Recensie

Het sociale verkeer haarscherp ontleed

Alan Hollinghurst

In De Sparsholt-affaire is de mens speelbal van de vergankelijkheid. De Britse schrijver excelleert in precieze beschrijvingen van onuitgesproken gevoelens.

Illustratie Paul van der Steen

In zijn nieuwe roman, De Sparsholt-affaire, volgt Alan Hollinghurst een stramien dat hij inmiddels helemaal tot het zijne heeft gemaakt: een groep door en door Engelse personages, de meesten homoseksueel, wordt decennialang gevolgd in een reeks minutieuze momentopnames. Grote gebeurtenissen vinden meestal tussen de afzonderlijke episodes plaats; de lezer moet vaak zelf verbanden zoeken en gissen naar de ware toedracht. De mensen bij Hollinghurst gaan veelal onbewust hun Engelse gang, ze eten en drinken, ze jagen elkaar na, kleppen er lustig op los, leven en sterven. Met kleine veelzeggende details kleurt de schrijver hun sociale wereld in, het tijdvak waarin ze zich bevinden.

Zoiets kan snel een maniertje worden, maar hij Hollinghurst (1954) is het de uitdrukking van diepgevoelde preoccupaties. Net als in zijn vorige, prachtige roman Kind van een vreemde (2011) gaat het ook in De Sparsholt-affaire over de mens als onbewuste of onwillige speelbal van de vergankelijkheid.

Door zijn episode-aanpak laat hij, met nu eens komisch, dan weer tragisch effect zien, hoe alle dingen steeds weer in een ander licht komen te staan, en ook mensen voortdurend veranderen, hoe herinneringen verdraaid worden en vervagen. En hoe na het intense moment tussen twee mensen onherroepelijk het grote vergeten inzet. Mensen herschrijven voortdurend hun eigen geschiedenis; wat op het moment zelf grote indruk maakt, wordt later domweg vergeten of weggeduwd.

In de maatschappij is het niet anders. Modes veranderen, wat de ene generatie in zijn greep houdt, zegt de volgende weinig tot niets. Ook moraal is een constructie: de affaire uit de titel van de roman verwijst naar een homoseksueel seksschandaal uit 1966, waarbij een van de personages, de knappe, voormalige luchtmachtofficier David Sparsholt betrokken is – een jaar later werd homoseksualiteit uit het Engelse wetboek van strafrecht gehaald en zou Sparsholt helemaal niet naar de gevangenis zijn gestuurd en zou zijn leven er compleet anders hebben uitgezien.

Obsessieve passie

De kunst, die zoals in al het werk van Hollinghurst ook in De Sparsholt-affaire dominant – schilderijen, prenten, beeldhouwwerken, boeken – aanwezig is, is een menselijke poging om het leven te bewaren en vereeuwigen; maar ook de meeste kunst blijkt bij uitstek een kwestie van vergankelijke smaak.

De Sparsholt-affaire opent met een memoir van de typische Engelse schrijver en kunstcriticus Freddie Green, die terugkijkt op zijn studententijd in Oxford in de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog. Green, zelf zo’n beetje hetero, beschrijft de obsessieve passie van Evert Dax, zoon van de dan gevierde ‘moeilijke’ schrijver A.V. Dax, voor de jonge, mooie amuzische David Sparsholt. Bij dat begin is Hollinghurst op zijn broeierige best, in een stijl die zich meer dan bewust is van voorgangers als E.M. Forster en de Evelyn Waugh van Brideshead Revisited, zonder een nostalgische imitatie te worden.

De obsessie van Evert met David mondt uit in een nacht vol seks – dat is tenminste wat Evert aan zijn vertrouweling Freddie Green vertelt, en zo komt het in de memoir terecht. Na een sprong in de tijd is het perspectief vooral dat van Davids zoon Johnny, eerst als jongetje tijdens een broeierige vakantie in Cornwall, die de aanloop vormt tot het latere seksschandaal, dat niet beschreven wordt. Weer later zien we Johnny als hulpje in een Londense kunsthandel, wanneer hij ook zijn eerste, verwarrende ervaringen heeft in de homoscene van de vroege jaren zeventig. Daar komt hij ook Evert, de vroege bewonderaar van zijn vader tegen.

De latere delen volgen de bedachtzame Johnny als gewild portretschilder, gelukkig met zijn partner en zijn dochtertje Lucy (hij is donor voor een lesbisch stel geweest). Aan het eind is hij een relatief jonge weduwnaar die niet veel vat heeft op de wereld om hem heen; er is een komische scène met een jonge minnaar voor één nacht, die geheel in de ban is van zijn smartphone en Grindr-dates: ‘Het had er alle schijn van dat voor Michael tien vogels in de lucht belangrijker waren dan één in de hand: de magie van potentiële seks was sterker dan de fysieke daad, hier in de salon met het gouden plafond. „Ik voel me aangetrokken tot oudere mannen”, zei Michael, turend naar het schermpje van zijn telefoon. „O, mooi zo…”, zei Johnny, die weer ging zitten en zich afvroeg of hij misschien niet oud genoeg was.’

Grootste stilist

Hollinghurst geldt als de grootste stilist van de hedendaagse Engelse literatuur en dat bewijst deze roman opnieuw. Hij excelleert in de korte, precieze beschrijving van indrukken en stemmingswisselingen in het sociale verkeer tussen zijn personages, de onuitgesproken gevoelens en verlangens waar ook het leven van alledag vol van is, zodat minieme gebeurtenissen een monumentaal gewicht kunnen krijgen. Ook is hij meesterlijk in het beschrijven van de schakeringen van half-verborgen betekenissen in wat mensen tegen elkaar zeggen.

In De Sparsholt-affaire lukt het hem niet dat overal spannend te houden. Er zijn nogal wat scènes, vooral in het middendeel van de roman, die te lang doorkabbelen, zonder de suggestie dat er iets wezenlijks op het spel staat. Op zulke momenten komt de schrijver gevaarlijk in de buurt bij het eindeloze getut van sommige van zijn personages, dat hij in andere delen juist zo haarscherp weet te observeren. Daardoor haalt de roman uiteindelijk het hoge niveau van Kind van een vreemde niet. Dat is jammer, want tegen het einde wint De Sparsholt-affaire weer aan kracht, in de scènes waarin de oudere Johnny rondhobbelt in een wereld die de zijne niet meer is.

Hollinghurst wordt vanwege zijn precieze stijl en haarscherpe ontledingen van sociaal verkeer veelal als een directe erfgenaam van Henry James gezien, maar de invloed van Proust lijkt me minstens zo groot. Hollinghurst heeft een nietsontziend oog voor de absurditeit van menselijke pretentie en zelfbedrog in een wereld waarin alles gedoemd is te verdwijnen, en tegelijk kun je zijn romans lezen als pogingen – wellicht tegen beter weten in – om juist in dat onophoudelijk zoeken naar iets wat het tijdelijke overstijgt, in de kunst, in de seks of in de liefde, iets essentieel menselijks te laten zien – en juist dat vluchtige zoeken te vereeuwigen. In De Sparsholt-affaire slaagt hij daar opnieuw in.