Recensie

Rijpe borsten van glas

glassculpturen Haar intense sensualiteit heeft ruimte nodig. De solo-expositie Vuur van Maria Roosen wil te veel laten zien.

Tools for feelings (2017) Foto Sander Luske

Het is een van de fijnste buitenbeelden die je in een museumtuin zult aantreffen: het glaskunstwerk van Maria Roosen bij Museum Arnhem. Een tros borsten is het, alsof het vruchten zijn. Het zijn basale vormen die de glasblazer erin geblazen heeft, vol fysieke spanning opbollend, een en al groei, zwelling, sensualiteit. Glanzend en rijp als vruchten die een zomer lang zon hebben gevangen. Toch zijn het bovenal borsten, meer nog dan exemplaren van vlees en bloed dat kunnen zijn. Zonder een vrouwenlijf waar je ze doorgaans op aantreft zijn dit fysiek onthechte fetisjen, maar veel te grappig om hardcore of pornografisch te zijn.

Tools for feelings Foto Sander Luske

En nu in Roosens solotentoonstelling in de Amersfoortse kunsthal Kade hangt opnieuw zo’n tros glazen borsten. Al heet deze kleinere variant Black berries, in donkerpaars uitgevoerd. Het hangt in de grote entreezaal van de tentoonstelling die wordt beheerst door enkele metershoge ladders met guirlandes van vruchten, echte en van glas. Als jakobsladders reiken ze de hemel in en steunen op een vloer beplakt met namen van glaskleuren – Altgold, Rauchblau, Elfenbein. Monumentaal en feeëriek tegelijk zijn het ladders vol zeggingskracht.

Had Kade het daar maar bij gelaten. Want daartussen staan weer andere kunstwerken die het eenvoudige gedurfde gebaar van de installatie ontkrachten. Zonder, dan waren die ladders een droom geweest om in op te stijgen, mentaal en fysiek.

Dat overdaad schaadt zou je bij Roosen niet verwachten. Ze is een beeldhouwer van weelde, van haar zaalvullende katholieke ‘Roosenkransen’ en haar Medusahoofden met piemels, van glazen spermatozoïden en glaskannen die ook een soort borsten zijn – alles te zien in Kade, meer glaskleuren dan menig kerkraam.

More is more zou je denken. Maar dat is niet zo. In elke zaal wil je werken wegdenken opdat je de rust vindt om de andere goed te beschouwen. Want dan zie je beter hoe nauwkeurig haar werken gevormd zijn, alles in balans. De weelde zit hem niet in veelheid, het zit hem in een geconcentreerde sensualiteit. Dat is iets anders. Het zijn raak gekozen precieze vormen die ruimte vragen.

De grote, vaak glazen beelden van Roosen zijn al jaren op veel plaatsen te zien in musea en tentoonstellingen, soms in de openbare ruimte (al zijn die in Arnhem onlangs vernield). Met vroege aquarellen van rond 1990 en eindigend met recente houten beelden, brengt Kade een overzicht van haar werk met techniek als hoofdthema. De tentoonstellingstitel Vuur verwijst naar glasovens, maar is natuurlijk ook een metafoor voor haar bevlogenheid jegens de materialen, glas, hout, wol.

Bellenrek poederkleuren (2017) Foto Peter Cox

Dat heeft iets van een understatement: net doen alsof haar werk kunstnijverheid is. En dat is het niet. Zoals het gebreide piemelkrukje After David, waarbij je onwillekeurig voor je ziet hoe Roosen dat heeft zitten breien, steekje voor steekje, piemel voor piemel, kopje thee erbij. Breien, krukje, braaf, maar wel een berg piemels van die ene arme David.

Zo’n stoer feministisch statement is net zo goed een rode draad in de expositie, verborgen in het understatement van ambacht en huisvlijt. Ambacht speelt een rol, dat klopt, maar dan in de zin dat zij dit optimaal benut en optilt tot een niveau dat het haar verbeelding dient. In de combinatie van materialen ontstaan mooie vergelijkingen. Een enorme ketting van eindeloos geschuurde houten kralen wordt extra aards tegenover het muurtje van kleurige glazen bakstenen, dat daardoor juist nog onaardser en spiritueler lijkt. Maar met zulke volle zalen krijgt de Heilige Geest, of welke geest dan ook, geen kans om erdoorheen te schijnen. Het struikelt onderweg over de andere kunstwerken.