Recensie

Dirigent Herreweghe delft magie van Mariavespers op

Klassiek

Dirigent Philippe Herreweghe en zijn Collegium Vocale Gent weven patroon van heldere lijnen en kleuren in Monteverdi’s meesterwerk.

Dirigent Philippe Herreweghe en zijn en zijn Collegium Vocale Gent zijn op tournee met Monteverdi’s Mariavespers.

Sommige muziek kan zelfs een verstokte atheïst slechts betitelen als „hemels”. Iedere andere benaming gaat voorbij aan de kracht van Claudio Monteverdi’s Mariavespers. Hierin wordt niet alleen het hogere en het eeuwige bezongen, maar ook de noten zelf roepen de sfeer aan iets bovenaards op.

Zonder de vertolkers kan dat wonder zich uiteraard niet voltrekken. Eens zei een concertbezoeker tegen violist Jascha Heifetz dat diens Guarneri zo mooi kon zingen. Waarop de musicus het instrument uit de koffer nam, hem voor zijn oor hield en antwoordde: „Ik hoor niks.”

Met zijn Collegium Vocale Gent delfde dirigent Philippe Herreweghe de magie uit Monteverdi’s partituur op. In het ‘Nigra sum’ klom het „surge amica mea” – sta op, mijn liefste - de hoogten in alsof de bekoorlijke dochter van Jeruzalem daadwerkelijk opstond om zich door de koning te laten beminnen.

De muziek, vond de componist, is de dienaar van het woord. De poëzie van dit liefdeslied ademt een Hans Lodeizen-achtige intimiteit, waarin natuur de metafoor van erotiek wordt. En tegenover deze aardse verleidingen plaatst Monteverdi het rotsvaste geloof van de psalmen. In zijn Mariavespers bundelde hij alle muzikale macht van verleden, heden en toekomst. Hij vermengde de abstracte liturgie van het „ere zij de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest” met menselijke verlangens, een aanpak die via de nodige omwegen ruim een eeuw later uitmondde in Bachs Matthäus-Passion.

Herreweghe bracht de stemmen van koor en solisten, strijkers, blazers en het zacht golvende orgel samen als draden in een weefgetouw, die een patroon van heldere lijnen en kleuren vormden.

En dan schitterde het dertiende en laatste onderdeel, het ‘Magnificat’, als een mirakel op zich, waarin Monteverdi en Herreweghe een universum – nee, een hemel – schiepen. Het genie van componist en vertolkers vloeiden aan dit slot naadloos ineen.