‘Onderbetaling advocaten schaadt kwaliteit rechtsbijstand’

Herman van der Meer Commissievoorzitter

De vergoedingen die advocaten krijgen voor het verlenen van rechtsbijstand, zijn twintig jaar oud. Door dat „achterstallig onderhoud” gaat de kwaliteit van de rechtsbijstand achteruit, zegt Herman van der Meer, die dit onderzocht.

Herman van der Meer: „Advocaten werken voor minder dan de helft van wat volgens de overheid redelijk is.” Foto gerechtshof Amsterdam / Bambos Demetriou.

Herman van der Meer mocht van het ministerie van Veiligheid en Justitie alles concluderen, behalve dat advocaten meer geld moeten krijgen voor zaken in de rechtsbijstand. Een onmogelijke opdracht, concludeert hij na een jaar onderzoek te hebben gedaan naar de werklast van advocaten in de rechtsbijstand. „Er is sprake van ernstig achterstallig onderhoud”, zegt Van der Meer, president van het gerechtshof in Amsterdam. Advocaten besteden vaak véél meer tijd aan zaken dan de tijd waarvoor ze betaald krijgen, concludeert hij.

Mensen met een laag inkomen – onder de 25.000 euro per jaar – kunnen via de rechtsbijstand een advocaat krijgen. De advocaat wordt dan grotendeels betaald door de overheid op basis van een vastgelegd puntensysteem: één punt staat gelijk aan ongeveer één uur werk. Het door de overheid beoogde uitgangspunt is dat advocaten daar een, door de staat vastgesteld, „redelijk inkomen” voor krijgen. Dat gaat uit van 1.200 declarabele uren per jaar en komt overeen met ongeveer 40.000 euro netto op jaarbasis.

De praktijk is dat advocaten meer uren nodig hebben om iemand goed bij te staan, concludeert de commissie die vorig jaar werd ingesteld om het systeem van gefinancierde rechtsbijstand te onderzoeken. Van der Meer: „Advocaten werken meer uren, maar de vergoedingen zijn twintig jaar oud. Dat kan niet meer.” Vooral in delen van het familierecht (bijvoorbeeld echtscheidingszaken) is de verhouding tussen werktijd en betaling zoek. Van der Meer: „Daar wordt gemiddeld 22 uur per zaak aan rechtsbijstand verleend, maar voor 10 uur betaald, omdat het vooraf vastgestelde puntenaantal 10 is. Advocaten werken voor minder dan de helft van wat volgens de overheid redelijk is.”

De oplossing? Dat is niet aan hem, vindt Van der Meer – hij wil nadrukkelijk geen politiek bedrijven, zegt hij. „Er moeten moeilijke keuzes gemaakt worden.” Om die keuzes inzichtelijk te maken, schetst hij vier scenario’s. Meer geld erbij bijvoorbeeld – volgens het rapport is per jaar 125 miljoen euro extra nodig om aan het „redelijke inkomen” te voldoen. Maar dat wil het ministerie niet. „Of er moet harder gewerkt worden om dat inkomen toch te krijgen, maar dat is een illusie. Dan moet een advocaat 1.700 uur werken, dat is onhaalbaar”, zegt Van der Meer. „Een andere mogelijkheid is dat het inkomen van advocaten fors omlaag gaat. Voor een uur werken krijgen ze dan 42 minuten betaald. Of je houdt vast aan het budget en zegt: dit is wat we er jaarlijks aan willen uitgeven. Dan is in september het geld op, volgens onze berekeningen.” Maar dat blokkeert de eerlijke toegang tot de rechter, en dat mag niet van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Is de conclusie dan niet: er moet meer geld bij?

„Dat is aan de politiek. Wij hebben de wetgever willen voorhouden wat de feitelijke situatie is.”

Wat is die situatie?

„De tijdsbesteding van advocaten is op veel rechtsgebieden toegenomen. Het huidige stelsel van rechtsbijstand is gebaseerd op vergoedingsnormen van twintig jaar geleden. In die twintig jaar heeft de rechtspraktijk een enorme ontwikkeling laten zien.”

Waardoor is de werklast van advocaten toegenomen?

„Deels komt dat door de juridisering van de samenleving; mensen zijn mondiger geworden. We praten hier over een stelsel waar bijna 40 procent van de Nederlanders beroep op kan doen. Een andere oorzaak is toegenomen juridische complexiteit. Kijk naar de zorg, of de sociale zekerheid: daar heeft de overheid de regels een stuk ingewikkelder gemaakt. Bovendien is de overheid in 60 procent van de gevallen partij in, of betrokken bij, een zaak in de rechtsbijstand. De overheid is dus een belangrijke oorzaak van de toename van het aantal zaken. Ze zou zich daar meer rekenschap van moeten geven. Wellicht houdt dit rapport ze een spiegel voor en leidt het tot zelfreflectie over hun eigen rol. Dat zou winst zijn.”

Toegenomen werklast, maar gelijke vergoedingen: is dit overal in de advocatuur zo?

„Het rapport laat een wisselend beeld zien. In bijvoorbeeld de asieladvocatuur is de vergoeding redelijk aan de maat, gemiddeld genomen. Maar vooral in het personen- en familierecht is sprake van een schrijnende situatie. Gemiddeld werken advocaten daar 22 uur aan een zaak, maar krijgen ze tien uur vergoed. Advocaten worden verplicht kwaliteit te leveren, tegen een in het geheel niet dekkend tarief.”

Wat zijn de gevolgen voor advocaten als zij maar voor de helft van hun werk betaald krijgen?

„Onderbetaling gaat ten koste van de kwaliteit van de geleverde rechtsbijstand. Dat is zeer onwenselijk. Ook zien we in de advocatuur steeds meer zogenoemde eenpitters. Die hebben geen kantoor en secretaresse, en besteden weinig tijd en geld aan opleidingen. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling, want het raakt ook de kwaliteit van hun werk. Advocaten moeten zich beter specialiseren, bevelen wij aan.

„Uiteindelijk is het belangrijkste knelpunt dat de rechtsstaat eronder lijdt als de rechtsbijstand kwalitatief onvoldoende is en onvoldoende toegankelijk. Als je achterstallig onderhoud aan een gebouw constateert, is het tijd daar wat aan te doen. Je kunt het niet doen, maar meestal loopt dat niet goed af. De rechtsbijstand is een essentieel onderdeel van de rechtsstaat, een belangrijk fundament van onze samenleving. Dat is te belangrijk om te laten versloffen.”