Catalaans conflict is ook mediaoorlog

Spanje

Spanje dreigt ook bij de publieke regiozenders in Catalonië in te grijpen. De strijd om de beeldvorming laait hoog op.

Demonstranten wonen een protest bij tegen de Catalaanse televisiezender TV3 in Barcelona, eerder deze maand. Foto Rafael Marchante/Reuters

Vicent Sanchis Llàcer gaat direct in de tegenaanval als een journalist van tv-zender La Sexta hem op de man af vraagt of hij een independentista is. „Ik zal u antwoord geven. Maar waarom is het van belang om mij nu opeens deze vraag te stellen? Het gaat er toch om dat ik zo goed mogelijk mijn werk doe? Daarbij is mijn persoonlijke voorkeur toch niet van belang? Dat is me nog nooit gevraagd door wie mij dan ook controleert. Als u het echt wilt weten. Ja, ik ben independentista”, stelt de directeur van TV3 op La Sexta.

De Spaanse en Catalaanse media mengen zich vol in de strijd tussen de Spaanse regering en de separatisten. Beide kampen beschuldigen elkaar ervan via de journalistiek een propagandaoorlog te voeren. Bij talkshows preken gasten vooral voor eigen parochie, journaals berichten eenzijdig. Soms wordt nieuws uitvergroot of juist verzwegen.

De Spaanse premier Mariano Rajoy dreigt de Catalaanse publieke omroepen TV3 en Catalunya Ràdio zelfs onder curatele te plaatsen om „een evenwichtige verspreiding” van het nieuws af te dwingen. Dat zou betekenen dat de Catalaanse televisiebaas Sanchis Llàcer zou moeten plaatsmaken voor een stroman van ‘Madrid’. „Het verbaast me niet dat dit wordt voorgesteld. Dat zou een zeer ernstige maatregel zijn waarbij de vrijheid van meningsuiting in het geding komt”, zegt Sanchis Llàcer in zijn kantoor in San Joan Despí.

In San Joan Despí, even buiten Barcelona, huist sinds begin jaren tachtig de Catalaanse omroep. Op het mediapark staat op doeken talloze malen het woord ‘democratie’ geschreven. De bijdrage van de regioregering bedroeg in 2016 ruim 230 miljoen euro. Zo’n 2.300 werknemers verzorgen de dagelijkse programmering waarvan circa 60 procent uit nieuws en actualiteiten bestaat. Alle uitzendingen zijn in het Catalaans. „Logisch”, vindt Sanchis Llàcer want TV3 is volgens hem „een onderdeel van de Catalaanse cultuur geworden net zoals de BBC dat in Groot-Brittannië is.”

Sanchis Llàcer deed in de voorbije dagen zijn verhaal aan talloze buitenlandse media. „Ongeveer 25 procent van de Catalanen volgt het nieuws via ons. Dat zijn er heel veel. Maar dat betekent dat de overgrote meerderheid andere bronnen gebruikt. Voor ons een bewijs dat de pers in Catalonië redelijk pluriform is”, zo beweert hij.

Toch krijgt TV3 van verschillende kanten kritiek omdat de toon van de programma’s te nationalistisch zou zijn. Zo kondigden de politicologen Joan López Alegre en Nacho Martín Blanco twee weken geleden in een artikel in de krant El País aan niet langer bijdrages te willen leveren aan TV3 en Catalunya Ràdio. Onder de kop ‘Vaarwel, circus van de haat’, hekelden ze de werkwijze van deze media. „Onze aanwezigheid bij talkshows diende slechts als een alibi voor de zogenaamde pluriformiteit”, schrijven ze.

Sanchis Llàcer zucht als het voorbeeld wordt aangehaald. „We hebben ongeveer honderdvijftig medewerkers die stelselmatig in programma’s optreden. En velen daarvan zijn tegen afscheiding van Catalonië. Daarvan zijn er nu twee weggelopen. En dat doen ze uit politieke motieven. We zullen blijven proberen andere geluiden te laten horen, zoals ik me verplicht voel mijn verhaal te doen bij de zenders uit Madrid.”

De Spaanse regering en de Catalaanse separatisten proberen via de media niet alleen hun eigen publiek te bespelen, maar ze doen ook verwoede pogingen de internationale media voor zich te winnen. Het verschil in informatievoorziening tussen ‘Madrid’ en ‘Barcelona’ is enorm.

De benadering vanuit het regeringspaleis Moncloa is formeel. Rajoy ziet het vooral als een interne Spaanse zaak. Correspondenten worden individueel benaderd deel te nemen aan briefings waarbij de standpunten van de regering off the record in een historische context worden geplaatst. Verzoeken om interviews met Rajoy of betrokken ministers zijn kansloos.

Hoe anders is dat in Catalonië. Regiopresident Puigdemont heeft zelfs een speciale spindoctor voor buitenlandse media, die de correspondenten via WhatsApp van een constante stroom van informatie voorziet. Hij stuurt de agenda van Puigdemont, vertaalt teksten van speeches in het Engels en het Frans, kondigt manifestaties aan, maar verspreidt ook beelden van Spaanse agenten die inslaan op ‘onschuldige’ stemmers.

Eén ding is duidelijk. De grenzen tussen journalistiek en propaganda zijn bij de strijd om een onafhankelijk Catalonië steeds vager geworden.