Cultuur

Interview

Interview

Foto Otto Snoek/Hollandse Hoogte

‘De gewone man moet je niet per se zijn zin geven’

Jos Palm

Hij is niet weg te denken uit het publieke debat: de gewone man. Maar wie is dat? Historicus Jos Palm zocht het uit. ‘De gewone man kan ook niet-boos zijn.’

Daar was hij weer, bij de presentatie van het regeerakkoord van Rutte III: de gewone man. Of, in de woorden van Rutte zelf: „De gewone, normale Nederlander”. Wie die Nederlandse average Joe precies is, werd niet echt duidelijk. Ging het om inkomen, culturele achtergrond, of allebei? In de Verenigde Staten kreeg de gewone man een gezicht in ‘Joe the Plumber’, de man die presidentskandidaat Obama in 2008 met zijn ‘gewoonheid’ confronteerde. Al bleek deze gewone loodgieter achteraf helemaal niet zo gewoon, en bovendien ook geen gediplomeerde loodgieter.

Om helderheid te verschaffen schreef historicus Jos Palm het onlangs verschenen boek De Gewone Man, waarin hij de lange geschiedenis beschrijft van gewone, eenvoudige mannen. Want wie de geschiedenis van de gewone man kent, snapt het onbehagen en de onvrede van de gewone man van vandaag, volgens Palm.

Wie is de gewone man?

„In mijn boek gaat het in de eerste plaats om een sociale categorie. De gewone man is in de geschiedenis het afvalputje geweest, hij knapte het vuile werk op, soms iets minder vuil werk en soms helemaal geen werk omdat er geen werk was. Hij is de eeuwige schlemiel die zich soms opwerkt en ogenschijnlijk buiten die schlemielpositie komt. We hebben daar in de recente geschiedenis verschillende herkenbare types voor. Archie Bunker [uit de serie All in the family, red.] is er één, de ontevreden boze man die vanuit zijn huiskamer de wereld becommentarieert, met zijn vrouw als enige toehoorder. Dat is de gewone man op z’n gelukkigst: ontevreden, maar met het gevoel dat hij ertoe doet.

Jos Palm. Foto Tessa Posthuma de Boer

„Een ander type is Franz Biberkopf uit de roman Berlin Alexanderplatz van Alfred Döblin uit 1929. Een eenvoudige man, een voormalige fabrieksarbeider die net uit de gevangenis komt en zich heeft voorgenomen om wat van zijn leven te maken. Maar het is eind jaren twintig in Duitsland en alles mislukt. Franz wordt het archetype van de boze, rancuneuze man die zich gepakt voelt en zich laat gebruiken door de nazi’s. Díe gewone man is nu weer veel te zien op sociale media.

„En type drie zou ik mijn eigen vader willen noemen, een simpele loodgieter uit een klein dorpje in de Achterhoek. Hij was katholiek, een trouw KVP-stemmer en leefde in het vertrouwen dat de aardse ongelijkheid straks in de hemel zou worden opgeheven. En dat maakt hem tot een burger die een zekere welwillendheid had tegenover andere burgers en tegenover de samenleving. De gewone man kan dus ook niet-boos zijn.”

De gewone man is weer de halfmens geworden die hij eeuwenlang was, schreef u onlangs in een essay in Trouw: „We moeten zijn verloren eer herstellen.” Wat bedoelt u daarmee?

„De gewone man heeft, net als iedereen, behoefte aan erkenning. Een keerpunt in de geschiedenis van de gewone man was dan ook de negentiende eeuw, toen de paternalistische liberale heren iets wilden betekenen voor de arbeider, die onder zware armoede en erbarmelijke werkomstandigheden leed. De elite keek neer op de arbeidersklasse, zeker, maar tegelijkertijd begon er, ook onder druk van de socialisten, een besef te ontstaan dat je de werkmens, de gewone man, moet beschermen, rechten moet geven, en dat je zorgen die je over hem hebt moet vertalen in politiek en cultureel beleid. Uiteindelijk lag die houding ten grondslag aan de verzorgingsstaat in de vorige eeuw. Dat besef is weggeëbd, ik zie geen elite meer die verantwoordelijkheid neemt voor de gewone man.

„Let wel: erkenning betekent niet de gewone man zijn zin geven. Dat is namelijk geen erkennen maar verwennen. Erkenning betekent ook hem serieus nemen als denkende persoon, die verantwoordelijkheid draagt voor de samenleving.”

Zelfbedrog is het mooiste wat er op aarde bestaat

Is de gewone man misschien te veeleisend geworden?

„Ik weet niet of de gewone man veeleisend is, maar hij voelt zich vaak tekort gedaan door wat hij om zich heen ziet – dat de nieuwkomer voorrang zou krijgen bijvoorbeeld.

„Waar het om zou moeten gaan is het eerlijk verdelen van kennis, inkomen en macht. Daarom was mijn vader zo gecharmeerd van Den Uyl [PvdA-leider, premier van 1973 tot 1977 red.], omdat hij niet alleen schonk, maar ook wat durfde te vragen van mensen, waardoor die zich serieus genomen voelden. Bij huidige politici lijkt dat volledig te ontbreken.”

U was toen u studeerde met een kleine groep medestudenten kaderlid van de Socialistiese Partij. Alles draaide om de gewone man, al was er in jullie kring helemaal geen gewone man te bekennen.

„Zelfbedrog is het mooiste wat er op aarde bestaat. We waren bijna allemaal kinderen uit christelijke gezinnen die geen god meer hadden. Dat was een pijnlijk proces geweest voor mij en veel kameraden. God verdween, maar we hadden behoefte aan een plaatsvervangende godheid. Dat werd de arbeider, de man die volgens Marx via de klassenstrijd de hemel op aarde zou brengen.”

Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat de gewone man in het boek vooral de westerse man is.

„Ik heb gekozen voor de westerse geschiedenis omdat het nou eenmaal mijn geschiedenis is en waarschijnlijk ook van de meeste lezers van het boek. Maar er is nog een reden, namelijk dat die westerse geschiedenis, met alle gebreken die er zijn, de enige is tot op heden waarin de emancipatie van de gewone man zo goed mogelijk is gerealiseerd. Dat in tegenstelling tot de feodale samenlevingen, of die nou communistisch feodaal zijn of kapitalistisch Aziatisch, waar de gewone man nog altijd niet meer is dan een gebruiksvoorwerp. Het westerse emancipatiemodel is het eerste waarin de gewone man als mens erkend wordt, als volwaardig onderdeel van de samenleving. En dat is wat mij betreft een voorbeeld voor de wereld.”

Geldt dat ook voor de migrant, de nieuwkomer die zich in het Westen heeft gevestigd?

„Natuurlijk! En dat is wat ik bij de ‘gewonemanpartij’ de SP mis. Ze zwijgen over de vluchtelingenproblematiek, houden zich in ieder geval opvallend stil, uit angst om de gewone witte man-kiezer van zich te vervreemden, en laten daarmee een kans liggen aan wat opvoeding te doen. Juist van een politicus als Jan Marijnissen had ik gehoopt dat hij boven de kleinheid van zijn eigen partij uit zou groeien en een beroep zou doen op ‘zijn’ gewone mensen om zich ruimhartig en niet angstig op te stellen tegenover nieuwkomers.”

Waar is de gewone vrouw gebleven?

„De geschiedenis is helaas zo onrechtvaardig dat bij de grote gebeurtenissen vooral mannen waren betrokken. Mannen voerden oorlog, mannen gingen op ontdekkingsreis, mannen schreven beleid. De bronnen gaan ook bijna alleen maar over mannen.

„Dat betekent niet dat vrouwen geen rol van betekenis speelden. Dat laat ik ook een aantal keren zien in mijn boek, bijvoorbeeld bij de deelname van vrouwen aan de Parijse commune in 1871. Daar waar de vrouwen naar voren treden, geef ik hen alle eer.”