Wilders trekt rechter weer in twijfel in ‘minder-zaak’

Discriminatie

Het hoger beroep tegen PVV-leider Geert Wilders wegens zijn Marokkanen-uitlating is dinsdag begonnen in ‘de bunker’.

Foto Michel van Bergen / ANP

In het hoger beroep van de ‘minder Marokkanen-zaak’ tegen Geert Wilders, heeft de PVV-leider dinsdag weer de onafhankelijkheid van de rechter in twijfel getrokken. Jeanne Gaakeer, voorzitter van het gerechtshof Den Haag, zou mogelijk niet neutraal zijn omdat zij vorig jaar een scriptieprijs heeft gegeven aan een ‘linkse activiste’, een student met sympathie voor vluchtelingen, zei Wilders. „Bent u wel de juiste persoon om mij te beoordelen?”, vroeg hij.

Vol café in Den Haag

In ‘de bunker’, de zwaar bewaakte rechtbank op Schiphol, heeft deze week dinsdag en donderdag de regiezitting van het hoger beroep plaats. Opnieuw ligt de vraag voor of Wilders op 19 maart 2014, op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen, de wet overtrad toen hij een vol café in Den Haag opzweepte met de vraag: „Willen jullie, in deze stad en in Nederland, meer of minder Marokkanen?” Het cafépubliek, dat vooraf geïnstrueerd was, antwoordde meermalen met „minder”.

Scriptieprijs

Beide partijen zijn in hoger beroep gegaan. Wilders vecht zijn veroordeling (zonder straf) wegens groepsbelediging en discriminatie door de rechtbank Den Haag van december vorig jaar aan. Het Openbaar Ministerie (OM) op zijn beurt vindt dat Wilders ook voor haatzaaien en voor groepsbelediging wegens eerdere uitlatingen in maart 2014 veroordeeld zou moeten worden. Hierbij zei Wilders in Loosduinen op te komen voor stemmers die minder Marokkanen wilden.

Wilders vroeg voorzitter Gaakeer van het Hof persoonlijk uitleg naar de scriptieprijsuitreiking van Stichting Gascaria in 2016, waar Gaakeer voorzitter van is. De stichting kende de scriptieprijs mede toe wegens de „persoonlijke betrokkenheid” van de prijswinnende studente bij de groep illegale vluchtelingen, aldus het juryrapport. Gaakeer zou donderdag uitleg geven en Wilders opperde dat zij zich zou kunnen verschonen, maar ging niet zover om een wrakingsverzoek in te dienen

Tijdens de eerdere behandeling van deze zaak bij de rechtbank Den Haag probeerde Wilders rechter Elianne van Rens wel te wraken wegens „schijn van partijdigheid”. Van Rens zou de getuige-deskundige rechtsfilosoof Paul Cliteur te kritisch hebben ondervraagd, bepleitte Wilders’ advocaat Geert-Jan Knoops destijds. Maar de wrakingskamer vond dat er niet genoeg grond voor wraking was en wees het wrakingsverzoek van Wilders eind vorig jaar af.

Ruim 6.400 aangiften

Dat er ruim 6.400 aangiften tegen Wilders zijn gedaan, komt mede door het OM, bepleitte Wilders’ advocaat Knoops dinsdag. Het OM zou modelformulieren voor de aangifte tegen Wilders hebben opgesteld, terwijl er „geen stormloop op politiebureaus” was, zei hij. Knoops beschuldigde justitie van „het uitlokken van aangiftes op oneigenlijke gronden met misbruik van overheidsbevoegdheid”.

Verder hoopt Knoops dat het hoger beroep een „wetenschappelijke analyse” van de grenzen van meningsuiting wordt. Hiervoor heeft Wilders vier hoogleraren gevraagd die bereid zouden zijn om zich als getuige-deskundige te laten horen: Tom Zwart, Paul Cliteur, Amos Guiora en Afshin Ellian. Volgens zijn advocaat heeft Wilders niet gezegd dat alle Marokkanen het land uit zouden moeten, maar alleen „het Marokkannenprobleem” benoemd. „Dat wil zeggen”, zei Knoops, „het oplossen ervan door criminele Marokkanen of met dubbele nationaliteit het land uit te wijzen.”

Het OM stelt dat Wilders een „ervaren politicus” is „van wie mag worden verwacht dat hij weet wat hij zegt”. Verder waren Wilders’ uitlatingen met „krachtige retoriek” gericht op „maximale impact”, zegt justitie. De inhoudelijke behandeling van het hoger beroep is op zijn vroegst mei volgend jaar – twee maanden na de komende gemeenteraadsverkiezingen.