‘Psychiaters te bang bij euthanasie’

Commissie Psychiatrie

Psychiaters krijgen vanuit eigen kring kritiek op hoe ze omgaan met euthanasieverzoeken.

Foto iStock

Psychiaters kampen met „handelingsverlegenheid” als een patiënt met een euthanasieverzoek bij hen aanklopt, waardoor zij te makkelijk doorverwijzen naar een andere arts. Dit is een „onwenselijke situatie”, schrijft een commissie die voor de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) nieuwe richtlijnen opstelt over de omgang met euthanasieverzoeken. De commissie vindt dat psychiaters zelf een verzoek van hun patiënten moeten onderzoeken en uitvoeren als voldaan is aan de zorgvuldigheidseisen.

Het pleidooi is opmerkelijk. Niet eerder werd psychiaters vanuit eigen kring te verstaan gegeven dat ze zelf verantwoordelijkheid moeten nemen bij een euthanasieverzoek. Dat terwijl euthanasie bij psychiatrische patiënten zeer gevoelig ligt: het kan voor psychiaters heel lastig te beoordelen zijn of een patiënt een duurzame doodswens heeft, of dat die wens tijdelijk is en voortkomt uit de onderliggende psychische stoornis.

Mensen die willen sterven op een zelfgekozen moment en zonder arts, gaan wereldwijd op zoek naar een dodelijk middel. NRC volgt hun spoor, van een woonboot in Noord-Holland tot in Peru.

Felle kritiek

Psychiaters vinden het nu zó moeilijk om met een verzoek om te gaan, dat ze patiënten vaak doorsturen naar de Levenseindekliniek. Die kliniek, bestaande uit door het land reizende teams van arts en verpleegkundige, beoordeelt euthanasieverzoeken van patiënten die bij hun eigen arts niet terecht kunnen. De Levenseindekliniek heeft felle kritiek op het doorsturen van psychische patiënten. Steven Pleiter, bestuurder van de Levenseindekliniek, noemt het bespreken van euthanasie in de psychiatrie „een taboe”, en vindt het „verwerpelijk” dat psychiaters euthanasieverzoeken niet zelf behandelen.

Het is volgens de Levenseindekliniek beter als de behandelend psychiater onderzoekt of euthanasie een optie is. Bij de Levenseindekliniek werken zes psychiaters, maar dat zijn er te weinig. Psychiatrische patiënten moeten regelmatig maanden wachten voor hun verzoek inhoudelijk wordt bekeken. Pleiter: „In toenemende mate onttrekken psychiaters zich aan hun plicht om een euthanasieverzoek van hun patiënt serieus te nemen.”

De commissie vindt dit ook. In een brief aan de Tweede Kamer, die maandag over euthanasie praat, schrijft psychiater en commissievoorzitter Cecile Gijsbers van Wijk het „vanuit moreel oogpunt niet gepast” te vinden „dat patiënten met psychiatrische aandoeningen onvoldoende gehoor vinden voor hun verzoek bij hun vaste behandelend arts, met wie zij veelal een lang bestaande behandelrelatie hebben”.

Weloverwogen

Paulan Stärcke, psychiater en lid van de NVvP-richtlijncommissie, zegt in een toelichting dat het open staan voor euthanasieverzoeken voor psychiaters zou moeten behoren tot „onderdeel van de goede behandeling”. Een verzoek serieus nemen, zegt Stärcke, kan er ook toe leiden dat psychiater en patiënt samen tot de conclusie komen dat er nog behandelingen mogelijk zijn. Maar als de conclusie is dat de doodswens duurzaam, vrijwillig en weloverwogen is, dan zou een psychiater de euthanasie zelf moeten durven uitvoeren. „Het is niet fatsoenlijk om dan te zeggen: voor de dood moet u maar een ander zoeken.”

Uit de derde evaluatie van de euthanasiewet bleek dit jaar dat psychiaters steeds meer weerstand voelen bij een euthanasieverzoek. Ruim 60 procent van de ondervraagde psychiaters noemde het ‘ondenkbaar’ ooit aan euthanasie mee te werken. Toen er in 1995 naar werd gevraagd, de wet bestond nog niet, was dat tien procent minder.

Euthanasie bij psychiatrische patiënten komt wel vaker voor. Volgens het meest recente jaarverslag van de toetsingscommissies euthanasie, van 2016, kregen in dat jaar 60 psychiatrische patiënten euthanasie, tegen nul officiële gevallen in 2009.