De Canon vind je óók in je eigen buurtmuseum

Meer canon

Twaalf musea gaan samenwerken bij het tonen van de Canon van Nederland. Want die is echt niet alleen te zien in het Rijksmuseum.

Kerkinterieur met beeldenstormers, Hendrik van Steenwijck II, ca 1610-1630, Museum Prinsenhof. Foto Tom Haartsen/Cultuurmaatschappij

Op donderdag 28 september lekte uit dat de vier partijen die een kabinet aan het formeren waren, alle scholieren „ten minste één keer” het Rijksmuseum wilden laten bezoeken. Nog geen week daarvoor, 23 september, was in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem de Canon van Nederland opengegaan, een overzicht van de geschiedenis aan de hand van vijftig historische canonvensters. Directeur Willem Bijleveld schreef meteen een mail aan één van de onderhandelaars: was hier geen sprake van een gemiste kans?

Of het daardoor is gekomen of niet, in het uiteindelijke Regeerakkoord staat na de zin over het Rijksmuseum nu dat „we investeren in het beter zichtbaar maken en zo mogelijk toegankelijk maken van historische plaatsen in het land die het verhaal van onze geschiedenis vertellen”. Ook, staat er, moet de canon met de vijftig vensters „hierbij leidend zijn”.

Dat ‘beter zichtbaar en zo mogelijk toegankelijk maken’ kan sinds dinsdagmiddag. Toen presenteerden twaalf musea een samenwerkingsverband rond ‘topstukken in de geschiedenis van ons land’. Bedoeling, zei Willem Bijleveld bij die gelegenheid in Museum Prinsenhof in Delft, één van de deelnemers: „We willen graag dat mensen naar een museum in de buurt gaan. Ze moeten weten dat onze geschiedenis ook daar te vinden is.”

Oranje labels

Concreet betekent het samenwerkingsverband dat in een aantal musea nu een oranje gekleurd label hangt bij zo’n topstuk. In Museum Prinsenhof is dat bijvoorbeeld het geval bij de twee kogelgaten van de moord op Willem van Oranje. Het label vermeldt dat de gaten horen bij het historische venster ‘Willem van Oranje’ en dat wie meer wil weten, terechtkan op de canonvannederland.nl: „De canon neemt je in vijftig vensters mee langs mensen, gebeurtenissen en voorwerpen die samen de geschiedenis van Nederland vertellen.”

Portret van Johannes Jacobus Cornelis Huydecoper uit Elmina, Ghana, Guinee-kust, 1870-1890, Amsterdam Museum.

Foto Tom Haartsen/Cultuurmaatschappij

Net als bij de kogelgaten, gaat het bij de topstukken zo nu en dan om lastig verplaatsbare objecten. Zij zouden niet kunnen worden uitgeleend aan de Canon van Nederland in het Openluchtmuseum. Zoals bijvoorbeeld een hunebed en een steentijdhuis uit het Hunebedcentrum in Borger (venster ‘Hunebedden, jagers en boeren’) of een pantservoertuig van de Nederlandse blauwhelmen in Bosnië uit het Nationaal Militair Museum (venster ‘Srebrenica, een mislukte vredesmissie’). Daarnaast zijn het regelmatig voorwerpen die nu eenmaal thuishoren in een bepaald museum: de negen atlassen van Joan Blaeu in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam , de boekenkist van ‘het orakel van Delft’ Hugo de Groot in Museum Prinsenhof, een brandmerk en een ijzeren voetboei uit Suriname in het Amsterdamse Tropenmuseum.

Nog eens tien musea

In totaal gaat het om veertig gelabelde topstukken, waarvan negen betrekking hebben op de slavernij. Ook de Canon van Nederland in het Openluchtmuseum besteedt extra aandacht aan dit venster. Volgend jaar sluiten nog eens tien musea zich aan bij het samenwerkingsverband. Dat zullen opnieuw enkele grotere zijn (Spoorwegmuseum, Paleis Het Loo), maar ook kleinere zoals het Eise Eisinga Planetarium in Franeker en het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk. Idealiter doen uiteindelijk een dertigtal musea mee, uit alle provincies. Debatten, rondleidingen en speciale exposities zullen op elkaar worden afgestemd.

Foto Tom Haartsen/Cultuurmaatschappij
IJzeren voetboei en brandmerk uit Suriname, 19de eeuw, Tropenmuseum.

Foto Tom Haartsen/Cultuurmaatschappij
IJzeren voetboei en brandmerk uit Suriname, 19de eeuw, Tropenmuseum.
Foto Tom Haartsen/Cultuurmaatschappij

Intussen is directeur Willem Bijleveld van het Openluchtmuseum opnieuw „een mailoffensief” gestart. „De canon wordt uitgereikt aan jongeren die de leeftijd van achttien jaar bereiken”, staat ook in het Regeerakkoord. Aan die tekst valt weinig meer te veranderen, maar toch. Bijleveld: „Achttien jaar, dat is absurd. Of laat ik zeggen: bevreemdend. Tegen die tijd kennen die jongeren de canon al lang.”

Het Openluchtmuseum heeft sinds de opening van de Canon van Nederland een gelijknamig boek beschikbaar, gericht op scholieren aan het einde van de basisschool of het begin van het middelbaar onderwijs. Ook het Wilhelmus staat erin afgedrukt, inclusief uitleg („Wist je dat het Wilhelmus een propagandalied voor Willem van Oranje was?”) Bijleveld: „Als het kabinet dat zou willen, kunnen we dat boek zo ter beschikking stellen.”