Recensie

Mendelssohn zonder de oppervlakkige toon

In de strijkkwartetten van Felix Mendelssohn - behalve het laatste - klinkt vaak een onverwoestbaar optimisme door. Maar niet bij het Franse Quatuor Arod. Deze jonge musici schetsen het beeld van een zoektocht naar identiteit. Hun aanpak is gespeend van de onbezorgde, maar soms wat oppervlakkige toon, die Mendelssohn aankleeft. Misschien ligt dat aan de krachtsverhoudingen. Binnen de meeste kwartetten voert de eerste viool het hoogste woord, en volgt de rest. Quatuor Arod bouwt zijn klank vanaf de andere kant van het spectrum op. Hier regeert de cello, met zijn diepe stem en zijn ritmische ademhaling. De primarius zingt niet zozeer boven hem uit, maar stelt hem vragen. Dat fascinerende spel ontvouwde zich zichtbaar bij het concert van Quatuor Arod tijdens het Kamermuziekfestival op Schiermonnikoog. Wie zich daardoor wil laten betoveren, kan het kwartet deze week nog zien in Utrecht en Haarlem.