Bescheiden bluesman drukte ferm stempel op popmuziek

Fats Domino 1928-2017

Fats Domino wist met zijn ontspannen r&b een wit publiek te bereiken in een tijd dat zwart en wit in de VS nog strikt gescheiden waren. Hij inspireerde The Beatles en Rolling Stones.

Rock-‘n’-roll-pionier en pianist Fats Domino in 1956. Hij werd bekend met hits als ‘Blueberry Hill’ en ‘Ain't That A Shame’. AP

De losse maar trefzekere linkerhand die een loom swingpatroon neerlegt voor de gebroken akkoorden van de rechterhand; de pianostijl van Fats Domino bleef gedurende zijn zestigjarige carrière onveranderd en onmiddellijk herkenbaar. Net als zijn stem die zachter was dan je zou verwachten van zo’n kolossale man. Hij liet de rauwe rhythm and blues van New Orleans ontspannen klinken en werd de ideale cross-overman van een zwart genre voor de witte markt. Uitgezonderd Elvis Presley, was er geen rock-’n-rollartiest die meer platen verkocht in de jaren vijftig.

Domino overleed dinsdag in New Orleans op 89-jarige leeftijd volgens Amerikaanse media.

Met Fats Domino sterft een van de laatste groten der rock-’n-roll en verliest muziekstad New Orleans een van zijn prominentste zonen. Hoewel zijn invloed na de jaren zestig, toen Britse bands als The Beatles hem voorbijstreefden, weinig meer voorstelde, bleef Domino nog decennialang volle zalen trekken. Vernieuwen deed hij niet, maar zijn stempel had hij toen al ferm op de muziekgeschiedenis gedrukt.

Al eerder rouwde de muziekwereld om Fats Domino. In 2005 was zijn buurt, de straatarme Lower Ninth Ward, in New Orleans het zwaarst getroffen door orkaan Katrina. De verlegen en bescheiden Domino was er ondanks zijn wereldsucces altijd blijven wonen. Op zijn ondergelopen huis verscheen in die chaotische dagen de tekst R.I.P. Fats. You will be missed. Hij bleek geëvacueerd.

Op een dag in 1949 ging een schuchtere jongeman van ruim honderd kilo zwaar achter de piano zitten in een klein studiootje in New Orleans. Zijn linkerhand pompte het schema van de bluesklassieker ‘Junker’s Blues’ door de ruimte. Antoine Domino Jr., zoals hij eigenlijk heet, zong zijn eigen tekst: „They call, they call me the Fat Man, ’cause I weigh two hundred pounds.” Omdat andere instrumenten in de krakkemikkige studio niet boven die piano uitkwamen, imiteerde hij bij wijze van muzikale break een gedempte trompet met zijn stem. Maar het was vooral het ritme, de backbeat, die de aanwezige scout van Imperial Records verraste.

‘The Fat Man’ wordt regelmatig aangedragen als kandidaat voor ‘eerste rock-’n-rollhit ooit’. Voor Fats Domino was het niets anders dan wat hij al jaren deed in de bars van de Lower Ninth Ward, waar de piano en blazers alomtegenwoordig waren onder de zwarte bewoners. Zoals de meeste buurtgenoten was ook hij opgegroeid in een gezin dat vertakkingen had in de jazzdynastieën van de stad.

Ook aanwezig in de studio was Dave Bartholomew, de man die verantwoordelijk zou worden voor de typische Fats Domino-sound. Domino speelde al langer in de band van Bartholomew, een van de beste dansbands van dat moment, maar nu werd duidelijk dat hij ondanks zijn verlegen karakter geen sideman was, maar een frontman.

‘The Fat Man’ scoorde flink in de zwarte hitlijsten, en vele hits volgden. De markt was toen nog strikt gescheiden tussen zwart en wit, maar daar kwam verandering in toen rock-’n-roll werd ontdekt door een wit publiek. Het eerste nummer waarmee Domino de witte Billboard 100 bereikte, was ‘Ain’t That A Shame’. Domino werd de best verkopende zwarte rock-’n-roll-artiest. Tussen 1955 en 1963 scoorde hij 35 top-40-hits. Van veel van zijn platen werden meer dan 1 miljoen exemplaren verkocht. Aan het einde van zijn leven stond de teller op ruim 65 miljoen verkochte platen.

In 1956 werd hij ook de eerste zwarte rock-’n-rollster op televisie. Het nieuwe medium hielp zijn carrière enorm. Ook in Nederland werden vrijwel al zijn liedjes in de jaren vijftig top-40-hits. Zijn grootste hit is ‘Blueberry Hill’, een bewerking van een western-tune van Gene Autry uit 1941. Het relaxte, melancholische geluid was kenmerkend voor publiekslieveling Fats Domino en maakte hem ook geliefd bij witte Amerikaanse arbeiders.

In de jaren zestig werd zijn stem dieper en zachter, maar de hoogtijdagen van rock-’n-roll, en daarmee van Fats Domino zelf, waren toen al voorbij. Toen vanaf 1964 The Beatles en andere Britse bands de Amerikaanse hitlijsten volledig overnamen, raakten de oorspronkelijke rockers hun markt kwijt. The Beatles zouden, net als de Rolling Stones, regelmatig verklaren dat zij een groot deel van hun inspiratie juist uit artiesten als Fats Domino haalden. ‘Lady Madonna’ klinkt als een hommage aan zijn pianostijl. De bitterzoete ironie wil dat Fats Domino in 1968 voor de laatste keer in de hitlijsten voorkwam met een cover van juist dat Beatles-nummer.

Dat wil niet zeggen dat Fats Domino geen werk meer had, zijn concerten bleven nog jarenlang uitverkopen. Hij speelde voornamelijk in Las Vegas, daar vergokte hij ook ruim 2 miljoen dollar. „Ik was maar een country boy die niet beter wist”, zou hij er later over zeggen. Al te vaak optreden deed hij niet, liever zat hij thuis in de Lower Ninth Ward.

Nadat hij was doodverklaard in de nasleep van Katrina ging hij nog een keer de studio in, voor het album Alive and Kickin’. Zijn laatste optreden was in 2009, een benefietconcert voor een lokale stichting die muziekonderwijs voor arme kinderen stimuleert.

Tegen zijn vriend en muzikale partner Dave Bartholomew zei hij regelmatig: „Weet je, ik snap niet waarom die mensen me zo geweldig vinden. Ik kan helemaal niet zingen.”