‘Theater kan de vele kanten van de dood uitdrukken’

Theater

Actrice Annemarie Prins (1932) heeft longkanker. Ze maakte een voorstelling over de dood, voltooid leven en euthanasie. „Omdat ik theatermaker ben, wil ik er een productie over maken.”

Annemarie Prins (liggend) en Eva Duijvestein voerden lange persoonlijke gesprekken over de dood, op basis daarvan is de theatertekst geschreven. Foto Reyer Boxem

„Hij bevalt me goed, mijn kanker. Het is een erge, een die nooit geneest”. Páf, dat komt hard aan. Actrice en regisseur Annemarie Prins (1932) kreeg vier jaar geleden de diagnose longkanker. Het eerste wat ze dacht was: „Dat is het dan. Omdat ik theatermaker ben, wil ik er een productie over maken.”

De voorstelling dood en zo, met kleine beginletter, valt op door confronterende zinnen als bovenstaande. Nog zo een: „Ik wil doodgaan nu ik nog Annemarie ben.” Prins wil een „waardig levenseinde”. Ze heeft de euthanasieverklaring ondertekend.

De voorstelling dood en zo bij het Noord Nederlands Toneel kent een lange geschiedenis. Uiteindelijk is de tekst geschreven door toneelschrijfster Sophie Kassies (1958). Maar voor het zover was, lag er een enorme stapel materiaal, door Prins opgetekend na langdurige, persoonlijke gesprekken met de veel jongere actrice Eva Duijvestein (1976). De beide actrices, die twee generaties verschillen, ontmoetten elkaar in de Ardennen tijdens de opnamen van de film Oorlogsgeheimen (2014). Tijdens het nachtelijke wachten op de set vertelde Prins aan Duijvestein over haar ziekte en Duijvestein op haar beurt over haar kinderwens. Die uiteindelijk toch in vervulling ging.

Vriendschapsband

Vorige maand gaven beide speelsters in de Machinefabriek in Groningen een presentatie, in aanwezigheid van schrijfster Kassies en regisseur Hendrik Aerts. En daar klinken al die zinnen „zonder enige schaamte”, zoals Kassies het verwoordt. Prins vult aan: „Een ziekte roept agressie en onzekerheid op. Dat vier ik bot op de veel jongere Eva. De ziekte heeft me veranderd. De angst en blinde paniek van nu ken ik niet van vroeger.”

Aanvankelijk zou de voorstelling gericht zijn op de vriendschapsband tussen Prins en Duijvestein, maar in theatraal opzicht is dat te weinig. Daarom werd Kassies gevraagd, die bekendheid verwierf met de toneelbewerkingen Genesis, Tirza en Elementaire deeltjes. Kassies: „Het grote gevaar was dat het een te aardig vriendinnenstuk zou worden. Om dat te voorkomen besloten we dat de vrouwen iets van elkaar afpakken. De oudere is als een vampier die het bloed van de jongere opzuigt en de jongere vrouw, Eva dus, wil de levenservaring en artistieke betekenis van de oudere stelen.”

Sophie Kassies (1958) is de dochter van Jan Kassies, legendarisch directeur van de Amsterdamse Theaterschool en ijveraar voor nieuwe toneelteksten van Nederlandse auteurs. Ze kent de theaterwereld sinds haar vroegste jeugd en koos voor de opleiding acteren en regie. „Schrijven voor theater is veelomvattend: het is een sociale kunstvorm, want je werkt samen met acteurs en regisseur. Bovendien kun je met theater reflecteren op maatschappelijke gebeurtenissen.”

Rituele handelingen spelen een belangrijke rol in de voorstelling.

Sophie Kassies

Euthanasiewetgeving

Hierin vindt Kassies een gelijkgestemde in Annemarie Prins, die in de jaren zestig bekendheid verwierf met politiek theater over de Vietnamoorlog. Volgens Prins is „de dood het thema van het toneelstuk”, maar Kassies ziet het net iets anders: „Ik zie het eerder als een voorstelling over euthanasie, euthanasiewetgeving, voltooid leven en levenseinde. Wat me in het maatschappelijke debat opvalt is dat over euthanasie, dood en doodgaan vooral in politieke standpunten wordt gesproken. Daarmee bied je nauwelijks ruimte aan twijfel. Theater is een fijnzinnig genre dat de vele kanten van de dood uitdrukt. Er is het besef dat kanker iemand ‘identiteit’ geeft als kankerpatiënt, zoals Prins ergens zegt. Verlangen naar het levenseinde gaat gelijk op met alles wat óók bij de dood hoort: lichamelijke aftakeling, jaloezie op de jeugd en op jonge mensen, de praktische organisatie van de zelfgekozen dood. Je moet je eigen sterven voorbereiden en afscheid nemen van je dierbaren. De pillen klaarleggen die eufemistisch dooddragees heten of doodpastilles. Deze rituele handelingen spelen een belangrijke rol in de voorstelling.”

Kassies vond het niet echt nodig zich te verdiepen in de omvangrijke literatuur over kanker, euthanasie en stervensbegeleiding: „Ik heb mensen begeleid naar de dood, het is een kwestie van mijn herinneringen aanspreken. Bovendien was Annemarie Prins betrokken bij mijn afstudeervoorstelling net in de tijd dat een 24-jarige vriendin van ons zelfmoord pleegde. Haar dood schokte ons diep: ze was gezond, mooi, had een goede opleiding. Ik maakte een bewerking van Don Quichot, waarin de strijd tegen windmolens als de strijd tegen de dood is. De zelfdoding van de vriendin was ook vormend en ik ontdekte dat de dood zinvol kan zijn. Wel vroeg ik me af: waarom blijf ik hier in het leven en zij niet?”

dood en zo door Noord Nederlands Toneel. Première: 27/10 Machinefabriek, Groningen. Tournee t/m 22/12. Inl: nnt.nl/doodenzo