Rutte moet zichzelf weer heruitvinden

Rutte III

Nieuw kabinet vergt ‘meer staatsman, minder procesmanager’ van de premier. Eerdere rolwisselingen gingen hem moeiteloos af.

Rutte bij de presentatie van de regeerakkoorden van (vlnr) 2012, 2017 en 2010. Foto’s ANP, bewerking fotodienst NRC

Het is niet veel premiers gegund, maar donderdag staat Mark Rutte op het bordes met zijn derde kabinet. Rutte III is de grootste en politiek meest veelkleurige ploeg van de coalities die hij heeft geleid.

„Dit kabinet zal een ander type leiderschap van hem vergen dan het zijn van de primus inter pares. Die rol vindt hij leuker dan die van de dominante leider in een coalitie met vier partijen”, zegt Melanie Schultz van Haegen. Zij was met Rutte staatssecretaris in Balkenende I en II en vertrekt nu als VVD-minister van Infrastructuur.

Rutte vond zichzelf twee keer eerder opnieuw uit. In 2010 transformeerde hij van oppositieleider tot premier van het VVD-CDA – het „kabinet waar rechts Nederland zijn vingers bij aflikt”. Nadat de PVV in 2012 de gedoogsteun had ingetrokken, werd Rutte met de PvdA de bruggenbouwer tussen links en rechts. Nu, in 2017, vertrouwt hij even enthousiast en optimistisch op de samenwerking met CDA, D66 en ChristenUnie.

Zijn eerdere gedaanteverwisselingen gingen Rutte ogenschijnlijk moeiteloos af. De premier is de ultieme pragmaticus, hij maalt niet om visie of diepe ideologische overtuigingen. Hij is een allemansvriend die met iedereen overweg kan en zich aan niemand echt bindt. Zolang er fatsoenlijk en stabiel geregeerd wordt en op de centen gelet, maakt het Rutte niet uit met wie hij dat doet. Op de SP na sloot hij als premier deals met alle grote en middelgrote partijen. Rutte belt en sms’t altijd direct alle betrokkenen zodra er onenigheid dreigt te ontstaan. En weet die op deze manier in de kiem te smoren.

Als er íémand is die deze bonte vierpartijencoalitie met één zetel meerderheid in zowel de Tweede als Eerste Kamer bij elkaar kan houden, is het Mark Rutte, zeggen politici van verschillende partijen die met hem hebben samengewerkt. „Hij is gemeend sociaal en hartelijk. Hij zorgt dat de sfeer goed is. Houdt grip op het geheel. En hij is compromisbereid, dat helpt ook”, zo vat vertrekkend minister Henk Kamp (VVD) Ruttes werkwijze samen. Lodewijk Asscher (PvdA), die de laatste vijf jaar zijn vicepremier was, omschrijft het zo: „Rutte is in staat een grap te maken die CDA, D66 én ChristenUnie leuk vinden.”

Maar sommigen vragen zich ook af of de manager Rutte, die het land leidde in de afgelopen jaren van economische crisis en electorale versplintering, de ideale premier blijft in een periode met meer ruimte voor en roep om maatschappelijke visie. „Het zal lastig blijken de drie andere partijen, die totaal verschillende mensbeelden en opvattingen over de samenleving hebben, te binden met opportunisme en pragmatisme”, zegt Gerd Leers, CDA-minister in Rutte I. „Tot nu toe was hij zondagskind. Nu komt het erop aan dat hij kan laten zien dat hij de grote bestuurder is: meer staatsman, minder procesmanager.”

Nu het economisch beter gaat en er niet, zoals in Ruttes eerdere kabinetten, bezuinigd hoeft te worden, ontstaat een nieuwe politieke dynamiek. De roep uit de Kamer, zowel van leden van de coalitie als de oppositie, om geld uit te geven zal toenemen. Dat meent Kees van der Staaij, die als leider van de SGP deals sloot met zowel Rutte I als II. Deze keer kan zijn hulp weer nodig zijn als onder de 76 Kamerleden van de coalitie „kikkers uit de kruiwagen springen”. Van der Staaij: „Aan de ene kant kan er met het geld wat er is makkelijker aan wensen van de oppositie voldaan worden. Maar elke wijziging kan het fragiele politieke bouwwerk van de vier partijen uit het lood slaan.”

Ook volgens Schultz gaat Rutte op diverse terreinen een moeilijke periode tegemoet. „Meer partijen, meer personeel en meer geld betekenen meer problemen.” De diversiteit aan partijen, de uitgedijde bewindsliedenploeg en de financiële situatie betekenen nieuwe uitdagingen.

Naast Kamp en Schultz vertrekken Edith Schippers en Stef Blok uit het kabinet. Zij waren jarenlang Ruttes voornaamste steunpilaren in het kabinet en in de VVD, en zorgden tegelijkertijd voor tegenkracht. Volgens Schultz maakt het voor Rutte niet veel uit. „Hij is autonoom en leunt op zichzelf. Hij creëert altijd een band met de mensen met wie hij werkt. Het zijn voor hem wel functionele relaties.”

Binnen de VVD is ook teleurstelling te horen. Er is steun voor het regeerakkoord, maar de grootste coalitiepartij heeft ook – opnieuw – veel weggegeven. De vijf ministersposten die naast het premierschap zijn bemachtigd, zijn niet de meest prominente. In de VVD wil echter niemand praten over Ruttes electorale houdbaarheid. Die bepaalt hij zelf, klinkt het.

Bij Ruud Lubbers kwam na twee succesvolle bezuinigingskabinetten de klad erin, nadat hij van coalitiepartner had gewisseld en er weer geld te besteden was. Of dat ook Ruttes lot is, wil niemand voorspellen. Lodewijk Asscher doet één prognose: „Derde kabinetten eindigen altijd in tranen. En Rutte kent de geschiedenis.”