Opinie

Vertalers kunnen Spanje uit de crisis halen

De tweetaligheid van Catalonië had de kroon kunnen zijn op een lange strijd voor gelijke rechten. Maar het is een vorm van grensbewaking geworden, schrijft .
In Vitoria komen mensen bijeen om te pleiten voor een gezamenlijke oplossing uit Spanjes crisis. In het Catalaans en Spaans staat 'laten we praten' op het bord. Foto AP

Over Carles Puigdemont gaat het verhaal dat hij sinds jaar en dag bij tolwegen uit principe alleen de rij kiest waarboven een bordje hangt met het Catalaanse woord Peatge en niet die met het Spaanse Peaje, ook al is de file daar korter. De Spaanse regio Catalonië is officieel tweetalig. Maar de premier van deze regio uit zijn liefde voor de eigen taal vooral door zijn afschuw te etaleren van andere talen. Taal als principe en als wapen. Niet als een middel om te communiceren maar als een vorm van grensbewaking.

Sinds een week of vier is er opvallend veel belangstelling voor het streven naar onafhankelijkheid van een stukje Europa dat tot voor kort in het collectief bewustzijn alleen maar functioneerde dankzij chartervluchten richting hete stranden en goedkope drank. De Spaanse politie is overigens zeer behulpzaam geweest bij het vormen van die publieke opinie. Ze zorgde voor nieuwswaardige beelden van bloedende jongeren en weggesleepte bejaarden toen ze probeerde een referendum over afscheiding tegen te houden.

Federalisme werkt ook voor de Verenigde Staten en voor de Bondsrepubliek

Ook in Nederland zagen sommige politici en commentatoren daarin klip en klaar bewijs voor een aanval op de democratie en burgerlijke vrijheden. En dat dan niet alleen in Spanje, maar in heel Europa. De EU greep immers niet in, protesteerde zelfs niet. Sterker nog: de blauwe plekken van de Catalaanse burgers zouden een rechtstreeks gevolg zijn van het streven naar meer centrale macht van de Europese Commissie. Straks beletten Juncker en Timmermans ook in Nederland met geweld een stembusgang, voorspelden Wilders, Baudet en columnisten in Elsevier en de Volkskrant.

Het is politiek ramptoerisme volgens oud-Hollands recept en van de goedkoopste soort: met potten pindakaas en appelmoes en voor oordelen neerstrijken aan de Costa del Sol.

Het streven naar onafhankelijkheid in sommige streken van Spanje heeft in de moderne geschiedenis vooral een financiële achtergrond. Dat is niet zo gek. We zien ook elders in Europa maar zelden dat arme gebieden zich graag willen losmaken uit het verband met een rijker deel van het land.

Het waren gegoede burgers in de meest welvarende en al vroeg geïndustrialiseerde regio’s (Baskenland, Catalonië) die de wens op zelfbeschikking als eersten in een invloedrijke politieke beweging vertaalden. Het geld dat er werd verdiend zou niet ten goede mogen komen aan de luie armoedzaaiers in Andalusië of Extremadura maar gewoon in Bilbao en Barcelona moeten blijven.

Wat meer hoogstaande argumenten werden gezocht en gevonden in de geschiedenis, van de Middeleeuwen tot diep in de prehistorie, waarbij krasse staaltjes rassenleer niet werden geschuwd. Ook waren er unieke culinaire eigenaardigheden, klederdrachten en folkloristische gebruiken in de sfeer van dans en acrobatiek om met trots op te wijzen. En ten slotte: de taal natuurlijk, die ook hier voor het gemak werd gelijkgesteld aan gans het volk.

Had Oost-Groningen zijn verleden, zijn eigen cultuur en zijn dialect maar wat eerder en hardhandiger gepolitiseerd, dan had het nu als onafhankelijke republiek alle baten kunnen claimen van het aardgas onder de eigen grond.

Spanje is een uitgestrekt land dat alleen al door zijn barre geografie vanouds barrières opwierp die regionale verschillen in stand hielden. Het negentiende-eeuwse bedenksel van de nationale eenheidsstaat – een homogeen geheel met een gezamenlijk beleefde geschiedenis, taal en cultuur – viel er dan ook maar moeizaam, en vaak alleen met gebruik van geweld, te realiseren. Het Spaans werd als eenheidstaal dwingend opgelegd ten koste van ondermeer het Baskisch, het Catalaans, het Gallicisch en het Bable (de taal van Asturië).

Maar bergen, rivieren en barre vlaktes vormen tegenwoordig niet zo’n beletsel meer. Net als in de rest van de wereld zorgen betere verbindingen, zowel in het verkeer als door oude en nieuwe media, voor een homogenisering die nu meestal globalisering wordt genoemd – en die hoe dan ook niet te stuiten is. We lijken steeds meer op elkaar, niemand danst nog de klompendans.

Lees ook: hoeveel Catalanen willen echt weg uit Spanje? En elf andere vragen over het referendum.

Na de dood van dictator Franco en de komst van de democratie is het krampachtige streven naar centraal gezag in Spanje geleidelijk aan opgegeven, zodat het land nu zeventien autonome regio’s kent met hun eigen parlement en veel verder gaande bevoegdheden dan bijvoorbeeld Nederlandse provincies hebben. Een proces van decentralisering dus. Spanje is de facto bijna een federatie, al wil niet iedereen dat toegeven en wordt het dus liever niet hardop gezegd.

In regio’s waar naast het Spaans ook nog altijd een eigen taal gesproken werd, kreeg die taal een officiële status. En daar ging iets mis. Taal is een van de weinige fenomenen waarmee volkeren zich vandaag de dag nog wèl kunnen onderscheiden. De tweetaligheid van Catalonië had een fraai eindpunt kunnen zijn, de kroon op een lange en terechte strijd voor gelijke rechten. Maar voor Catalaanse nationalisten van gematigd rechts en van extreem links vormde het een begin, het begin van het streven naar een eigen monocultuur, het begin van het einde voor hun Spaanssprekende buren.

Daar zijn er veel van, want juist dankzij de economische voorspoed is Catalonië al zeker anderhalve eeuw immigratiegebied. Met een verhaal over bloed en bodem komt het Catalaanse nationalisme dus niet ver – niet ver genoeg, althans naar de zin van achtereenvolgende nationalistische regioregeringen. Daarom is zwaar ingezet op de media, op de communicatie van de overheid en op het onderwijs, dat vrijwel uitsluitend nog in het Catalaans wordt gegeven. De boodschap aan Spaanstaligen is daarbij heel duidelijk: aanpassen of oprotten. Hier spreekt men Catalaans, en liefst uitsluitend. Ook wie er geboren is, hoort in Catalonië niet altijd meer thuis.

Dit beleid heeft in de afgelopen decennia vruchten afgeworpen: de Catalanisering van Catalonië schrijdt gestaag voort. Maar voor de regering van Carles Puigdemont en zijn links-radicale coalitiepartner, de anti-systeempartij CUP, gaat het niet snel genoeg. Alleen volledige onafhankelijkheid van de rest van Spanje biedt naar hun idee de mogelijkheid om muren op te trekken waarbinnen de zuivering met behulp van taal op korte termijn kan worden voltooid. Dat alles komt bepaald niet neer op het toekennen van meer vrijheden aan burgers – die vrijheid wordt juist minder.

Ongeveer de helft van de Catalanen is tegen de onafhankelijkheid. Het ongrondwettige en met parlementaire trucs doorgedreven referendum heeft de samenleving verscheurd. Ook al zorgden het ondoordachte optreden van de regering in Madrid en de gummiknuppels van de politie drie weken geleden tijdelijk voor een gevoel van eenheid, een volstrekt homogene natiestaat is niet haalbaar meer in de eenentwintigste eeuw. Niet in Catalonië en ook niet in de rest van Europa, zelfs niet door middel van cultuurpolitiek geweld zoals dat door Puigdemont en de zijnen wordt gepropageerd.

Lees ook deze reportage van NRC-correspondent Koen Greven: Dwars door verdeeld Catalonië

Taal is bij uitstek grensoverschrijdend, niet aan grondgebied gebonden. Ook buiten Catalonië wordt Catalaans gesproken, in Valencia en op de Balearen en in Zuid-Frankrijk bijvoorbeeld. Taal hoef je niet aan te geven bij de douane, het is niet eens handbagage, woorden zijn onzichtbaar en vrij, je neemt ze overal met je mee. Ieder kind begint opnieuw met een nieuwe taal, er is geen spoor van te vinden in ons DNA of in onze geboortegrond. Het spreken van twee talen is geen handicap maar een uitbreiding, een verrijking, drie mag ook, of vier. Het is geen toeval dat juist schrijvers en intellectuelen, en niet de minste, in de afgelopen maanden protesteerden tegen het referendum en het regressieve nationalisme van Puigdemont en consorten. Niet omdat ze tegen het Catalaans zijn, maar omdat ze het Spaans niet willen verwerpen.

Welk politiek systeem hoort bij zo’n houding?

Veel schoolkinderen in Catalonië beginnen de dag met het zingen van het krijgshaftige Catalaanse volkslied Els Segadors, een verplichting die ook Nederlandse nationalisten vermoedelijk als marsmuziek in de oren klinkt. Spanje heeft geen volkslied, alleen maar een hymne, een melodie zonder woorden waar iedereen dus zijn eigen idee bij mag hebben. Het lijkt me een aardige metafoor voor het federalisme, die beschaafde manier om ervoor te zorgen dat verschillen van cultuur en van mening niet steeds weer ten koste hoeven te gaan van wat partijen wel degelijk verbindt.

Federalisme werkt voor de Verenigde Staten en voor de Bondsrepubliek. Meer federalisme is de enige vreedzame weg uit de huidige crisis in Spanje. En vermoedelijk ook voor de Europese Unie, wil ze niet worden stukgewreven door staten, streken, steden die ieder deelbelang proberen te verkopen als principieel, en cruciaal voor hun al dan niet verzonnen en met vlaggen en liederen opgetuigde identiteit.

Het enige wat nu in Puigdemonts voordeel werkt is de escalatie door de starre en bruuske houding van de rechtse Spaanse regering. Voor een oplossing is wat goede wil nodig. Minder sprekers, schrijvers en schreeuwers, meer vertalers.

Correctie 24/10: In het fotobijschrijft bij dit artikel stond een vertaalfout. De correcte vertaling van ‘hablemos’ en ‘parlem’ is ‘laten we praten’.