Nanninga kwetst om een punt te maken

Profiel Annabel Nanninga

Columnist Annabel Nanninga, bedenker van het woord ‘dobberneger’, wordt lijsttrekker voor Forum voor Democratie in Amsterdam. Provocatie is haar handelsmerk.

„Wat heeft het nu voor zin, die meninkjes, die debatjes”, vroeg Annabel Nanninga zich deze zomer af. Ze besloot in de politiek te gaan. Foto ANP

Meerdere malen kondigde columnist Annabel Nanninga aan te vertrekken uit Amsterdam. Ze groeide op in de „onleefbare kutstad”, waar de PvdA decennialang aan het roer stond, waar GroenLinks bij de Tweede Kamerverkiezingen de grootste partij werd, en waar het gemeentebestuur besloot de bewoners genderneutraal aan te spreken – het doet de haren van de rechtse columnist rijzen. En toch maakte Nanninga deze zondag bekend de Amsterdamse politiek in te gaan, als lijsttrekker voor Forum voor Democratie.

„Nee, ik haat Amsterdam niet echt”, zegt Nanninga. „Ik houd van deze stad, maar ik zie wel dingen gebeuren waar ik kwaad van word. Dat alleen voor rijken en sociale huurwoningen plek is in de stad, dat het anti-radicaliseringsbeleid ontspoort en dat Amsterdammers rechts van D66 niks te kiezen hebben. Ik kan blijven roepen: doe iets! Maar op een gegeven moment wordt het tijd om zelf iets te doen.”

Nanninga (1977) is een ster van de rechts-populistische beweging rond GeenStijl, The Post Online (TPO) en PowNed. Ze ziet zichzelf als strijder tegen de islam, die ze een „gevaarlijke ideologie” noemt. Provocatie is haar handelsmerk. Ze muntte het woord ‘dobberneger’ en vroeg zich op Twitter tijdens de Dodenherdenking af waarom iedereen zo stil was. Heilige huisjes moeten omver, vindt ze.

Ze haat Amsterdam, maar houdt ook van de stad. Zo zitten er meer ogenschijnlijke tegenstrijdigheden in haar karakter. Vrienden beschrijven haar als zachtaardig en warm, maar online is ze meedogenloos. Als grachtengordelbewoner en gymnasiumklant groeide ze op in het ‘elitiare’ milieu waar ze zich nu vol overgave tegen af zet. Ze is kritisch over asielzoekers, maar nam wel een half jaar een homoseksuele asielzoeker in huis omdat hij werd gediscrimineerd in het AZC.

Op school was ze links

Op het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam was Nanninga links, herinneren oud-klasgenoten. Een voorstander van de multiculturele samenleving. Ze kon haar mening fel verdedigen, maar de schreeuwerige, controversiële stijl die haar columns nu kenmerkt kwam pas later.

Het keerpunt was de moord op Theo van Gogh, gepleegd om de hoek van waar ze toen woonde, in de Linnaeusstraat. „Iedereen met een beetje verstand zag toen dat er van de multiculturele belofte niks klopt. Vrouwen worden onderdrukt in de islam, Marokkanen geven overlast op straat. En wie daar iets van zei moest vrezen voor zijn leven. Toen concludeerde ik dat we echt heel hard moeten werken om die problemen op te lossen.”

Op The Post Online schreef ze dat moslima’s met hoofddoek „geen recht van klagen” hebben als ze voor terrorist worden uitgemaakt, „tot zij hun starende, sissende vaders, neven, broers en zonen in het gareel hebben.” Dergelijke uitlatingen maakten haar een held van populistisch rechts.

Twitter avatar FloripasDeLaban Noor Labansdochter Hoe erg veel Annabel Nanninga van Amsterdam houdt: https://t.co/nh95LUUUfe

Toch had ze de laatste maanden steeds meer de indruk maar beperkte invloed te hebben. Een „gevoel van zinloosheid” overviel haar nadat ze terugkwam van vakantie, schreef ze in een blog over haar keuze de politiek in te gaan. Ja, ze kreeg veel positieve reacties van lezers, maar vroeg zich ook af: „Wat heeft het voor nut, die meninkjes, die debatjes?”

Ebru Umar, vriendin en collega-columnist: „Het is heel pijnlijk om te moeten vaststellen dat je geen drive meer hebt om stukjes te schrijven. Dus ik vind het dapper dat ze het roer omgooit. Zoals ze vaker heeft gedaan: ze stopte op haar zeventiende voortijdig met de middelbare school en ze is heel jong moeder geworden. Annabel heeft altijd haar eigen weg gekozen.”

Haar columns roepen weerstand op, ze wordt bedreigd, onlangs nog twitterde ze een filmpje waarop ze wordt geïntimideerd door een buurtbewoner in Amsterdam-Oost. Toch blijft ze haar mening verkondigen. „Die woede is vervelend, maar ik heb geaccepteerd dat het erbij hoort. Ik moet doorgaan, omdat ik het belangrijk vind wat ik doe.”

Dobberneger

Nanninga zal altijd bekend staan als de bedenker van het woord ‘dobberneger’, voor bootvluchtelingen die omkomen op de Middellandse Zee. Het woord, in april 2014 gemunt in een column op GeenStijl, kwam haar op een storm van kritiek te staan. Ze werd verkeerd begrepen, zegt ze nu. „Kwetsen is soms nodig om je punt te maken. Maar ik schreef dat stukje uit pure compassie voor die arme sloebers die verzuipen op zee. Juist omdat er niks gebeurde om ze te helpen. Je ziet ook een dubbele moraal: toen Youp van ’t Hek het woord gebruikte werd hij daar niet op aangesproken.” In de gewraakte column droeg ze overigens ook een aantal oplossing aan voor het vluchtelingenvraagstuk, waaronder: „Hopen dat de ebola een beetje doorpakt.”

Waar eindigt de ironie en begint het racisme? Dat is moeilijk te zeggen, omdat ironie zo’n glibberig begrip is, zegt socioloog Merijn Oudenampsen. Hij schrijft een proefschrift over de intellectuele origines van de Fortuyn-revolutie en wijdt daarin ook een hoofdstuk aan GeenStijl.

Nanninga’s hyperbolische stijl is typisch Nederlands, zegt hij. „Er loopt een rechte lijn van Gerard Reve naar Propria Cures, Theo van Gogh, GeenStijl en auteurs als Nanninga en Bert Brussen. Het idee is dat je flirt met een positie die onacceptabel is in het publieke debat, terwijl het onduidelijk is welke positie je zelf inneemt.” Reve begon ermee in 1972 toen hij stelde dat migranten uit de Antillen „allemaal met een zak vol spiegeltjes en kralen op de tjoeki tjoeki stoomboot” gezet moesten worden.

Daarmee verschilt de stijlfiguur van ‘gewone’ ironie waarbij je het tegenovergestelde bedoelt van wat je zegt. Dat onbestemde karakter is meteen ook het probleem van de stijlfiguur, zegt Oudenampsen. „Wie hem goed beheerst kan nooit worden vastgepind op een uitspraak. Als iemand mensen als Nanninga aanspreekt op hun uitingen beschuldigen ze hem van humorloosheid. Dat maakt een oprechte discussie heel lastig.”

Ironie

Volgens oud TPO-collega Wierd Duk, ex- columnist van het AD en nu verslaggever bij de Telegraaf, wordt de groep rond GeenStijl vanwege die stijlfiguur vaak verkeerd begrepen. „Mensen zien de satire over het hoofd. GeenStijl-auteurs gebruiken ironie om aandacht te vestigen op zaken die gevoelig liggen. Vroeger maakte links veel gebruik van dat stijlmiddel, maar nu rechts strijdt met dezelfde wapens kan links daar niet zo goed mee omgaan.”

Nanninga’s stijl gaat Duk soms ook te ver, maar hij vindt haar wel „effectief”. „Iedereen had het over het vluchtelingenvraagstuk na die column, terwijl het onderwerp toen nog niet breed op de radar stond.”

Nanninga is niet van plan haar toon te matigen als ze verkozen zou worden tot gemeenteraadslid. Volgens haar is een stevige dosis Reviaanse ironie precies wat Amsterdam nodig heeft. „Als je ziet waar ze in de gemeenteraad mee bezig zijn. Genderneutrale toiletten!”