Wie saboteert de boeren rond Altforst?

Agroterreur

Boerenbedrijven in Gelderland worden geteisterd door vandalisme. Oogsten zijn gesaboteerd, werktuigen vernield. De meeste slachtoffers wonen rond het piepkleine dorpje Altforst.

Een kapotgesneden dekzeil van veehouder Cor van Wijk. Het gras eronder – voedsel voor zijn koeien – is nu bedorven. Foto Rien Zilvold

„Moet je zien, helemaal bedorven!” Met blote handen, vuil van een hele dag werken, trekt veehouder Cor van Wijk grote plukken beschimmeld gras onder een plastic zeil vandaan. Gras dat bedoeld was voor zijn koeien, maar nu onbruikbaar is, omdat vandalen het zeil vernielden. „Dit kan zo in de afvalbak”, zucht hij.

Het was Van Wijk aanvankelijk niet eens opgevallen, bekent hij. Als je gras wegneemt uit de overdekte heuvel – in vaktermen ook wel voederkuil – doe je dat immers aan de zijkant. „Van daar zie je helemaal niet dat er bovenop gaten zitten”, wijst de boer. Pas toen hij over vernielingen bij buren las, ging Van Wijk op inspectie.

Eenmaal boven op de heuvel zag de Gelderlander hoe iemand het afdekzeil had stukgesneden. En grondig ook. Over de vijftig meter lange rug van de graskuil zaten meer dan honderd gaten, soms wel een halve meter lang. Het moet een doelbewuste poging zijn geweest om hem schade toe te brengen, iets anders kan Van Wijk er niet van maken.

Maar door wie? De veehouder heeft geen idee.

Van Wijk is niet het enige slachtoffer. De afgelopen weken werden op het platteland tussen de Maas en de Waal, even ten westen van Nijmegen, zeker negen boerenbedrijven getroffen door vandalisme, zegt een politiewoordvoerder. Of de zaken met elkaar samenhangen, is nog onduidelijk. Onderzoek heeft tot dusver niet geleid tot daders of ook maar een motief.

320 bomen doorgeknipt

Het meest recente doelwit was een fruitteler, bij wie onlangs de stammen van zo’n 2.500 jonge bomen werden doorgeknipt. Zijn boerderij ligt op loopafstand van het erf van veehouder Van Wijk. Ook veel van de andere slachtoffers wonen rondom Altforst, een piepklein dorp in een groen gebied vol met boerenbedrijven.

De schade van de vernielingen verschilt sterk per bedrijf. Bij een boer waar eerder dit voorjaar 320 bomen werden doorgeknipt, ging het om enkele tienduizenden euro’s. „Zo iemand moet niet alleen nieuwe boompjes kopen, maar heeft de komende jaren ook geen oogst”, zegt Van Wijk, die naast zeventig koeien ook zo’n twintigduizend fruitbomen heeft.

Dit jaar werden al negen boeren slachtoffer van vandalisme:

Voor de veehouder zelf viel de schade in die zin mee: een paar duizend euro. Omdat Van Wijk de scheuren vrij snel ontdekte, kon hij nog snel het dekzeil vervangen, waardoor slechts een klein deel van het ingekuilde gras verloren ging. Was de hele voorraad bedorven, zoals bij een boerenbedrijf iets verderop, dan had hij zo’n 25.000 euro aan voer verloren.

Om in één nacht duizenden boompjes door te knippen moet iemand volgens Van Wijk wel verstand hebben van apparatuur. „Zagen gaat niet snel genoeg en een elektrische zaag maakt te veel herrie, helemaal ’s nachts”, zegt hij. „Maar met een elektrische snoeischaar ben je zo door die stammen heen. Dan is het knip-knip-knip.”

Zestig spijkers

Het doet vermoeden dat de daders weten waar ze mee bezig zijn, denkt ook Marian van Zuilichem, de vrouw van een getroffen akkerbouwer uit Dreumel. Ze loopt naar de keuken en komt terug met een stengel maïs, waaraan een massieve stalen buis zit vastgetapet. Het voorwerp is zeker twee centimeter dik, genoeg om de messen van een hakselaar te verwoesten.

Stalen buizen vastgetapet aan maïsstengels vernielden de hakselaar van een akkerbouwer. Foto Joost Pijpker

Naast twee stalen buizen vonden werknemers zo’n zestig spijkers, die door maïsstengels over het hele veld waren gestoken. Ook die waren bedoeld om de oogst te belemmeren, legt Van Zuilichem uit. „Zo’n hakselaar heeft een detectiesysteem. Als hij een ijzeren voorwerp tegenkomt, dan stopt hij en spuugt hij de maïs weer uit.”

De dader moet dus wel iemand zijn die weet hoe de landbouwmachines werken, redeneert ze. Een concurrent misschien? Van Zuilichem kan het zich nauwelijks voorstellen. „De boeren hier onderling doen dit niet. Die zijn veel te close met elkaar.” Bovendien zijn de vernielingen niet gericht op één type boerenbedrijf.

Sinds de recente sabotages is er veel wantrouwen onder boeren in de buurt, merkt Van Zuilichem. Vandaar ook dat veel van hen huiverig zijn om erover te praten, ook al zijn ze zelf geen slachtoffer van de vernielingen. „Iedereen is bang om de volgende te zijn”, zegt Van Zuilichem. „Niemand slaapt nog rustig. Als je ergens een auto ziet stoppen, denk je: wat moet diegene?”

Jezelf wapenen tegen de vandalen is onbegonnen werk. Op je erf kun je nog extra lampen en een alarmsysteem plaatsen, maar op je akkers ben je als boer veel kwetsbaarder. Van Zuilichem: „Je kunt niet overál camera’s gaan ophangen.”