje.”

Wereldkampioen Wout van Aert wint superieur in Ardooie. Foto David Stockman/AFP

Het veldrijden wordt al twee seizoenen gedomineerd door twee jongemannen: de Belg Wout van Aert (23) en de Nederlander Mathieu van der Poel (22), die dit jaar zeer dominant is, met negen overwinningen uit elf starts. In de drie belangrijkste en meest lucratieve klassementen – de wereldbeker, de Bpost Bank Trofee en de Superprestige, 25 crossen – wonnen de twee kemphanen vorig seizoen 23 keer, twee keer ging een ander er met de winst vandoor: Lars van der Haar en Toon Aerts.

Dit jaar, een kwart onderweg, is het niet anders: alleen Van der Haar doorbrak de hegemonie van de twee eens, begin deze maand, en dat kwam vooral omdat het genoemde duo elkaar in de weg zat, de overwinning niet aan elkaar gunden.

De veldrijders van de tweede lijn, zeg maar gerust allen na Van der Poel en Van Aert, moeten hun slag slaan in de veldritten die het grote publiek ontgaan – de doordeweekse kersmiskoersen in België en Nederland. Als het dan wel om het grote geld en de eer gaat, moeten zij zich steevast tevreden stellen met een rol als figurant. Ver achter de schouders van Van der Poel is het strijden om de harten van de toeschouwers.

Hoe is het om elk weekend aan de start van zo’n grote veldrit te verschijnen in de wetenschap dat plek drie het hoogst haalbare is? Vijf van de ‘mindere goden’ vertellen.

Strijdbaar

Lars van der Haar (26), één keer winst dit jaar

„Voor mij is het belangrijk dat ik elke week een stapje dichterbij die twee kom, daar richt ik me vooral op. Op dit moment zie je vooral Mathieu [van der Poel] boven de rest uitsteken. Wat hij presteert is bijzonder. Hij heeft van iedereen in onze sport denk ik de meeste aanleg, zo simpel is het, hij heeft het totaalplaatje. Als ik van hem verlies is dat geen schande, ik word dan op waarde geklopt. Wout [van Aert] vind ik niet zo dominant als vorig jaar. Aan mij de taak om het gat met hem zo klein mogelijk te houden. Ik ga wekelijks voor het hoogst haalbare, of dat nu een tweede of een vijfde plek is. Lukt dat, dan ben ik tevreden. Dat heb ik in de loop der jaren wel geleerd.”

„Ik heb er eerlijk gezegd niet zoveel moeite mee dat er twee beter zijn dan ik. Natuurlijk hoop ik er telkens weer een mooie strijd van te maken, want van dat spelletje kan ik genieten. Maar het is zeker niet zo dat ik gedemotiveerd aan de start verschijn, ik haal juist motivatie uit wat zij doen. Er zijn de laatste jaren heel wat veldrijders gestopt omdat Mathieu en Wout de sport naar een hoger niveau hebben getild. Hoe mooi is het dan dat ik er nog altijd bij zit.”

Acceptatie

Quinten Hermans (22), één keer derde dit jaar

„Voor mij voelt het denk ik net even iets anders dan voor de rest van de jongens. Ik ben van dezelfde leeftijd als Mathieu, dus ik weet niet beter dan dat hij altijd wint. Bij de junioren ben ik denk ik in één seizoen twintig keer tweede geworden, achter Mathieu. In een gevecht van man tot man heb ik hem nog nooit verslagen, hoewel ik soms best in de buurt kwam, als ik me helemaal leeg reed. In het begin was ik jaloers: steeds maar weer Mathieu achtervolgen is frustrerend. Je vraagt je af: waar ligt dat aan? Maar op den duur ben ik gaan accepteren dat hij gewoon meer talent heeft, zo realistisch moet ik zijn. Bij mij zit de uitdaging nu juist daarin: kan ik hem vier ronden volgen, dan ben ik blijer dan bij twee ronden. En een podiumplaats voelt voor mij als winnen, vierde of vijfde worden is extreem goed.”

„Vorig jaar reed ik nog in de categorie onder 23 jaar, terwijl Mathieu al bij de elite fietste. Zo kon ik toch nu en dan winnen. Maar een veelwinnaar word ik nooit. Hoewel, ik weet: als Wout en Mathieu overstappen naar de weg, wordt het voor ons een stuk beter. Dan keert de spanning wel weer terug.”

Lees ook dit verhaal over Mathieu van der Poel na zijn winst in Koksijde: Hij is de alleenheerser van de cross, zelfs gehavend

Dankbaar

Toon Aerts (24), regerend Europees kampioen, vorig jaar winnaar GP Sven Nys

„Bij de junioren won ik niet veel, later bij de beloften zelfs niets. Ik leerde al vroeg blij te zijn met een podiumplaats. Bovendien kijk ik niet alleen naar de uitslag: het gaat mij om de manier waarop ik gekoerst heb, om het gevoel tijdens de race. Dat neem ik dan mee naar de volgende wedstrijd. Dat werkt beter dan ontevreden zijn. Natuurlijk doe je het allemaal om te winnen. Mij is dat nu twee keer gelukt: vorig jaar werd ik Europees kampioen en ik won de GP Sven Nys in Baal. Dat zijn twee onvergetelijke momenten die ik de rest van mijn leven bij me draag. Ik mocht een jaar lang in de witte trui rijden.”

„Bovendien word ik goed betaald, ik kan elke dag mijn hobby uitoefenen. En weet je: als Mathieu wint, gooit hij heel even zijn handen in de lucht en dat is dan dat. Als ik win is dat een moment van grote glorie. Voor Mathieu begint het de normaalste zaak te worden. Die leeft voor de kampioenschappen. Of ik mijn titel kan verdedigen? Mwah, ik denk dat Mathieu de grote favoriet is.”

Teleurgesteld

Kevin Pauwels (33), elf keer podium vorig jaar

„Sinds Wout en Mathieu echt zijn doorgebroken, vorig jaar zo’n beetje, is het niet gemakkelijk voor mij. Mijn laatste overwinning is van twee jaar geleden, in Oostmalle [een kleinere cross, waar Van der Poel en Van Aert wel aan meededen, red.]. In de beste jaren van Sven Nys was het beter dan nu, hem kon ik af en toe nog wel kloppen. Bij Van der Poel wordt dat heel lastig. Het is me wel eens gelukt hoor, maar dat was in de jaren dat hij eigenlijk nog belofterenner was. Wout en hij hebben het niveau van onze sport drastisch omhoog gebracht.”

„Inmiddels ben ik het wel gewend maximaal voor plaats drie te rijden. Als ik nu derde wordt, dan voelt dat eigenlijk als een overwinning. De truc is om minder hoge doelen te stellen, en om genoegen te nemen met een lager inkomen. Ik verdien nu op jaarbasis minder dan een ton [van Van der Poel is bekend dat hij rond de miljoen per jaar verdient, red.], dus ik mag nog steeds niet klagen. Maar duidelijk is dat ik het vroeger leuker vond dan nu. Je hebt het nodig om af en toe nog eens te winnen. Maar ja, zij zijn nu eenmaal beter dan ik.”

Hoopvol

Laurens Sweeck (23), twee keer tweede

„Dit seizoen ben ik goed begonnen, met een tweede plek in de wereldbeker van Iowa. Als ik in goede doen ben, weet ik dat ik kan meedoen voor een podiumplaats. Dat betekent ook dat ik altijd kans maak op een stapje hoger. Kijk naar de cross in Boom [twee weken geleden, Van Aert won, Van der Poel viel, Sweeck werd tweede]. Daar kon ik het Wout tot aan de finish lastig maken. Uiteindelijk verlies ik in een uur crossen maar tien seconden. Dat is niets. Mathieu, verreweg de beste op dit moment, maakte daar een foutje. Zoiets kan hem altijd overkomen en daarvan hoop ik dan te profiteren, ik hoop op een gelukje. Dat is het mooie aan onze sport: elke week kan er weer van alles gebeuren.”

„Dat er dan nu één flink bovenuit steekt is volgens mij niet zo raar; dat zie je toch in elke sport? Voor Mathieu was het Sven Nys die vijf jaar lang zowat alles won. En trouwens: elke week winnen is ook niet goed. Soms moet je even met je voeten terug op de grond worden gezet. Dan wordt je weer hongerig. Reken maar dat er elk weekend een peloton veldrijders met grote honger aan de start verschijnt.”