Serene ode aan een groot futurist

In Majakovksi/ Oktober speelt De Warme Winkel een ingetogen begrafenisritueel, dat de experimentele poëzie van futurist Majakovski alle ruimte geeft.

Foto Sofie Knijff

Achter een tafel zit acteur Dirk Boutkan. Hij leest de afscheidsbrief voor van dichter Majakovski, die in april 1930 zelfmoord pleegde. Een mooie brief: „Beschuldig niemand van mijn sterven, en alsjeblieft geen praatjes. De overledene had daar een gruwelijke hekel aan.” Dan doet Boutkan iets nepperigs met nepbloed en is hij dood.

De vier vrouwen en twee mannen aan zijn zijde leggen hem op tafel, ontkleden en wassen hem met zorg en halen herinneringen op aan wat hij schreef en wie hij was. In een serene ode aan zijn poëzie citeren ze vele dichtregels en tot aan het slot worden zinnen ingezet met de frase „Ik herinner me…” Het zijn precies de ‘praatjes’ van nabestaanden waar Majakovski voor waarschuwde. Dit ingetogen begrafenisritueel duurt de hele anderhalf uur durende voorstelling.

De Rus Majakovski was een futuristische dichter en revolutionair, die leefde van 1893 tot 1930. Hij schreef schitterende, experimentele gedichten, vol en vurig, in een taal die onder hoogspanning staat (ook in het bijzondere Nederlands van zijn vaste vertaler Marko Fondse). Voor een equivalent van zijn vernieuwingsdrift en zinnelijkheid moet je in ons taalgebied bij dichters als Paul van Ostaijen en Hugo Claus zijn.

Foto Sofie Knijff

Hoor hoe Majakovski in een gedicht spreekt over zichzelf in de derde persoon: „Ieder woord van hem, zelfs de grollen, die hij braakt uit zijn schroeiende keel, storten naar buiten als naakte snollen uit een brandend bordeel.” Later in zijn leven maakte hij, net als Gorter, de omslag naar socialistische poëzie en werd hij een spreekbuis voor Stalin.

De Warme Winkel introduceert de man die de geschiedenis inging als de dichter van de Russische Revolutie op geheel eigen wijze: fragmentarisch en theatraal. Of, zoals ze zelf zeggen, met hun claim op een eigen genre van ‘oeuvrestukken’: ze ‘smijten werk, leven en tijdgeest van een kunstenaar tegen het canvas van het heden’. Van smijten is deze keer geen sprake, want de energie van deze voorstelling is anders dan in eerder werk. Minder fysiek, eerder talig. Branie, kabaal, dans of liederlijke vuiligheid maken plaats voor ingesnoerde passie. Deels half naakt gespeeld, dat wel.

Coherente achtergrondinformatie over de hoofdpersoon ontbreekt grotendeels. Majakovski/ Oktober is, in het stijlvaste register van De Warme Winkel, meer een trage, verstilde happening, met acteurs die glazig of gelukzalig naar elkaar of de zaal staren, en met een zachte, ritmische soundtrack als stuwende factor. Dat maakt het een voorstelling waar je je langzaam aan moet overgeven. Wie dat niet lukt, beleeft een taaie poëzieavond. Alleen de proloog is een heerlijk ruig getrommelde start, waar je met enige goede wil het rumoer van Rusland honderd jaar geleden in kan horen.

Van Majakovski wordt verteld dat plattelandsvrouwen opgewonden werden van zijn gedichten, die een vlaag van futurisme door hun dorpjes bliezen. Ik begrijp ze wel, die plattelandsvrouwen. De ongrijpbaarheid van Majakovski’s met veel ernst geciteerde poëzie maakt ook de voorstelling bij vlagen ongrijpbaar. Dichtregels als „Met mijn ribbenkast als startbaan spring ik eruit” vervliegen waar je bijzit. Maar wat die regels wel doen, is een staat van opwindende vernieuwing wekken. Nog steeds. Dat heeft De Warme Winkel goed begrepen.

Breekpunt in de voorstelling is halverwege een kolderieke danse macabre met het lijk, dat moet drinken, dansen en neuken op een schlager van Freddy Quinn. In die bewust schmierende en smakeloze scène wordt even de rebelsheid van Majakovski zichtbaar, van wie we in verschillende anekdotes horen hoe onaangepast hij was.

Zijn elan inspireert Lois Brochez, één van de drie jeugdige gastactrices, en ze vertelt dat zij met collega Sara Lâm zonder succes nadacht over de vraag hoe zij het theaterlandschap zou kunnen vernieuwen. Het enige wat dat opleverde was een pijnlijk en romantisch verlangen, schreeuwt ze gefrustreerd, en dat mondt uit in een gepassioneerd Russisch, de mooiste scène van de avond.

Theatraal gezien zit de revolte in de consequente ernst van deze verhaalloze eredienst. De groep houdt hem uit de handen van het monster van de ironie, dat zo vaak alles versuikert. Er zit wel een knipoog in de keuze van ‘I don’t know how to love him’ uit rockopera Jesus Christ Superstar, maar de ijle wijze waarop Mara van Vlijmen dat lied zegt in plaats van zingt, laat je echt luisteren naar de tekst en die sluit eigenlijk goed aan bij de adoratie die zij steeds toont voor de grote dichter.

Voor dit soort theater heeft De Warme Winkel zijn eigen, ‘nieuwe’ publiek; een publiek dat verrast wil worden en zich niet bekommert om de machinale productie van boeken en bestsellers op het toneel. Dat maakt ook dat je deze voorstelling eerder zou verwachten in een kraakpand of klein theater dan in de grote Amsterdamse schouwburg. De Warme Winkel speelde bijna altijd op locatie. Maar die plekken en die schaal is De Warme Winkel in de afgelopen tien jaar ontgroeit.

Lees ook de recensie van De Warme Winkel speelt De Warme Winkel: Ontroerend statement en nostalgische ode aan theaterhistorie

Het collectief kreeg tijdens het afgelopen Theaterfestival zowel de Prijs van de Kritiek als de Regieprijs voor De Warme Winkel speelt De warme Winkel, waarmee ze bevestigden één van de meest eigenzinnige en belangwekkende theatergroepen van Nederland te zijn – en dat zij inmiddels onderdeel zijn van de gevestigde orde. Dat maakt de overstap naar de schouwburg ook spannend: het is goed om niet vast te roesten en ook in de naar zelfbevlekking meurende bastions van de culturele elite de volgevreten bourgeoisie in het gezicht te spuwen – om het ook eens in revolutionair jargon te formuleren.

Deze voorstelling heeft niet de impact van het grandioze gebaar dat Het requiem voor De Warme Winkel speelt De warme Winkel was, op het Theaterfestival in september. Daar speelde ze een voorstelling van Pina Bausch na die ze van de rechthebbenden niet langer mochten opvoeren, maar dan met werklui op de achtergrond, die de kolossale decorstukken met veel lawaai door de versnipperaar haalde. Majakovski/ Oktober is een boeiende volgende stap, gemaakt met dezelfde fuck-you-punkmentaliteit.

Daarom is het slotwoord voor het herrezen lijk. In een brakke epiloog verkondigt Boutkan met schroeiende keel de heil van Stalin en treurt hij om het idee dat die mooie Sovjet-Unie verkwanseld is aan commercie en consumentisme. Want de held van de avond had ook conservatieve, egocentrische en misogyne trekjes. Het geeft een laatste draai aan een voorstelling die het de bezoeker nooit makkelijk maakt.