Column

In ‘De toekomstbouwers’ strijdt frisdrankrobot Sam tegen de plantlamp

Zap

In twee afleveringen van deze designwedstrijd hoor je meer interessante dingen dan in een hele normale tv-week bij elkaar.

Ontwerper Arvid Jense, interviewer Wilfried de Jong en frisdrankrobot Sam in 'De toekomstbouwers'.

Stel het je maar eens voor, een stem die je via je koptelefoon aanwijzingen geeft over hoe je moet omgaan met de persoon tegenover je in de trein: „Probeer maar eens oogcontact te maken. En kijk weg. Kijk naar zijn schoenen, of naar haar schoenen. Naar zijn handen. Naar zijn haar. Wat voor kleur haar heeft diegene eigenlijk? Kun je de kleur ogen van diegene ontmoeten? Wat voor kleur is het? Blauw? Bruin? Groen? Kijk maar weer naar buiten.”

Het lijkt mij afschuwelijk. Zowel om de opdrachten uit te voeren als om tegenover iemand te zitten die probeert de kleur van mijn ogen te determineren. Aan de andere kant: ik vind het óók belachelijk om te zien hoe hele treinstellen zich opsluiten in de wereld van hun smartphone, alsof ze zich niet in de nabijheid van tientallen andere mensen bevinden.

Mensen contact laten leggen, dat is de gedachte achter de podcast Luisterruit waar ontwerpster Manon van Hoeckel (1990) woensdagavond over vertelde in De toekomstbouwers, het programma waarmee de VPRO de Dutch Design Week begeleidt. Design heeft hier nog maar weinig met materialen, kleuren of vormen van doen: Van Hoeckel beschouwt het gesprek dat mensen door Luisterruit voeren als het eindproduct.

Bij de vier designers die de afgelopen twee dagen werden geportretteerd en door Wilfried de Jong werden geïnterviewd, gaat het om de binnenkant van de dingen, om hun betekenis: de grens met wat kunstenaars, filosofen of uitvinders doen is nog onmogelijk te trekken. Het resultaat is dat ik in twee afleveringen van De toekomstbouwers meer interessante dingen heb gehoord dan in een hele normale tv-week bij elkaar.

Zo moet God het bedoeld hebben, pardon, moet het intelligent design het uitgetekend hebben toen het de publieke omroep schiep: intelligent, onderhoudend, scherp en inspirerend. De toekomstbouwers is trouwens ook een wedstrijd waarin steeds een van de twee ontwerpers naar de finale mag, die zaterdag wordt uitgezonden en waar de uiteindelijke winnaar tienduizend euro krijgt. Net als bij andere talentenshows was ik het overigens ook hier met alle jurybeslissingen oneens.

De nummers van mensen die dood zijn

We zagen de presentatie van de frisdrankrobot Sam die zijn eigen ingrediënten bestelt, betalingen incasseert, twitterrecensies verwerkt en zijn recept aanpast. Ontwerper Arvid Jense (1988) vertelde dat Sam nu nog een schuld heeft bij zijn ontwerpers, maar als hij die heeft afbetaald, je niet meer kunt zeggen wie de eigenaar van Sam is. En heeft de robot dan rechten? Wat dan weer de vraag opwierp of Jense niet een slaaf had ontworpen.

Een dag eerder toonde Ermi van Oers (1991) een lamp die werkt op de afvalstoffen die een plant afgeeft. Zo konden we hardop dromen van een bos dat werkt als electriciteitscentrale voor een stad. „Alle energiesystemen in de natuur zijn circulair”, betoogde Van Oers, „Alleen de mens bouwt steeds lineaire systemen.”

Zij deelde de dinsdaguitzending met Frank Kolkman (1989), die een apparaat maakte dat bij de gebruiker een outer body experience moest veroorzaken. De achterliggende gedachte is dat mensen die een bijna-doodervaring hebben gehad, vaak minder bang zijn voor de dood. Zo ging het naar doodsangst en religie, wat Wilfried de Jong verleidde tot de schitterende observatievraag: „Heb jij ook de nummers van mensen die dood zijn nog in je telefoon?”

Misschien is dat gewoon de vraag die we moeten stellen aan degene die morgen tegenover ons in de trein zit.