Column

Zijn de Nederlanders dan niet goed genoeg?

De opvolgers van drie Nederlandse topmanagers die onlangs hun vertrek aankondigden, komen uit andere Europese landen. Zijn er geen geschikte Nederlandse topmanagers voor deze banen?

Europa komt naar je toe deze weken. Achter elkaar krijgen managers uit andere Europese landen de beste baan die grote Nederlandse ondernemingen te vergeven hebben. De Italiaan Maximo Ibarra is over een half jaar de nieuwe eerste man van KPN. Een paar dagen eerder had maritiem dienstverlener Fugro, bekend van de zoektocht naar de verdwenen vlucht MH370, de Noor Øystein Løseth als nieuwe bestuursvoorzitter aangekondigd.

En begin september bevestigden aandeelhouders van verf- en chemieconcern AkzoNobel de benoeming van de Belg Thierry Vanlancker als de nieuwe eerste man.

Alle drie nieuwkomers zijn de opvolgers van Nederlandse topmanagers. Eelco Blok, een veteraan bij KPN. Paul van Riel bij Fugro, dat zich een bijna-vijandige overname door baggerbedrijf Boskalis van het lijf wist te houden. En Ton Büchner, die in de snelkookpansfeer bij AkzoNobel (afgewezen buitenlandse overname, rebellerende grote beleggers) om medische redenen terugtrad.

Je vraagt je onwillekeurig toch af: zijn er geen geschikte Nederlandse topmanagers voor deze banen? Maar ook: waar blijven de vragen van de Tweede Kamerleden die het vaderland doorgaans een warm hart toedragen?

Buitenlandse managers zijn natuurlijk niks nieuws aan de top van Nederlandse ondernemingen. De langst zittende bestuursvoorzitter van een bedrijf uit de toonaangevende beursgraadmeter AEX is Nancy McKinstry van uitgever Wolters Kluwer. Ze is Amerikaanse.

Misschien is de stemming: wat je van ver haalt is lekker

De afgelopen twintig jaar kwamen buitenlandse topmanagers aanvankelijk mee met buitenlandse overnames door Nederlandse ondernemingen. Vervolgens schoven ze dan door naar de top van hun nieuwe Nederlandse moeder. Nu deze overnamegolf is geluwd komen ze op eigen kracht. Inclusief bovenstaande benoemingen worden vijf van de 21 bedrijven in de AEX geleid door buitenlandse bestuurders. In die optelsom zijn de van oorsprong buitenlandse bedrijven (zoals kabelbedrijf Altice) niet meegeteld.

Zijn deze benoemingen een toevallige samenloop van omstandigheden of zijn we getuige van de geboorte van een pan-Europese markt voor topmanagers? Zoals je dat, sorry voor de vergelijking, ook in het Europese topvoetbal hebt gezien. En is Nederland dan een extra aantrekkelijk land? Nederland is in elk geval ook Europees bekeken een land waar het paspoort van de topman (m/v) minder indruk maakt dan in landen als Duitsland en Frankrijk. Nederland is niet zo chauvinistisch als het om het bedrijfsleven gaat. Misschien is de stemming eerder: wat je van ver haalt is lekker.

Diverse buitenlandse topmanagers kunnen zeker profiteren van de speciale belastingkorting voor buitenlandse werknemers met specifieke kennis of vaardigheden, de zogeheten 30 procentregeling. Dat betekent dat de werkgever 30 procent van het loon belastingvrij mag uitbetalen. In de persoonlijke arbeidsovereenkomsten van buitenlandse topmanagers zie je dat voordeeltje, dat hen moet compenseren voor tijdelijke dubbele kosten, meestal wel terugkomen.

Wat betalen Nederlandse concerns op deze ‘transfermarkt’ voor managers? Vanlanckers basissalaris van 950.050 euro bij AkzoNobel is iets meer dan zijn voorganger. Dat heeft president-commissaris Antony Burgmans goed onderhandeld. AkzoNobel (46.000 werknemers) had vliegende haast om de vacature te vervullen. Dat drijft doorgaans de prijs op. Fugro geeft nog geen openheid over de beloning voor Løseth. KPN (13.500 medewerkers) betaalt Ibarra een basissalaris van 935.000 euro. Dat is bijna 10 procent meer dan Blok nu krijgt. Voor een inmiddels gekrompen bedrijf dat zichzelf wil versimpelen is dat een foute beslissing.

Maarten Schinkel is afwezig