Miljoenentegenvaller dreigt voor nieuw kabinet

De regels voor vennootschapsbelasting moeten snel worden aangepast. Anders dreigt een tegenvaller van 400 miljoen euro ook nog verder op te lopen.

Wiebes in september voor de wekelijkse ministerraad. Foto Bart Maat / ANP

Een dag voor de beëdiging van het nieuwe kabinet dreigt het al een financiële tegenvaller tegemoet te zien van 400 miljoen euro. Als het nieuwe kabinet niet snel met maatregelen komt om de regels voor vennootschapsbelasting aan te passen zou die tegenvaller kunnen oplopen tot „enkele honderden miljoenen euro’s per jaar”.

Dat schrijft staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) op zijn laatste dag in functie – donderdag wordt hij beëdigd als minister van Economische Zaken en Klimaat – aan de Tweede Kamer.

De tegenvaller hangt samen met een juridische procedure die twee Nederlandse bedrijven met een dochtermaatschappij in het buitenland tegen de Belastingdienst hebben aangespannen. De twee bedrijven meenden recht te hebben op aftrek van rentekosten en valutaverlies op hun winstbelasting, maar de Belastingdienst stond dat niet toe. Cruciale vraag daarbij is of de buitenlandse dochterbedrijven in een zogeheten fiscale eenheid met hun Nederlandse moedervennootschap mogen worden gerekend, waardoor fiscale aftrek mogelijk moet zijn.

Spoedreparatiemaatregelen

De advocaat-generaal heeft woensdag het Hof van Justitie van de EU in Luxemburg geadviseerd de Belastingdienst in een van de zaken ongelijk te geven. Als het EU-hof het advies overneemt in een gerechtelijk vonnis, houdt de Belastingdienst er rekening mee dat „bij vele belastingplichtigen alsnog renteaftrek wordt toegestaan”, aldus Wiebes. Dit kan „zeer grote budgettaire gevolgen hebben”. Het hof volgt adviezen van de advocaat-generaal doorgaans, maar niet altijd, op.

De scheidend staatssecretaris stelt het nieuwe kabinet voor om snel met „spoedreparatiemaatregelen” te komen ten aanzien van de Wet op de vennootschapsbelasting, om zo de financiële gevolgen beperkt te houden. Omdat die wettelijke aanpassingen geen betrekking hebben op de nu nog openstaande belastingaanslagen over het verleden, zal de mogelijke uitspraak van het EU-Hof in elk geval zorgen voor een „incidentele belastingderving van 400 miljoen euro”.

De twee betrokken rechstzaken waren in juli vorig jaar door de Hoge Raad doorverwezen naar het EU-Hof in Luxemburg, omdat het typisch Nederlandse ‘fiscale eenheidsregime’ – en de kennelijke weigering van de Nederlandse fiscus om dat gunstige regime ook te laten gelden voor buitenlandse dochterbedrijven binnen de EU – op gespannen voet staat met het recht op vrije vestiging van bedrijven binnen de Europese Unie. Volgens een woordvoerder van Financiën is niet bekend wanneer het EU-hof tot een uitspraak komt.

Rutte III komt met vele fiscale plannen. Dat stelt hoge eisen aan de Belastingdienst, die het toch al moeilijk heeft. Lees ook: Veel twijfel of de Belastingdienst al die plannen wel kan uitvoeren