Column

Mooi

Marcel

De schilders in ons nieuwe oude huis stuurden me sms’jes. Dat ze lekker bezig waren, dat het al opschoot, dat ze op schema lagen en vooral de hele tijd de vraag of ik het al mooi vond worden. Ik oordeelde liever achteraf, als het werk gedaan was. De machinist van de trein kwam toch ook niet de coupé in om te vragen of wij ook vonden dat hij lekker aan het rijden was en zelf communiceerde ik toch ook niet naar de eindredactie dat de eerste zinnen van de dag alweer getypt waren.

„Wat wordt er van mij verwacht?” vroeg ik aan de vriendin.

Ze antwoordde: „Dat je normaal doet.”

Hier raakte ze de kern: ik wil wel, maar kan niet normaal doen tegen klusjesmannen, monteurs, reparateurs, loodgieters, elektriciens en wc-ontstoppers. En dus ook niet tegen schilders nam ik zomaar aan en ik vond het iets te gemakkelijk om meteen naar mezelf te wijzen als de grote schuldige.

De laatste ervaring was toen de verwarming stuk was.

Ik probeerde aan de keukentafel te werken terwijl hij even verderop onder een radiator lag met een lichaam waaruit af en toe een geluid ontsnapte.

„Wilt u koffie?”

„Doe geen moeite.”

Nul conversatie, ook niet over voetbal, alleen maar dat zwijgende gezwoeg.

Een goede vriend herkende het en vertelde hoe er hartje zomer drie zwetende Polen in zijn badkamertje bezig waren met wie hij nul communicatie had. Harde werkers, maar er kwam alleen maar een zacht grommend geluid uit. Hij had raketjes voor ze gehaald vanwege de hitte. Die waren in een hap weg.

Nee, ik liet de communicatie met de schilders en de tussentijdse inspectie van hun werk graag aan de vriendin over.

Ze trof ze aan de picknicktafel in de tuin, waar ze samen opgewarmde saté zaten te eten.

Ze stuurde een foto, waarop ze inderdaad leken te smullen.

De grootste van de twee had ‘Cash’ in de nek laten tatoeëren.

Ik vond ‘Cash’ wel heel erg duidelijk, maar dat was nou weer typisch zo’n belachelijke aanname van mij want hij bleek gewoon fan van de zanger Cash, die van ‘I walk the line’. Ze hadden een rondje langs alle muren gemaakt, over soorten verf en behang gepraat en elkaar YouTube-filmpjes laten zien. Het belangrijkst was dat het echte vakmensen waren en dat het resultaat ‘schitterend’ was.

Ze hadden haar gevraagd of ‘de baas’, dat was ik dan, dat zelf ook nog even kwam constateren als het klaar was. Ze had toegezegd, ik hoefde alleen maar even te komen om ‘mooi’ te zeggen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.