Cultuur

Interview

Interview

Een demonstrant wordt opgepakt door de Turkse politie tijdens een demonstratie tegen de detentie van docent literatuur in Ankara, op 10 oktober 2017.

Foto Adem Altan/AFP

Turkije dreigt terug te keren naar een duister martelverleden

Afdelingsdirecteur Hugh Williamson deed voor Human Rights Watch onderzoek naar mensenrechtenschendingen in Turkije. „We zien een sterke toename van marteling in politiebewaring.”

Önder Asan, een ex-docent filosofie, werd in april ontvoerd in Ankara. Een groep onbekende mannen, die zeiden van de politie te zijn, sleurden hem uit een taxi en duwden hem in een zwart Volkswagen-busje. Zes weken later werd Asan gelokaliseerd in een politiebureau in Ankara. Hij zei tegen zijn advocaat dat hij op een onbekende plek was gemarteld, waarna hij was overgebracht naar politiebewaring.

„Ik zag mijn cliënt Önder Asan op 13 mei op het politiebureau”, zei zijn advocaat tegen Human Rights Watch (HRW). „Hij had moeite met lopen en hield zich vast aan de muur. Zijn handen trilden. Hij was er slecht aan toe en zei dat hij psychologische hulp nodig had.”

De advocaat komt aan het woord in een HRW-rapport dat deze maand uitkwam. Daarin staat dat mensen verdacht van terrorisme of betrokkenheid bij de mislukte coup van 2016, in hun cel zijn gemarteld. Ook is er aandacht voor vijf verdwijningsgevallen in Ankara en Izmir, waaronder de zaak van Asan. Hij gaf les aan een school die was gelieerd aan de beweging van imam Gülen, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de coup. De Brit Hugh Williamson, HRW-directeur van de afdeling Europa en Centraal-Azië, geeft in een telefonisch interview tekst en uitleg.

Er zijn al langer berichten over marteling in Turkse gevangenissen. Waarom brengt HRW er nu een rapport over uit?

„Turkije heeft een lange historie van marteling en verdwijningen. In de jaren 90 waren vooral Koerden slachtoffer. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft er vernietigende vonnissen over gewezen. Nu zien we een sterke toename van marteling in politiebewaring.

„In oktober 2016 spraken we onze bezorgdheid uit over de noodtoestand na de coup. Die geeft de politie meer bevoegdheden en maakte marteling weer mogelijk. In januari nam de regering maatregelen: de tijd dat een verdachte in voorarrest mag zitten werd verkort, en de toegang tot een advocaat werd verruimd.

„Uit dit rapport blijkt dat die maatregelen geen effect hadden. Het besteedt aandacht aan elf martelingen tussen maart en augustus. We hadden volledige documentatie, met rechtbankverslagen.”

Hoe lastig is het deze zaken te bekijken?

„We hebben een hoge standaard voor bewijs, spraken met familieleden, ooggetuigen en advocaten van slachtoffers, hebben het ministerie van Justitie in augustus een reactie gevraagd; niets gehoord.”

Vooral PKK’ers of Gülenisten lopen het risico gemarteld te worden. Wat zegt dat over het politieke klimaat in Turkije?

„Die groepen liggen ’t meest onder vuur. Sinds de coup zaten 150.000 mensen in bewaring, de meesten om banden met die twee groepen. Het gaat ons er niet om of ze schuldig zijn, maar dat ze gemarteld worden om een bekentenis los te krijgen of meer bewijs te verzamelen. De politie wil zoveel mogelijk mensen oppakken die het als mogelijke bedreiging ziet.”

Waarom is marteling ineens terug, terwijl het onder het bewind van de AK-partij van Erdogan was uitgebannen?

„Turkije valt terug in zijn oude reflexen. Net als in de jaren 90 denkt de regering dat ze zich in een ernstige crisis bevindt. De vraag is of de noodtoestand noodzakelijk is. Politieagenten kunnen niet vervolgd worden voor handelingen in de context van de noodtoestand. Dat is zeer zorgelijk. Er is een cultuur van straffeloosheid. Zelfs als er overtuigend bewijs is dat agenten zich schuldig maken aan marteling, worden ze niet vervolgd. Dat was ook zo in de jaren 90.”

Het rapport gaat ook nadrukkelijk in op intimidatie van advocaten. Waarom?

„Turkije heeft een lange historie wat betreft advocaten die onafhankelijk kunnen werken. Op dit moment zijn advocaten van terreurverdachten zelf ook vogelvrij. Ze worden onder druk gezet omdat ze hun werk doen. We vinden dat de juridische wereld in Turkije niet genoeg opkomt voor advocaten. We uiten dat soort kritiek niet zo vaak. Maar we zien dat het advocaten kwetsbaar maakt. De regering ziet ze als een belemmering om achter vijanden van de staat aan te gaan.”

Intussen zijn er ruim tien verdwijningen. Waarom vermoedt u dat de staat daarbij betrokken is?

„Dankzij ooggetuigen weten we dat de meeste mensen op klaarlichte dag en op drukke plekken zijn ontvoerd. De daders introduceerden zich in veel gevallen als politieagenten, en reden in dezelfde auto. Eén van de verdwenen personen werd na 42 dagen overgebracht naar een gewone politiecel. Dat zijn aanwijzingen dat hij werd vastgehouden door de autoriteiten.”

Waarom zouden autoriteiten verdachten vasthouden op een onbekende plek? Ze kunnen hen toch gewoon arresteren?

„Dit is speculatie, mogelijk denken ze dat ze buiten de wet staan. Wellicht denkt de politie zo meer mogelijkheden te hebben om mensen te intimideren, een bekentenis af te dwingen, en inlichtingen te verzamelen over andere Gülenisten. Ze kunnen de verdachten toegang tot een advocaat ontzeggen in de hoop dat ze breken.”

De Turkse regering heeft een zero tolerance-beleid ten opzichte van marteling. Waarom lijkt dat niet te werken?

„De nieuwe minister van Justitie zei onlangs in een toespraak marteling onder geen beding te zullen tolereren. Volgens hem gaat het slechts om enkele rotte appels. Dat klinkt misschien mooi op papier, in werkelijkheid is er een groot verschil tussen woorden en daden. En dat is schokkend voor een land als Turkije. Het gaat om een ernstige schending van fundamentele mensenrechten. Turkije dreigt terug te keren naar een duister verleden.”

In custody: Police torture and abductions in Turkey