Recensie

Stranger Things 2: meer nostalgie, meer monsters

Netflix-serie Het nieuwe seizoen van de populaire scifi-serie drijft nog zwaarder op verwijzingen naar de jaren tachtig. Stranger Things 2 is vakkundig gemaakt, maar er begint iets te knagen.

Gaten Matarazzo, Winona Ryder, Sadie Sink en Noah Schnapp in 'Stranger Things 2' Netflix

Toen Stranger Things in de zomer van 2016 op Netflix verscheen, waren er weinig verwachtingen. De mysterieuze dramaserie van twee onbekende makers leek uit het niets te komen. Naast Winona Ryder bestond de cast uit relatief onbekende acteurs en jonge nieuwkomers. Maar met een uitgekiende mix van sci-fi, lichte horror en jaren tachtig-nostalgie maakten de tweelingbroers Matt en Ross Duffer een van de beste series van het jaar, tot verrassing van velen.

Dat ligt nu wel anders: de serie groeide uit tot een popcultureel fenomeen en Netflix is al maanden bezig met een promotiecampagne voor het tweede seizoen. Dat de eerste beelden naar buiten werden gebracht in een peperduur reclamespotje tijdens de Superbowl zegt genoeg: Stranger Things is een hele belangrijke serie geworden voor de streamingdienst.

Het eerste seizoen vertelde een sterk en compact verhaal: in het midwesterse plaatsje Hawkins, november 1983, gaat een groep kinderen op zoek naar een verdwenen vriendje Will (Noah Schnapp). Een van hen, Eleven, heeft telepathische gaven en een geheimzinnig verleden. Er is een monster, een duister laboratorium en een gruwelijke schaduwwereld. De serie zit vol verwijzingen naar het werk van schrijver Stephen King (It), regisseur Steven Spielberg (ET) en andere scifi en horror uit de jaren tachtig.

Stranger Things 2 begint een jaar later. Will is gered en de vriendenclub is compleet, op Eleven na. Zelfs de neurotische moeder Joyce Byers (Ryder) heeft rust gevonden met een brave nieuwe vriend, gespeeld door Sean Astin, bekend van The Goonies en Lord of The Rings. Lang rustig blijft het niet: Will krijgt visioenen van een apocalyptische wereld en een gigantisch monster met tentakels. Ondertussen weet niemand waar Eleven zit en doet sheriff Jim Hopper (David Harbour) onderzoek naar geheimzinnige dingen.

De Duffers weten goed wat aansloeg in het eerste seizoen en geven de kijker meer van hetzelfde, alleen op een grotere schaal. De succesformule wordt soms punt voor punt gevolgd. Er zijn meer monsters, meer dubieuze wetenschappers en meer hommages aan populaire films; een snufje Gremlins hier, een stukje Exorcist daar. De jongens lopen tijdens Halloween rond in de outfits uit Ghostbusters, wat een grappige discussie oplevert over het minst populaire personage uit die filmklassieker. Daar begint het ook te knagen. De nostalgie ligt er nog dikker bovenop.

De makers zijn zich deels bewust van de kritiek. In een meta-moment krijgt een van de nieuwe personages te horen wat er vorig jaar precies gebeurde in Hawkins. Ze gelooft het niet: „Ik vond je verhaal leuk. Ik wou alleen dat je een beetje meer originaliteit had.” Een knipoog naar critici die vinden dat het schrijversteam teveel leunt op het werk van anderen.

Maar Stranger Things is veel meer dan nostalgie alleen. Het blijft een vakkundig gemaakte serie waarbij nog steeds genoeg te genieten valt, vooral dankzij de cast. De guitige krullebol Dustin (Gaten Matarazzo) krijgt meer te doen en dat levert vermakelijke momenten op, vooral als hij een duo vormt met de oudere scholier Steve (Joe Keery), een voormalige pestkop.

Netflix

Het best gelukte nieuwe personage is het stoere meisje Max. Vooral grappig is de ongemakkelijke manier waarop de jonge pubers op haar reageren – sommige worden verliefd, anderen willen haar juist niet in de groep. De kinderen in de cast mogen weer lekker schelden. Dat maakt ze iets realistischer dan de meeste kinderen in tv en film: de ‘shits’ en ‘sons of a bitches’ zijn niet van de lucht.

Eleven is er dus ook nog, gescheiden van de rest. Actrice Millie Bobby Brown was een essentieel deel van het vorige seizoen en leverde daar een indrukwekkende acteerprestatie af. Brown blijft goed spelen, maar het scenario laat haar in de steek. Er schort wel meer aan de plot. De noodzaak van het verhaal ontbreekt, vooral in de eerste helft van het seizoen. En hoewel er een grote zak geld beschikbaar was om meer te doen op het gebied van computereffecten – naar verluidt acht miljoen dollar per aflevering – heeft niet alles de gewenste impact.

Als geheel stelt het toch een beetje teleur, hoeveel lol er ook te beleven valt in de losse scènes. In de laatste afleveringen wordt de spanning wel effectief opgevoerd. De gebroeders Duffer gaan nog minstens twee seizoenen door met Stranger Things. Hopelijk komen ze volgend jaar terug met nieuwe ideeën.