Recht & Onrecht

Het eigen zorgbudget stelt veel te hoge eisen aan de gewone patiënt

Wie hulpbehoevend is en een zorgbudget krijgt, kan aansprakelijk blijken als de zorgverlener fraudeerde. En dat komt veel te vaak voor. De Togacolumn van Matthieu Verhoeven.

ANP LEX VAN LIESHOUT

Het klinkt zo aardig en het lijkt zo’n goed systeem: als je een geconstateerde beperking hebt, word je een budget toegekend en dan kun je daarmee zelf precies de zorg inkopen die je nodig hebt.  Het PGB - het persoonsgebonden budget. En in een ideale wereld is dat waarschijnlijk ook een heel goed systeem, net zoals je in een ideale wereld waarschijnlijk ook geen Wetboek van Strafrecht nodig hebt. De dagelijkse werkelijkheid is weerbarstiger en het fenomeen PGB zorgt inmiddels ook voor werkgelegenheid in de civiele en strafsector van de rechtspraak.

Terugvordering

Het zorgkantoor of de gemeente verstrekt, nadat is vastgesteld dat iemand in aanmerking komt voor een bijdrage, het PGB. Het is echter de zorgbehoevende die contracteert met de zorgaanbieder en het is de zorgbehoevende die de uitgaven achteraf moet verantwoorden. Het is ook de zorgbehoevende die verklaart dat de noodzakelijke zorg is verleend. Is er ergens iets misgegaan (variërend van niet geleverde zorg tot onzinnige, althans niet tot zorg behorende uitgaven of boekhoudkundige onvolkomenheden), dan is in beginsel de zorgbehoevende aansprakelijk voor de terugbetaling van ten onrechte verstrekte gelden, ook al is de zorgaanbieder de frauderende partij. Het zijn de zorgkantoren of gemeenten die moeten zorgen voor de terugvordering van ten onrechte verstrekte gelden. Slechts indien de zorgbehoevende te goeder trouw is geweest en niet bij de fraude is betrokken, proberen de zorgkantoren bij de “zorgaanbieder” terug te vorderen.

Fraude verzekerd

Ook wie slechts licht wantrouwend is, zal hier reusachtige mogelijkheden voor geknoei en fraude vermoeden. En die mogelijkheden zijn er dan ook. Een aanmerkelijk deel van de zorgbehoevenden beschikt niet over de boekhouderseigenschappen die nodig zijn om een behoorlijke verantwoording van de gedeclareerde zorg te leveren. Voor deze mensen is het lastig om met, zoals juristen graag zeggen, justificatoire bescheiden (deugdelijke bewijsstukken) aan te tonen wat er wel en niet is gebeurd.

Iemand die bijvoorbeeld enkele uren per dag persoonlijke verpleging en verzorging nodig heeft, moet eigenlijk met een checklist en stopwatch in de hand nagaan of daadwerkelijk de overeengekomen zorg is geleverd. Indien vervolgens iets administratief schort aan de papierwinkel, is de verantwoording onvoldoende en moet de zorgbehoevende terugbetalen.

Daarnaast is de zorgbehoevende vaak afhankelijk van de zorgverlener, dus zal de neiging om deze erg kritisch te volgen niet groot zijn en zullen de bonnetjes, zo de zorgbehoevende al in staat is te beoordelen of er kwalitatief en kwantitatief conform bestek is geleverd, snel worden afgetekend.

De malafide zorgbureautjes tieren dan ook welig. Tot het de spuigaten uitloopt en de zorgaanbieder niet langer wordt geaccepteerd. De zorgbehoevende zit dan in de problemen: op zoek naar een andere aanbieder en terugbetalen. De malafide zorgaanbieder kan vrolijk verder, onder een andere naam of met een andere bv. (tekst vervolgt onder video)

Het geld is dan weg, ver weg. De leeggehaalde bv gaat failliet en de curator zit met de zoveelste lege boedel. En de zorgbehoevende die onder de schuldenlast bezwijkt zal veelal niet snel worden toegelaten tot de WSNP omdat de zo ontstane schuldenlast al vlot als niet te goeder trouw zal worden beschouwd.

Vorige week werd het resultaat van een beperkt onderzoek door de Nederlandse Zorgautoriteit bekendgemaakt naar fraude met PGB’s. De conclusies waren weinig verbazingwekkend: het fraudebedrag was groot (13,5 miljoen maar waarschijnlijk veel meer – zelfs met de beperkte blik die ik in mijn eigen arrondissement heb, durf ik wel te zeggen: véél meer), de mogelijkheden voor zorgkantoren om effectief te controleren en in te grijpen zijn zeer beperkt en fraudeurs kunnen probleemloos verder.

Helse klus

Het wordt een helse klus deze problemen op een effectieve manier op te lossen. Niemand zit te wachten op een volgende bureaucratische (semi-overheids)kolos die met behulp van doorgaans matig werkende automatisering deze problemen te lijf gaat met nieuwe regels en systemen. Maar wat dan wel? Certificering van zorgaanbieders en bekwaamheidseisen? Langdurige beroepsverboden voor zorgfraudeurs al dan niet in bv-vorm? Rechtstreekse verantwoording van de zorgaanbieder aan het zorgkantoor of de gemeente? Zorgkantoren en gemeenten een directe aanspraak geven op fraudeurs, naast eventueel die op de zorgbehoevende?

Duidelijk is wel dat er iets moet gebeuren. Het onderwerp komt herhaaldelijk op diverse agenda’s. Naast het feit dat fraude natuurlijk onverteerbaar is, geldt dat er op deze manier minder geld beschikbaar is voor degenen die het echt behoeven. En dat is ook in een niet ideale wereld niet acceptabel.

 

 

De Togacolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door een rechter, officier of advocaat.

Blogger

Matthieu Verhoeven

Matthieu Verhoeven studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte hij ruim tien jaar als advocaat. Hij is sinds 1994 rechter, in diverse functies, van kantonrechter tot sectorvoorzitter, vooral werkzaam in de civiele sector van de rechtbank in Almelo. Op dit moment doet hij vooral insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) en kort gedingen.