Dokters en leraren willen niet werken als machientjes

Brandbrief

Elf organisaties uit onder meer het onderwijs en de zorg klagen samen de regeldruk aan. Vertrouw ons weer, zeggen ze tegen het nieuwe kabinet.

Foto Bram Petraeus

Of het nu demonstrerende onderwijzers waren, wanhopige huisartsen, of overwerkte psychiaters: kwamen ze de laatste maanden met protesten in het nieuws, dan viel vroeg of laat de klacht: we hebben te veel administratieve taken. We zitten te veel met onze neus in de papieren (lees: voor het computerscherm) en we hebben te weinig tijd voor het helpen van mensen.

Nu zijn de vertegenwoordigers van elf organisaties uit onder meer de zorg, het onderwijs en de volkshuisvesting bij elkaar gekomen om te kijken: kunnen we hier samen iets aan doen?

Het antwoord staat in een brandbrief die ze deze woensdag aan het komende kabinet en de Tweede Kamer sturen. Hun conclusie: de controle op semi-publieke instellingen en de regels waaraan zij moeten voldoen, zijn doorgeschoten. Zij roepen het kabinet op een einde te maken aan de „opstapeling van verantwoordingseisen”. De branche-organisaties pleiten voor meer verantwoordelijkheid voor professionals, minder regelgeving en meer ruimte om zelf te beslissen over wat past.

De elf organisaties zijn Aedes, PO-raad, Actiz, VNG, VTW, Federatie Opvang, GGZ Nederland, RIBW, VO-raad, Leger des Heils en VGN. Zij vertegenwoordigen samen meer dan een miljoen werknemers uit het maatschappelijk middenveld. Het is nieuw dat zo’n grote groep van organisaties besluit tot gezamenlijke actie.

De problemen per sector hangen dan ook samen, zegt Marnix Norder, voorzitter van Aedes en initiatiefnemer van de brief. „Vroeger vertrouwden we instituten als scholen en zorgorganisaties”, zegt Norder, „Na grote schandalen in verschillende sectoren zijn we als samenleving veel meer de vinger aan de pols gaan houden. Toezicht en controle zijn goed, maar we constateren nu dat we daarin zijn doorgeschoten. Daarom zeggen we: ‘stop daarmee!’”

Het gevolg van de vele administratieve taken is dat professionals een te hoge werkdruk ervaren en gedemotiveerd raken, zegt Norder. „We zien dat het niet meer gaat over mensen helpen, maar over lijstjes afwerken. Daar worden professionals op beoordeeld. Zo maak je machientjes van bevlogen mensen, terwijl je hun kennis en kunde moet gebruiken.”

„Iedere organisatie die wij benaderd hebben wilde meteen meedoen”, zegt Norder. Ze timeden hun actie op het aantreden van het nieuwe kabinet: „Het CDA en de ChristenUnie zien het maatschappelijk middenveld als wezenlijk element van hun visie op de samenleving. En D66 staat voor de ruimte voor het individu.”

In het regeerakkoord staat dat men nog te vaak „verzandt in gedetailleerde regelgeving vanuit de overheid” en dat „professionals meer ruimte verdienen”. „Dat is niet geheel toevallig”, meent Norder, die zegt met diverse onderhandelaars en woordvoerders contact te hebben gehad.

Eerdere protesten leverden weinig op, al bracht het vorige kabinet de kosten van regeldruk in Nederland met 2,5 miljard euro terug. Volgens het ‘Adviescollege toetsing regeldruk’ merken burgers en bedrijven daar echter weinig van, omdat nieuwe wetgeving niet aansluit op de samenleving. Recentelijk kregen leraren in het basisonderwijs na verschillende acties, waaronder een dag staking, een half miljard euro extra, onder andere om de werkdruk te verlagen.

Ellen Hak (33): ‘Voor alles moeten we toestemming vragen’

Foto’s Bram Petraeus

Coördinator peuterdagcentra in Amersfoort bij Amerpoort, een organisatie voor verstandelijke beperkten

‘Mijn functie is eigenlijk gecreëerd om te voorkomen dat de administratie ten koste gaat van het werk met de verstandelijke beperkte kinderen tussen de 1 en 5 jaar, die wij zorg bieden. Er komt zoveel bij kijken qua regelwerk, dat je anders geen tijd meer zou overhouden om met de peuters bezig te zijn. Ik ben dus wel lid van het team, maar houd me als enige niet inhoudelijk met de kinderen bezig.

„Mijn voornaamste taak is het regelen van beschikkingen, het papierwerk waarmee de zorg voor de kinderen gefinancierd wordt. Daarvoor heb ik contact met ouders over de beperkingen van het kind, met het wijkteam van de gemeente over de financiering, met zorgspecialisten over de zorg. Voor alles hebben we toestemming nodig van de ouders, zelfs voor een bedje mét of zonder hekje.

„Per nieuw kind ben ik ongeveer zes uur bezig om alles te regelen. Zeker vlak na de zomer, als veel ouders een nieuwe locatie zoeken, kan het echt heel druk worden. Mijn werk is eigenlijk nooit klaar, ook omdat je overal continu achteraan moet zitten. Dan bel ik het wijkteam om te vragen waar het geld blijft, blijkt de aanvraag bij de basisadministratie van de gemeente liggen. Daar moet je weer op wachten, en ik moet de ouders vertellen dat we hun kind nog niet kunnen opvangen. Die worden er gek van.

„Minder regels en meer vertrouwen, dat zou fijn zijn. Dan kunnen we meer contact hebben met ouders over de voortgang van hun kind. Ik wil ook graag een methode ontwikkelen die we op elk kind, hoe divers in zijn beperkingen ook, kunnen toepassen. Maar ik kom er nu niet aan toe.”

Floor Tweeboom (40): ‘De administratieve druk is flink toegenomen’

Verhuurmedewerker bij woningcorporatie Mitros in Utrecht

Foto Bram Petraeus

‘Ik zorg ervoor dat sociale huurwoningen die door de huurders worden opgezegd, weer opnieuw worden aangeboden via advertenties. Ook help ik bij het realiseren van doelstellingen, zoals de afspraak statushouders en kandidaten voor wonen met zorg te huisvesten.

„De administratieve druk is sinds de invoering van het passend toewijzen in 2016 flink toegenomen. We moeten bij elke verhuring nagaan of alles past qua inkomen, qua aantal inwoners, qua huurprijs. Ook het compleet maken van dossiers, met name van statushouders, kost veel tijd. Dat is eigenlijk het werk van vluchtelingenorganisaties, maar daar werken veel vrijwilligers die lang niet allemaal weten wat ze aan moeten leveren.

„Ik ben een werkende moeder, dus om kwart over drie moet ik bij het schoolplein zijn om mijn dochter op te halen. Omdat ik 24 uur per week werk – ik heb een parttime-functie net als alle anderen op mijn afdeling – moet ik keuzes maken wat ik wel en niet doe op een dag. Contracten voor nieuwe huurders krijgen dan de prioriteit. Zo hadden we afgelopen zomer een kleine achterstand, waardoor we niet aan een stapel aanvragen voor woningruil toekwamen. Niet dat we die huurders niet willen helpen, maar zij hebben in principe een dak boven hun hoofd, anderen niet.

„We houden ons aan beleidsafspraken en regels en procedures, maar soms is er zo’n schrijnende situatie waarin het beleid niet voorziet, dat je toch maatwerk wil leveren. Door de hoge werkdruk is dat wel lastig. Er lopen best wel wat collega’s rond met burn-outachtige verschijnselen. Ik kan het gelukkig redelijk relativeren: als ik over mijn grenzen ga, heeft mijn werkgever er niks aan.”

Tessa van den Brink (26): ‘Je moet continu dossiers aanvullen’

Lerares op basisschool De Regenboog in Reeuwijk

Foto Bram Petraeus

‘Als juf van groep 8 met 28 leerlingen begin ik meestal een half uur voordat de kinderen binnenkomen. Ik probeer alvast wat mailtjes van ouders te beantwoorden. Tijdens de lunch kijk ik vaak, terwijl ik eet, van alles na. En na de lessen, die om 15.00 uur stoppen, ben ik nog zeker twee uur bezig met de administratie.

„Je bent continu bezig met het aanvullen van dossiers: het leerlingendossier met testresultaten en gedragsproblemen, en het handelingsplan waarmee je kinderen inschaalt op basis van hun niveau. Het voelt alsof je op elk moment verantwoording af moet leggen. Want als je iets niet invoert, dan is het net alsof het niet gebeurd is.

„Ik heb zo veel administratieve taken dat ik mezelf er vaak op betrap dat ik niet bezig ben met het belangrijkste: het lesgeven van kinderen. Dan heb ik een les gegeven en denk ik achteraf: ‘Ik had hier zoveel meer mee kunnen doen.’ Maar ik heb er geen tijd voor.

„Ik heb niets tegen documenteren, dat is de manier waarop wij verantwoording afleggen aan de ouders. Maar we zijn doorgeschoten. We moeten zoveel opschrijven dat ik het overzicht verlies, terwijl de administratie er juist is om dat te behouden. Zelfs de kinderen hebben het door, de grote stapels papier op mijn bureau. Kleinere klassen zouden een groot verschil maken, en een duidelijkere richtlijn over hoe we moeten documenteren.”