Commentaar

Klassiek kiezersbedrog

Zeer weloverwogen besloot Jeroen Dijsselbloem vorig jaar zich wederom kandidaat te stellen als Tweede Kamerlid voor de PvdA. Sterker nog, de minister van Financiën eiste het afgelopen najaar zelfs een hogere plek op de lijst op, toen hij genoegen dreigde te moeten nemen met een vijfde plaats. Het partijbestuur zette hem vervolgens op nummer 3. Bij de verkiezingen van 15 maart kreeg Dijsselbloem 51.695 voorkeurstemmen, het hoogste aantal na lijsttrekker Asscher.

Hij beschikt dus over een groot mandaat. Desondanks heeft Dijsselbloem de Tweede Kamer dinsdag verlaten, zonder er sinds de verkiezingen ‘echt’ in te hebben gezeten. Hij moest zijn Kamerlidmaatschap immers combineren met het demissionaire ministerschap van Financiën dat donderdag afloopt en het voorzitten van de Eurogroep dat tot januari duurt. Als argument voor zijn voortijdig vertrek schrijft Dijsselbloem in zijn afscheidsbrief aan Tweede Kamervoorzitter Arib niet over „de vuurkacht” te beschikken om de PvdA er weer bovenop te helpen.

Jammer dat deze zelfkennis pas na de verkiezingen is ontstaan. Toen Dijsselbloem zich vorig jaar kandideerde was bekend dat zijn partij er niet florissant bij stond. Dat de gevierde minister zich desondanks beschikbaar stelde was een duidelijk signaal aan de kiezer.

Diezelfde kiezer laat Dijsselbloem nu in de steek. Hij bezondigt zich met zijn snelle vertrek aan een klassiek geval van kiezersbedrog. Helaas is hij niet de enige. Te vrezen valt dat er de komende tijd nog velen zullen volgen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.