Recensie

In de slaapkamers van Egypte

De Belgische fotograaf Bieke Depoorter wist toegang te krijgen tot Egyptische slaapkamers. Op straat vroeg ze Egyptenaren om hun commentaar op haar beelden.

Egyptenaren schreven hun commentaar op de foto’s van Bieke Depoorter. Foto Bieke Depoorter/Magnum Photos.

‘Ik denk dat je maar beter helemaal opnieuw begint met het boek. Neem foto’s die iets duidelijk maken en iets zeggen over de Egyptische beschaving.” Het is een van de teksten die we lezen in het fotoboek van de Belgische Bieke Depoorter (1986), waarin ze aan willekeurige Egyptenaren vroeg of ze iets wilden schrijven op foto’s die zij in hun land had gemaakt. Depoorter, sinds 2016 een van de jongste leden van fotoagentschap Magnum, reisde sinds 2011 meerdere malen naar Egypte. Daar vroeg ze, zoals ze dat eerder deed in Rusland en de Verenigde Staten, aan mensen op straat of ze een nachtje bij hen mocht blijven slapen en in de avond een foto van hen mocht maken. Geen makkelijke opgave in een land dat wantrouwend staat tegenover buitenlanders en waar vooral vrouwen hun privéleven liever afschermen. Lastig ook omdat Depoorter de taal niet spreekt en ze na de eerste kennismaking – waarbij ze werd geholpen door haar Arabisch sprekende gids, de Belgische journalist Ruth Vandewalle – in haar eentje bij de families achterbleef. Mumkin sura? Die woorden kende ze. Mag ik een foto nemen?

De beelden die ze maakte in de intimiteit van de avond en de nacht, op het moment net voordat mensen gaan slapen, leveren sprookjesachtige taferelen op van vaak gesluierde moeders en hun kinderen (op slechts een paar foto’s staat een man). Zo is er een feestelijk beeld van een meisje dat vanuit haar bonte bed verrukt kijkt naar een duif die per ongeluk de kamer binnenvliegt, zien we moeders die hun kinderen liefdevol toedekken of die in gewijd avondlicht een laatste gebed bidden. Depoorter creëerde zo met een spel van licht en donker schilderachtige beelden. In de tentoonstelling As it May Be wordt dat schilderachtige nog eens benadrukt door een aantal grote foto’s in een lichtbak te exposeren, waardoor de intense kleuren van het scherm spatten.

Naast tien grote prints zijn in vitrines alle originele pagina’s te zien van de dummy van As it May Be waarop de Arabisch teksten werden geschreven. Dat levert op zich al een spannend grafisch beeld op: die witte en zwarte letters op al die bonte kleuren. In de Nederlandse vertalingen lezen we dat er kritiek is op haar fotografie (‘Deze foto is onduidelijk’) alsook kritiek op de politiek van het land (‘Het is gevaarlijk de straat op te gaan en je rechten op te eisen’), over de religie (‘Je mag deze foto niet publiceren; in de islam mag je geen naaktheid tonen’) en de positie van de vrouw.

Depoorter is niet de eerste fotograaf die een extra laag in haar werk aanbrengt door het toevoegen van tekst. De Amerikaan Duane Michals duwde al tegen de grenzen van de fotografie door naast zijn foto’s zaken te noteren die niet zichtbaar waren in het beeld. Magnum-fotograaf Jim Goldberg vroeg de geportretteerden commentaar te geven op hun eigen foto’s. Die nieuwe dimensie leidt het oog van de kijker, doet hem nieuwe dingen zien en andere verbanden leggen. En maakt tegelijkertijd duidelijk hoe beperkt een foto eigenlijk is als informatiedrager.

Door terug te gaan naar Egypte voegt Depoorter niet alleen meer informatie toe, maar maakt ze ook de serie minder afstandelijk en haar betrokkenheid groter. Al blijft ze, met alle goede bedoelingen, voor de meesten nog steeds een buitenstaander: ‘Het leven op die foto heb je niet geleefd.’