Column

Ruzie is in Nederland een spel van buur tegen buur

Zap

Na twee gerechtelijke dwalingen, dinsdag op tv, moesten de twee rijdende rechters de eer van het vak redden.

Het leek wel een thema-avond over dolende rechtspraak. Eerst had Brandpunt de op het nippertje uitgestelde executie van de Amerikaan Clinton Young over wiens schuld documentairemaakster Jessica Villerius in elk geval bij mij reasonable doubt wist te zaaien. Bij RTL deed Peter van der Vorst iets gelijksoortigs in de eerste aflevering van Onschuldig?! met de in 1984 tot twaalf jaar veroordeelde Dick van Leeuwarden.

Is er dan geen rechter meer boven elke twijfel verheven? Toch wel, één man: De rijdende rechter (KRO-NCRV). Of eigenlijk twee mannen, want de vorige rijdende rechter tuft ook nog steeds door het land in Mr. Frank Visser doet uitspraak (SBS6). Wat zijn nu de dingen waar wij, gewone Nederlanders, niet meer uit komen?

Bij Mr. Visser waren dat maandagavond Brabantse bloemblaadjes. Die werden door Regina van drie hoog expres naar beneden gegooid op het balkon van Wil van één hoog. En hij had raskatten (die konden we zien, ze snuffelden aan de negerzoenen op tafel) die zouden kunnen sterven aan het gif in de bloemblaadjes. Hij op zijn beurt zou haar hebben vastgepakt en uitgescholden. Een vulkaan aan wederzijds gescheld kwam tot uitbarsting. Ik geloof niet dat ik de term „lelijke vuile pothoer” (van bloempot?) zo vaak achter elkaar heb gehoord. Intussen bestudeerde Mr. Frank Visser de vallijnen van de bloemblaadjes langs het balkon; hij wordt trouwens wel een dagje ouder.

Rijdende rechter John Reid trok dinsdagavond naar Twente waar twee burenparen het na jaren van vriendelijkheid vreselijk met elkaar aan de stok hadden gekregen. Er was een uitbouw, een te lage schutting, een genadeloos woekerende laurierplant en een kat die vlees van de barbecue pakte. (Of van naast de barbecue, dit was een twistpunt; deinst een verstandige kat niet terug voor een hete barbecue?) Kortom, de zaken die het leven tot een hel kunnen maken.

Er werd minder creatief gescholden dan bij de commerciëlen, maar het vermogen van mensen om aan één stuk door gemene dingen over elkaar te zeggen („Ik geloof niet dat ik de tuin hier in maanden zo leeg heb gezien als nu”) was wel weer, eh, leerzaam. Net als hoe de kern van het conflict werd gezocht in het feit dat een buurpaar niet geboren Twents was, maar import uit het westen. Reid rukte uit met een kadasterman en een groendeskundige en concludeerde dat de schutting zich „slingerend een weg baande” door de tuin en zich daarbij steeds verder van de erfgrens verwijderde.

Er moest een nieuwe schutting komen. In Brabant won de onderbuur, want plotseling bleken er getuigen van het bloemblaadjeswerpen te zijn. Voor de zekerheid kregen beide buren een contactverbod.

Eerlijk gezegd interesseerden de uitspraken me amper. De boeiendste vraag in deze mini-romans is altijd: hoe is het begonnen? Door welk incident is men elkaar naar het leven gaan staan? In Brabant was dat een ondeugdelijk slot dat Wil jaren geleden bij Regina had gemonteerd. Ze had er flink voor moeten betalen, maar het viel er hopsakee zo weer uit! De prutser!

In Twente was het nog klassieker. Daar zat de kiem van alle onmin in een kerstetentje en de vraag wie er hoeveel flessen wijn van wie had gedronken. Een hele geruststelling: ruzie in Nederland is een spel van buur tegen buur en na veertig minuten blijkt dat het om geld ging.

Intussen noteerde ik opgelucht dat de rijdende rechter vindt dat je een kat niet kunt verbieden een buurtuin te betreden. Je weet nooit wanneer die kennis van pas komt.