Column

Anoniem

Nieuwe Revu maakte van de discussie over seksueel misbruik een gezelschapsspel. „Wie is de Nederlandse Harvey Weinstein?”, vroeg het blad zich op de cover van het jongste nummer af. Ik bladeren.

Ik stuitte op een journalistiek novum: anonieme bronnen die anonieme personen beschuldigen. In het artikel werden twee personen met naam opgevoerd (regisseur Tim Oliehoek en Marc van Bree van Kemna Casting) maar die hadden ook niet opgevoerd hoeven te worden omdat ze niets met „de zaak” te maken hebben. Bleven de anonieme bronnen over.

De beef: „een A-naam uit de acteerwereld” en „een tweede bron” beschuldigen „een castingdirecteur van wie iedereen in Hilversum weet wie het is” van „vreemde castings in een kamer waar niemand anders bij aanwezig is”; „een acteur die we voor dit artikel spraken” zegt dat „een populaire zanger” zijn gezicht heeft gelikt en Nieuwe Revu stond ernaast toen „een kandidaat aan een van de vele talentenjachten” vunzige sms’jes ontving van dezelfde „populaire zanger” waarin werd verzocht om een „neuk-, pijp- en trekdate”. „Een bekende musicalster” ten slotte liet in een reactie weten zelf geen ervaring te hebben met oneerbare voorstellen voor een rol, maar wel op de hoogte te zijn.

Het was compleet cult geweest, en misschien voor zijn carrière als onderzoeksjournalist ook wel beter, als de auteur van het stuk ook een pseudoniem had gebruikt, maar dat was niet zo.

Het was écht cult geweest als de journalist zelf ook een pseudonomiem had gebruikt

In het Mediaforum op Radio 1 zetten Ward Wijndelts (Vrij Nederland) en Andries Knevel (EO) hoofdredacteur Jonathan van Ursem van Nieuwe Revu voor het vuurpeletonnetje.

‘Waarom is er geen hoor en wederhoor toegepast?” Nou, daar hadden ze het op de redactie wel over gehad, maar het was toch niet nodig geacht omdat iedereen anoniem was opgevoerd, zei Jonathan met Arnhemse logica.

Ik had ondertussen nog steeds geen idee over wie dit allemaal ging, maar gelukkig bleek Andries Knevel een kenner van het Gooise matras. De neiging om de naam van „de man die iedereen in Hilversum kent” in de microfoon te roepen was groot, maar die onderdrukte hij heel professioneel omdat hij vond dat er eerst wederhoor moest worden toegepast.

Misschien dat de „A-naam uit de acteerwereld”, „een tweede bron”, „een bekende musicalster”, „een acteur die we voor dit artikel spraken” en „een kandidaat van een van de vele talentenjachten” eens met elkaar moeten afspreken om gezamenlijk met een beschuldiging naar buiten te komen. Tot dan is het misschien beter om Hilversum te mijden, en als je er vanwege je ambities toch moet zijn: kijk uit voor een castingdirecteur van wie iedereen weet wie het is. En voor populaire zangers natuurlijk, want dat zijn de ergste, dat weet ook iedereen.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz