Rutte III, wel patatgeneratie, geen afspiegeling samenleving

De nieuwe bewindsliedenploeg

Rutte III is wit en nogal mannelijk. Opvallend ook: er zitten veel kinderen van babyboomers in.

Aankomend ministers (v.l.n.r.) minister Wouter Koolmees (D66, Sociale Zaken en Werkgelegenheid), minister Sigrid Kaag (D66, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking), minister Ingrid van Engelshoven (D66, Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen), minister Eric Wiebes (VVD, Economische Zaken en Klimaat) en minister Kajsa Ollongren (D66, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) Foto Bart Maat/ANP

De patatgeneratie heeft de Trêveszaal veroverd. Als er één ding opvalt aan de bewindsliedenploeg van Rutte III, zijn het de vele ministers die geboren zijn in de tweede helft van de jaren zeventig: D66’er Wouter Koolmees (40), CDA’er Wopke Hoekstra (42), de vicepremiers Carola Schouten (40, CU) en Hugo de Jonge (40, CDA). Kinderen van babyboomers, opgegroeid in de jaren tachtig met Thatcher en The A-Team. De ‘pragmatische generatie’, heten ze ook wel – dat zal premier Rutte vermoedelijk méér aanspreken.

Wat springt er nog meer in het oog bij de zestien ministers en acht staatssecretarissen van Rutte III? Representatief voor de Nederlandse bevolking is de ploeg in ieder geval niet. Zo telt Rutte III meer mannen dan vrouwen: 14 om 10, al doet D66 z’n best met maar liefst drie vrouwelijke ministers.

Monocultureel gezelschap

Het is ook een wit, monocultureel gezelschap: alleen staatssecretaris Barbara Visser (VVD) werd niet in Nederland geboren. Ze heeft een Kroatische moeder en verhuisde op haar derde van het Kroatische Sibenik naar Zaandam. Vicepremier Kajsa Ollongren (D66) stamt af van Finse adel en D66’er Sigrid Kaag is getrouwd met een Palestijnse diplomaat. Dat is het.

Academisch geschoold zijn ze bijna allemaal: alleen oud-onderwijzer Hugo de Jonge bezocht nooit de universiteit. Een aantal bewindslieden deed ook nog eens twee studies. Rutte III bestaat vooral uit juristen (vijf), economen (vijf) en historici (vier). De club telt maar één echte bèta: Eric Wiebes ( VVD) studeerde werktuigbouwkunde in Delft.

Verder is er één hoogleraar (CDA’er Ferdinand Grapperhaus) en één alumnus van de Koninklijke Militaire Academie (CDA’er Raymond Knops). Veel bewindslieden studeerden in Leiden, Neerlands meest traditionele studentenstad.

Niet louter uit elite gerekruteerd

Die academische titels betekenen overigens niet dat Rutte III volledig gerekruteerd is uit ‘de elite’. Een aantal bewindslieden is van bescheiden komaf. Zo is Halbe Zijlstra (VVD) zoon van een politierechercheur, had de vader van Arie Slob (CU) een winkel in dier- en tuinbenodigheden en leefden de jonge Wouter Koolmees en zijn gescheiden moeder enige tijd van de bijstand. Rutte III bevat dus wel degelijk een paar sociale stijgers.

Hoe zit het met de verhouding stad-platteland? Rutte II (VVD-PvdA) was een grootstedelijk ‘Randstadkabinet’. Met CDA en ChristenUnie in de gelederen komt de regio weer beter aan bod, zou je zeggen. Toch valt dat tegen: alleen CDA’er Knops (Horst aan de Maas, Limburg), zijn partijgenoot Ank Bijleveld (Goor, Overijssel) en CU’ers Slob (Zwolle) en Paul Blokhuis (Apeldoorn) wonen buiten de Randstad.

Opvallend genoeg heeft ook regiopartij CDA een behoorlijk grootstedelijke afvaardiging. Zo woont minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) in Amsterdam, waar het CDA bij laatste Tweede Kamerverkiezingen niet meer dan 3 procent van de stemmen haalde. In Rutte III zitten opmerkelijk veel Rotterdammers. Twee van de drie vicepremiers (CDA’er De Jonge en CU’er Schouten) wonen er, net als Koolmees (D66) en VVD’ers Cora van Nieuwenhuizen en Mark Harbers. Netjes verspreid over alle partijen: een Rotterdamse ‘kabel’ is geboren.

Dan godsdienst. Het ‘paarse’ Rutte II was buitengewoon seculier: slechts drie bewindslieden beschouwden zichzelf als gelovig, niet één van die drie ging regelmatig naar de kerk.

Twee domineeszonen

Met de komst van CDA en ChristenUnie is de religieuze component weer stevig verankerd in de Trêveszaal. Het meest bijbelvast is uiteraard de CU: ministers Slob en Schouten zijn vrijgemaakt-gereformeerd, staatssecretaris Paul Blokhuis is Nederlands-gereformeerd. Die laatste is ook één van de twee domineeszonen in het kabinet, samen met CDA’er De Jonge.

Het CDA is minder streng op de kerkgang: zowel Hoekstra (vrijzinnig protestants) als Grapperhaus (katholiek) is niet-belijdend, al compenseert de laatste dat met een voorliefde voor bijbelcitaten. Bij het CDA valt trouwens het grote aantal katholieken op: vier van de zes bewindslieden zijn van huis uit rooms.

Rutte III blinkt uit in het voortbrengen van nageslacht. Een Nederlandse vrouw krijgt gemiddeld 1,6 kinderen, maar de ministers en staatssecretarissen van dit kabinet hebben er gemiddeld 2,2. Maar liefst vijf bewindslieden hebben vier kinderen: D66’er Kaag, VVD’er Van Nieuwenhuizen, CDA’er Grapperhaus en Hoekstra en CU’ers Slob en Blokhuis. CDA’er Mona Keijzer is de absolute kinderkampioen met vijf zoons. Dat zijn aantallen die je niet associeert met het eenentwintigste-eeuwse Nederland.

Is er dan niets eigentijds aan Rutte III? Jawel. Het kabinet telt een alleenstaande ouder (Carola Schouten) en twee getrouwde homo’s (D66’er Ollongren en VVD’er Harbers). En één iemand die tot voor kort behoorde tot de 96,5 procent Nederlanders die niet aangesloten zijn bij een politieke partij: staatssecretaris Menno Snel werd pas vorige week lid van D66.