Het buitenhuis van de nieuwe minister is niet meer te huur

Nieuw in het kabinet

Wat kan, mag en moet een minister of staatssecretaris niet – of juist wel? Voor de nieuwkomers in Rutte III is er een handig zelfhulpboek. Zeven belangrijke vuistregels.

Van de 24 bewindslieden die deze week aantreden, waren er 18 niet eerder minister of staatssecretaris. Voor hen is er het Handboek voor bewindspersonen, waarin de belangrijkste regels en richtlijnen voor hun nieuwe baan staan opgesomd. Naast lessen staatsrecht – hoe liggen de verhoudingen tussen kabinet en Kamer? – biedt het handboek ook handvatten voor het dagelijkse werk van de bewindspersoon. De belangrijkste ervan op een rij.

  1. Zorg dat u fit bent en blijft

    Stress, weinig slaap en dagelijks dikke papierstapels huiswerk: het is not done er openlijk veel over te klagen, maar het ministerschap kan loodzwaar zijn. Niet voor niets wordt potentiële bewindslieden tevoren gevraagd naar hun gezondheid. De formateur benadrukt in het eerste gesprek de „zware fysieke eisen” die het ambt met zich meebrengt en vraagt: acht u zich daartoe in staat? Kandidaten die twijfelen of ze het fysiek aankunnen, kunnen een medische keuring ondergaan, maar verplicht is dat niet. De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) kan niet zeggen of dat in het recente verleden wel eens is gebeurd, noch of iemand zich om deze reden heeft teruggetrokken.

  2. Betaal (in principe) niks zelf

    De dienstauto, aanvullende beveiliging en communicatievoorzieningen: alles wordt voor bewindslieden geregeld en betaald uit de begroting van hun eigen ministerie. Het is daarom niet de bedoeling dat ze functionele uitgaven zelf voorschieten en declareren: dat mag alleen bij hoge uitzondering. Een paar dingen betalen bewindslieden wel zelf: hun outfit voor Prinsjesdag bijvoorbeeld, of de hapjes en drankjes tijdens een borrel voor ambtenaren aan huis. Wel krijgen bewindslieden voor die extra representatieve uitgaven een maandelijkse compensatie.

  3. Voorkom belangenverstrengeling

    De formateur vraagt bewindspersonen al hun nevenfuncties en -activiteiten neer te leggen. Dat betekent echt alle: ook vrijwilligersfuncties in clubs en verenigingen. Mag het zaterdagse biertappen op de voetbalclub dan ook niet meer? In een toelichting wil de RVD niet op specifieke situaties reageren, maar de dienst benadrukt dat belangenverstrengeling in elk geval voorkomen moet worden. Lid blijven mag in elk geval wel. Om belangenverstrengeling te voorkomen moeten bewindslieden ook afstand doen van „aandelen of risicodragende participaties” als de waarde daarvan in totaal meer dan 25.000 euro is. Beleggen in een fonds mag wel – behalve de minister van Financiën.

    Een appartement of buitenhuisje commercieel verhuren mag ook niet langer. Daarnaast moeten zakelijke en financiële belangen van de partner gemeld worden. Dat ging afgelopen kabinetsperiode nog mis: toen ontstond er twijfel over of minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz-van Haegen (VVD) vooraf voldoende duidelijk had gemaakt dat haar man aandelen bezat in een bedrijf terwijl dat nauwe banden met haar ministerie onderhield. Partners moeten verder, net als bewindslieden zelf, terughoudend zijn in het aannemen van geschenken. Cadeaus met een waarde van meer dan 50 euro die bewindslieden of hun partner in functie accepteren, moeten geregistreerd worden.

  4. Gebruik altijd de dienstauto

    Ook voor privéafspraken dienen bewindslieden de dienstauto te gebruiken. Ze moeten immers altijd snel en veilig ter plaatse kunnen komen. Dat geldt overigens niet tijdens een meerdaagse vakantie: daarvoor mag de dienstauto dan weer niet gebruikt worden. Het handboek benadrukt bovendien dat bewindslieden alleen bij hoge uitzondering een escorte kunnen krijgen, als ze met grote spoed ergens aanwezig moeten zijn. Ook voor dienstreizen zijn er duidelijke richtlijnen. Partners blijven bijvoorbeeld in principe thuis, zelfs als ze zelf hun verblijfskosten willen betalen. Alleen als het uitnodigende land nadrukkelijk ook de partner heeft uitgenodigd, kan hiervan worden afgeweken.

  5. Let op uw agenda

    Je moet als minister wel een heel goed excuus hebben om de vrijdagse ministerraad te missen. Alleen ziekte, een dienstreis naar het buitenland, een bezoek aan de koning of afspraak in het parlement worden als acceptabel gezien. Ook is aanwezigheid heilig tijdens debatten in de Tweede en Eerste Kamer die over jouw departement gaan. Het vragenuurtje, dinsdag tussen 14.00 en 15.00 uur, hoort een minister dan ook per definitie vrij te houden in zijn of haar agenda. Verder worden bezoeken aan grote sportevenementen binnen de ministerraad afgestemd, om oververtegenwoordiging te voorkomen. Voor het bezoek van een eredivisiewedstrijd hoeft dat niet, maar het is niet de bedoeling dat kabinetsleden zonder overleg vooraf op de tribune gaan zitten van een Europees Kampioenschap dat in Nederland plaatsvindt.

  6. Ken uw faciliteiten

    Verhuis je als bewindspersoon naar Den Haag, dan krijg je een verhuisvergoeding. Verhuis je niet en woon je op ten minste 50 kilometer afstand, dan kan je een gemeubileerde „verblijfsvoorziening” krijgen.

    Voor zakelijke afspraken staat bewindslieden daarnaast een hele batterij locaties ter beschikking. Zo kunnen ze, mits tijdig gereserveerd en voor „officiële aangelegenheden”, gebruik maken van het Catshuis, het Johan de Witthuis en de Grafelijke Zalen, waaronder ook de Ridderzaal. Voor recreatie is bovendien het Jachthuis St. Hubertus op de Hoge Veluwe beschikbaar, waar bewindslieden, tegen betaling, met maximaal acht personen maximaal drie nachten mogen verblijven.

  7. Zwijgen is goud

    De communicatieregels zijn helder: als over een onderwerp binnen de ministerraad nog geen overeenstemming is, dan zwijgen ministers hierover naar buiten. Hetzelfde geldt voor het beleid van collega’s: daarover zwijgt men ook. Een apart lemma in het handboek is gewijd aan informatie over financiële instellingen, omdat ministeriële uitlatingen hierover van grote invloed op de markten kunnen zijn. Daarvoor geldt de zwijgplicht dus nog nadrukkelijker, en alle informatie die de minister van Financiën tijdens de ministerraad verstrekt, blijft binnenskamers. Ook belangrijk: vanuit de Trêveszaal wordt niet getwitterd. En houdt privé- en werkmail gescheiden. De regels in Nederland zijn niet zo streng als in de Verenigde Staten, waar een onderzoek naar het e-mailgedrag van Hillary Clinton haar zwaar schaadde in de presidentsrace. Wel moeten bewindspersonen hiermee „terughoudend zijn” en in elk geval geen geheime stukken verzenden. Hierover kan scheidend minister Henk Kamp meepraten: hij raakte afgelopen ambtsperiode in opspraak om het gebruik van zijn privémail voor werk.

Illustraties Fokke Gerritsma