Recensie

Robbedoes in Rotterdam

Hanco Kolk

In de stripreeks Robbedoes door... worden tekenaars en scenaristen uitgenodigd een eigen draai te geven aan de avonturen rond de iconische piccolo. Hanco Kolk is de eerste Nederlander.

Cover van Hanco Kolks stripverhaal over de iconische piccolo Robbedoes: Tulpen uit Istanboel.

Hanco Kolk is de eerste Nederlander die is gevraagd een stripverhaal van Robbedoes te maken. Tijdens het tekenen van Tulpen uit Istanboel bestudeerde hij stripklassiekers. „Robbedoes is de vaandeldrager van de Franco-Belgische strip. Om daarmee aan de slag te mogen is geweldig.”

Sinds 2006 bestaat de reeks Robbedoes door... waarin tekenaars en scenaristen worden uitgenodigd een eigen draai te geven aan de avonturen rond de iconische piccolo. Kolk is de eerste die alles zelf doet: de tekeningen én het verhaal. Op stripfestival Cross Comix in Rotterdam presenteerde hij het album.

„De uitgever wilde graag dat het avontuur in Nederland zou spelen, bijvoorbeeld in Amsterdam met de grachten. Leuk idee, dacht ik, maar we doen het wel in Rotterdam. Daar woon ik. De jaren zestig vind ik wat betreft design een interessante tijd. Niet onlogisch als je ziet dat Franquin ook een voorliefde voor die periode had. Dat zie je aan zijn Tarbot 2, de geweldige auto van Robbedoes en Kwabbernoot waarmee ik het verhaal in volle vaart laat beginnen.”

Met Rotterdam en de jaren zestig ging Kolk aan de slag. „De eerste fase is googelen en lezen. Ik kwam uit bij de bouw van de Euromast ter gelegenheid van de Floriade van 1960. Ik vond een aantal Polygoon filmpjes uit dat jaar waarin melding werd gemaakt over een koetstocht. Daar heb ik het verhaal aan opgehangen.”

Witte plekken

In 1560 bracht de Vlaamse diplomaat Van Busbeke de eerste tulpenbol per postkoets naar Holland. Zijn reis voerde van Istanboel naar Rotterdam. Vierhonderd jaar later werd die rit nog eens overgedaan, in aanloop naar de opening van de Floriade.

„Zo’n historisch gegeven wordt interessanter als niet het hele verhaal van A tot Z bekend is. René Goscinny, scenarist van onder meer Asterix en Lucky Luke, ging in zijn voorbereiding altijd op zoek naar witte plekken; delen van het verhaal die naar eigen inzicht ingevuld kunnen worden. Zo deed ik dat met Gilles de Geus ook. Die witte plekken verschaffen je de vrijheid om te vertellen. Je kunt er je grappen in kwijt, en toch blijf je in grote lijnen accuraat.”

Anderhalf jaar werkte Kolk aan het album, naast zijn dagelijkse krantenstrip S1ngle en de graphic novel De man van nu, die hij tussendoor samen met Kim Duchateau maakte. Om zich de karakters eigen te maken, bestudeerde hij nauwgezet het werk van zijn illustere voorgangers, met name dat van André Franquin, de geestelijk vader van Guust Flater. „Voor mij is Franquin de ultieme stripmaker, omdat hij met zijn talent niet tussen het verhaal en de lezer gaat staan. Hij is gedienstig; geen tekenaars-tekenaar die vooral laat zien wat hij kan. Ik moet echt moeite doen om me uit een verhaal van hem los te trekken. Nog steeds. Dat is wat een stripmaker goed maakt.”

Er was een tijd dat Kolk niets had met de klassieke avonturenstrip. „In mijn jonge jaren vertegenwoordigde ik de undergound van de jaren tachtig, met grimmige en cynische strips.” Het was tekenaar Yves Chaland die deuren opende. Chaland was een van de grondleggers van De klare Lijn: een genre dat zich laat omschrijven als gestileerd, strak en futuristisch, en qua uitstraling sterk leunt op de jaren vijftig. Chalands nooit vertaalde album Captivant dat Klok onder ogen kreeg sloeg in als een bom. „De korte verhalen waren gebaseerd op allerlei Belgische klassiekers en ik wist meteen: dat is de manier van tekenen. Zo vertel je een verhaal. Ik kwam er achter dat ik altijd statements had getekend. Vanaf toen ben ik klassieke tekenaars als Tillieux en Peyo echt gaan bestuderen, gestuurd door Chaland met wie ik bevriend raakte.”

Tulpen uit Istanboel wijkt op een punt sterk af van de andere Robbedoes-verhalen: de slapstick. Kolk schreef eigenlijk een voortdurende gagstrip. Voor het maximale effect maakte hij Robbedoes en Kwabbernoot minder heldhaftig, op het dommige af. In het verhaal liggen de beide karakters dicht bij elkaar. Verfrissend, oordeelt Kolk: „Vaak was Robbedoes de slimmere van de twee, de Tom Poes, en dat maakte hem een beetje saai. Door mijn aanpak kan het verhaal sneller ontsporen.” Dat blijkt meteen als Robbedoes het aanstaande avontuur samenvat: „Dwars door Europa in een postkoets met een voortvluchtige Russische geleerde en een minimale kans van slagen? Waar wachten we nog op?!”

Kolk haast zich te zeggen dat het verhaal niet oppervlakkig is. „Het heeft een degelijke, satirische laag. De reis laat de oude Europese situatie zien, met grensovergangen en het ijzeren gordijn. Het gaat ook over vluchtelingen en de Koude Oorlog. Ik ben een echte Europeaan, we hebben de afgelopen decennia veel bereikt, veel bewegingsvrijheid gewonnen. Dat zit eronder, maar ik hoef de lezer niet te zeggen: dit is de boodschap, mensen. Mijn vak is hier om een leuke strip te maken.”