Column

Van MeToo naar MeToenou

Merkwaardig genoeg is één categorie vrouwen nog nauwelijks aan bod gekomen in het stormachtige publieke debat van de laatste weken over seksueel misbruik van vrouwen. In zulke debatten wisselen eb en vloed elkaar opvallend snel af, mede dankzij de gretige media.

Toen de aanklachten tegen Harvey Weinstein frequenter en heviger werden, ontstond een ‘MeToo-effect’ dat ook naar Nederland oversloeg, maar dat inmiddels enigszins is afgezwakt tot wat je een ‘MeToenou-effect’ zou kunnen noemen. Dit vooral dankzij de relativerende inbreng van vrouwelijke publicisten als Aleid Truijens, Wilma de Rek, Daniela Hooghiemstra en Jessica Durlacher. Zij wezen terecht op het gevaar van een hysterische klopjacht op álle mannen.

De Rek wilde beter onderzoek van de beschuldigingen. Hooghiemstra noemde in de Volkskrant de meeste mannen „vriendelijke versierders”. „Hun vasthoudendheid is soms irritant, soms ridicuul maar vaak ook vleiend of aandoenlijk, en soms ook zomaar ineens effectief.”

En Truijens in dezelfde krant: „Maar om nu met terugwerkende kracht al die mannen die de gelegenheid benutten te beschuldigen van machtswellust of seksueel misbruik, vind ik hypocriet. (Ik heb het nu niet over gruwelijkheden als verkrachting, kindermisbruik of chantage.) We waren er zelf bij, ik tenminste wel. Ik wist echt wel waar de grens lag: als je het tegen je zin deed. Die mannen, ouder en machtiger, werden óók gebruikt: om een baan te krijgen, een rol, een hoger cijfer, meer status of een beetje afglans van de roem.”

Dat brengt mij bij een te weinig opgemerkte column van Derk Sauer in Het Parool. Hij sprak met twee jonge, slimme Russische zakenvrouwen over Weinstein en de baas van Uber, beiden beschuldigd en vervolgens ontslagen wegens seksueel misbruik. „Overdrijven jullie in het Westen niet een beetje?” vroeg een van de vrouwen.

Sauer: „Als één ding opvalt aan de reacties over Weinstein, is het wel dat juist Russische vrouwen het voor hem opnemen, dan wel de zaak bagatelliseren.”

Hij citeerde ook nog de actrice Agnia Koeznetsova: „Die actrices hebben het aan zichzelf te danken. Als je als 20-jarige actrice op bezoek gaat bij Weinstein om een rol te bespreken, ben je wel erg naïef. Ik heb medelijden met die arme man.”

Sauer schrijft die houding toe aan „de heersende mentaliteit in de Russische samenleving”, maar ik neem aan – en Aleid Truijens doelt daar ook op – dat de houding van deze Russische vrouwen ook onder westerse vrouwen voorkomt, en misschien vaker dan we zouden willen. Dat zijn de vrouwen die niet deelnemen aan het huidige debat, omdat ze zich schouderophalend-opportunistisch opstellen tegenover de Weinsteins van deze wereld onder het oeroude motto „Voor wat, hoort wat”. Oftewel: „Jij wilt seks? Dan ik die baan (of rol, of wat dan ook).”

Dus toch maar medelijden met Harvey Weinstein?

Nee, want het zou een vrijbrief betekenen voor dit type bullebak met zijn seksuele frustraties. Maar het valt niet te ontkennen dat de berekenende bereidwilligheid van sommige vrouwen voor Weinstein cum suis een aanmoediging is om ook een kans te wagen bij andere, minder happige vrouwen.