Na Franse avances is Refresco terug op bekend terrein

Overname

Bottelaar Refresco wordt overgenomen door investeerders uit Frankrijk en Canada. De beursgang was kort maar lucratief.

Exterieur van de fabriek van Refresco in Bodegraven. Foto BAS CZERWINSKI/ANP

„We zullen niet stilzitten.” Dat beloofde Refresco-topman Hans Roelofs vlak voordat het bedrijf naar de Amsterdamse beurs ging, op 27 maart 2015. De Rotterdamse producent van sappen en frisdranken zou volgens Roelofs een ‘groeiaandeel’ worden. Want ook als beursgenoteerd bedrijf wilde Refresco overnames blijven doen, zoals het de jaren daarvoor ook veelvuldig had gedaan, juist omdat de frisdrankmarkt nog nauwelijks groeit.

Stil zat Refresco niet, maar aandelen heeft het straks ook niet meer: na slechts 2,5 jaar verdwijnt de bottelaar alweer van de beurs. Woensdag maakte Refresco (4.465 werknemers, 2,1 miljard euro omzet in 2016) bekend akkoord te zijn met een overname door de Franse investeringsmaatschappij PAI, sinds 2016 eigenaar van Roompot Vakanties, en de Canadese pensioenbelegger bcIMC. De twee partijen betalen 20 euro per aandeel, wat neerkomt op ruim 1,6 miljard euro voor het hele bedrijf.

Beleggers hoeven niet ontevreden te zijn over Refresco. Het bedrijf dat zowel huis- als A-merken produceert en daarnaast eigenaar is van kinderlimonade Wicky, werd op de beurs geïntroduceerd voor 14,50 euro per aandeel. Woensdag eindigde het op 19,79, dicht tegen het bod van 20 euro aan. In 2,5 jaar werd het aandeel Refresco dus ruim 5 euro meer waard. Maar die waardestijging blijkt toch vooral toe te rekenen aan de avances van PAI.

PAI, dat ook vóór de beursgang al interesse in Refresco had getoond, klopte net iets meer dan twee jaar na de beursgang, in april 2016, opnieuw bij de bottelaar aan. Het aandeel Refresco was op dat moment 14,60 waard, 10 cent meer dan de introductiekoers.

PAI’s ongevraagde bod van 1,4 miljard euro werd door Refresco resoluut afgewezen, maar de koers profiteerde: zo nu en dan steeg die tot boven de 18 euro, en hij zakte nooit meer onder de 15 euro. Een tweede en derde, finale bod – allebei uitgebracht in oktober dit jaar – stuwden de prijs verder op.

Groeien kan weer

Nu Refresco verkocht is, is het terug op bekend terrein: ook vóór de beursgang was de bottelaar jarenlang in handen van private equity.

Het Britse investeringsfonds 3i en het IJslandse fonds Stodir brachten Refresco naar de beurs en bezitten nog respectievelijk bijna 5 en bijna 12 procent van de aandelen. Refresco-topman Roelofs heeft zelf overigens ook een flink aandelenpakket in bezit, dat nu ruim 14 miljoen euro waard is.

Wat zijn de plannen voor Refresco na de verkoop? Roelofs herhaalde woensdag tegen journalisten min of meer wat hij ook al bij de beursgang zei: groeien. Dat heeft Refresco altijd gedaan. In 2000 bottelde het bedrijf 800 miljoen liter frisdrank en sap, nu zo’n 12 miljard. Maar juist door een zeer grote overname eerder dit jaar stonden die groeiplannen vóór de verkoop even op een wat lager pitje.

In juli kocht Refresco de Noord-Amerikaanse branchegenoot Cott voor 1,25 miljard dollar (1,1 miljard euro). Die overname werd volledig gefinancierd met schulden die Refresco onder meer wilde ondervangen door op den duur voor 200 miljoen aan nieuwe aandelen uit te geven. Roelofs zei toen dat de bottelaar voorlopig even geen geld meer had voor grote overnames. Maar nu PAI en bcIMC ook Refresco’s schuld overnemen, kan de bottelaar zelf weer aan overnames gaan denken.