Onderwijs

Leerlingen die nooit boek of pen meenemen, kunnen beter wegblijven

Onderwijsblog Ongemotiveerde jongeren verstoren alleen maar de les. Nu wil het kabinet dat ze tot hun 21e op school blijven als ze geen werk hebben. Beter niet, vindt vavo-docent Vincent Fiddelaar.

Foto Arie Kiviet / ANP

Het schooljaar is nog net begonnen en op het voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) heeft een groot aantal leerlingen al weer meer dan de helft van de lessen verzuimd. Op het mbo is dat niet veel anders. Het verzuim is hoog op de ROC’s in Nederland, waar mbo-opleidingen worden aangeboden en waar het vavo is ondergebracht. Ik zie het op de twee scholen waar ik zelf werk en ik hoor het ook van collega’s die op andere scholen werkzaam zijn.

Startkwalificatie
Jongeren tussen de 16 en 18 jaar zijn verplicht een startkwalificatie te halen. Het nieuwe kabinet wil die leeftijd verhogen naar 21 jaar. Een startkwalificatie is (minimaal) een havo-diploma, vwo-diploma of een mbo-diploma op niveau 2 of hoger. Ze moeten dus verplicht naar school. Deze maatregel moet de kansen van startende jongeren op de arbeidsmarkt vergroten.

In de dagelijkse schoolpraktijk blijkt echter dat een deel van de jongeren zonder startkwalificatie te weinig motivatie heeft om school af te maken. Gevolg: ze blijven weg. Het kost mentoren en begeleiders op ROC‘s heel veel moeite om deze leerlingen bij de les te houden. Ze worden thuis gebeld, er worden gesprekken gevoerd op school, ouders worden erbij betrokken. Alles wordt in het werk gesteld om de leerling te stimuleren en motiveren. Dit kost heel veel arbeidsuren en dus geld.

Trekken aan een dood paard

Het probleem is dat je iemand niet kunt dwingen te leren. Een docent zei het enkele jaren geleden in een documentaire op tv heel treffend:

„Je kunt een paard wel naar het water brengen, maar het niet dwingen te drinken.”

Als een leerling op het mbo of het vavo te veel lessen heeft verzuimd, volgt een gesprek met de leerplichtambtenaar. Dat is in de praktijk een tandeloze tijger. Boetes worden zelden opgelegd. Het blijft bij praten en luisteren naar waarom de leerling niet naar de les is geweest. Dan volgt een waarschuwing en/of veel begrip voor de problemen die als reden voor het verzuim naar voren worden gebracht. Voorafgaand aan de komst van de leerplichtambtenaar heb ik zelf als mentor vaak gesprekken gevoerd met jongeren die veel spijbelden. Dat leidde meestal niet tot het einde van het ‘ongeoorloofde verzuim’, zoals dat zo mooi heet. Natuurlijk is het je taak als docent leerlingen te motiveren en te stimuleren, een luisterend oor te bieden voor hun soms schrijnende problemen, maar het houdt een keer op. Het heeft geen zin om aan een dood paard trekken. It takes two to tango!

Ongemotiveerd in de klas

Leerlingen die dan toch naar de les komen, maar niet de motivatie kunnen opbrengen, vergeten vaker hun boeken mee te nemen. Ik heb leerlingen zien binnenkomen met niets: geen boek, geen schrift, geen map, geen pen, geen laptop of Ipad. Maar wel met hun telefoon en een blikje energydrink. Die zitten tegen hun zin de tijd uit en zeggen soms letterlijk dat ze alleen maar komen voor het vinkje achter hun naam op de presentielijst. Dat voorkomt achteraf gezeur. Dit ondermijnt het leerproces in de klas en heeft een negatieve invloed op de grote groep welwillenden. In de docentenkamer wordt juist daar veel over geklaagd, over ongemotiveerde jongeren in de klas die alleen maar met hun telefoon bezig zijn en zo de les verstoren.

Differentiatie in aanwezigheid

Differentiatie tijdens de les is heel belangrijk: je probeert als docent rekening te houden met verschillen tussen leerlingen en hun verschillende leerstijlen. Ik pleit voor differentiatie in aanwezigheid. Laat jongeren vrij om wel of niet naar de les te komen zodra ze definitief het reguliere voortgezet onderwijs hebben verlaten. Er zijn nou eenmaal leerlingen die zich heel moeilijk kunnen schikken in het systeem van op tijd naar het lokaal komen. Soms is dat omdat ze dat deel van de lesstof al lang beheersen of het liever thuis zelf uitzoeken. Niet iedereen heeft alle lessen van de opleiding nodig om die startkwalificatie te halen.

Als de kwalificatieplicht in plaats van te worden verhoogd naar 21 jaar wordt afgeschaft, zou dat heel veel geld kunnen opleveren. Al die uren door bovenmodaal verdienende werknemers in het onderwijs kunnen dan worden besteed aan kwaliteitsverbetering of aan kleinere klassen. Het zal de arbeidsvreugde van docenten vergroten.

Maar het is niet ondenkbaar dat als jongeren de vrijheid krijgen om van school weg te blijven, velen daarvoor zullen kiezen. Dan zal de werkgelegenheid in het onderwijs teruglopen. Er zullen meer hangjongeren komen op straat en misschien zal ook de criminaliteit hierdoor toenemen. Anderen zullen met plezier aan het werk gaan en misschien na enige tijd tot het besef komen dat als ze niet terug naar school gaan, ze de rest van hun leven dat saaie en slecht betaalde baantje moeten blijven doen.

Vincent Fiddelaar is docent geschiedenis en maatschappijwetenschappen.