Cultuur

Interview

Interview

In The Mountain Between Us moeten Idris Elba en Kate Winslet zien te overleven in de Rocky Mountains.

Foto Twentieth-Century-Fox-Film-Corporation

‘Het zijn communisten daar in Hollywood’

Hany Abu-Assad

Survivalfilm The Mountain Between Us is het echte Hollywooddebuut van de Palestijns-Nederlandse regisseur Hany Abu-Assad.

Een vliegtuig stort neer op een gletsjer in de Rocky Mountains. De piloot sterft, zijn hond niet. Twee passagiers moeten zien te overleven en vallen voor elkaar.

Dat was het filmscript dat de Nederlands-Palestijns regisseur Hany Abu-Assad in 2014 aantrof, vertelt hij tijdens een kort bezoek aan Amsterdam. Hij voegde er wat humor aan toe, „een krachtig overlevingsmechanisme”, en veranderde journaliste Alex (Kate Winslet) van een wuft, zwak modepopje die zich aan de stoere dokter Ben (Idris Elba) vastklampt in een taaie oorlogsfotografe.

Al was dat laatste ook de inbreng van filmster Kate Winslet, erkent Abu-Assad. „Idris en Kate werkten aan hun personages, dat is in Hollywood onderdeel van het proces. Alex neemt het initiatief om het vliegtuigwrak te verlaten als het baken kapot blijkt te zijn. In het oude script was ze halfdood en tot weinig in staat. Dat wil ik niet, zei Kate direct. Dokter Ben is rationeel maar passief, Alex juist heel wilskrachtig. Dat was eerst precies andersom.”

De Deense regisseur Thomas Vinterberg vertelde ooit dat hij op de set van Deense films een dictator is, maar dat hij zich in Hollywood altijd terug waant in de commune waarin hij opgroeide. Abu-Assad, enthousiast: „Ik herken dat! Het zijn communisten daar! Weet je, ik ben heel pro-Europees, ik ben opgeleid in de Europese filmcultuur. Mijn helden zijn Antonioni, Haneke, Godard, Truffaut, Van Warmerdam. Mensen die hun film op hun manier maken, en niet anders. Maar dat zijn ook films voor een kleine elite. In Hollywood is film een democratisch proces. Iedereen heeft zijn inbreng: producer, regisseur, acteurs, cameraman. En iedereen volgt ook de regels van entertainment. Je wilt je publiek niet martelen, dat doet het leven al. Eerst moet je ze vermaken, dan kan je ze misschien ook nog een beetje verrijken.”

Twee Oscarnominaties

De 56-jarige Palestijn Hany Abu-Assad kwam in 1980 naar Nederland om vliegtuigbouwkundig ingenieur te worden, maar belandde in de filmwereld en debuteerde in 1998 met speelfilm Het 14de kippetje. In 2005 verdiende hij een Oscarnominatie met Paradise Now, die in de psyche van twee Palestijnse zelfmoordterroristen dook. Waarna hij zich liet verleiden tot een derderangs actiefilm, The Courier, en zich knap herpakte met Omar: zijn tweede Oscarnominatie. Na The Idol - die handig de charme van Slumdog Millionaire herverpakte - kreeg hij de kans zijn eerste grote Hollwoodfilm te maken.

Bij The Mountain Between Us boeide de combinatie van survival en liefde Abu-Assad. „In survivalfilms is weinig plaats voor liefde, The African Queen is een uitzondering. Terwijl je dat heel goed kan verbinden. Overleven is een dierlijke impuls, maar de mens is uniek omdat hij die opzij kan zetten voor hogere doelen, zoals soldaten zichzelf opofferen voor een groep. Liefde is zo’n hoger doel dat je verheft boven eigen lijden en pijn.”

Al viel het Abu-Assad beslist niet mee; zijn eerste liefdesscène. En dan direct met veteraan Kate Winslet. Die parodieerde eerder op tv met vet accent de ‘bedside manner’ van Abu-Assad: „I want to see your hand, press, press! Get your shoulder in!” Hany Abu Assad: „Ja, dat was gênant zeg. Wat moet je tegen Kate Winslet zeggen: wil je alsjeblieft wat harder neuken? Mijn vocabulaire was heel snel op. Die liefdesscène was veel moeilijker dan draaien bij 40 graden onder nul.”

Want ook dat was nieuw voor hem: opnemen in de wildernis. Abu-Assad: „We hadden twee dagen -40, dan bevriest het water in je ogen en lijken je neusharen wel scheermesjes. Maar het is wonderlijk hoe snel het lichaam acclimatiseert. Al snel denk je bij -20: hé, lekker! En voelt -10 als een zomerdag. Het leuke van zulke omstandigheden is de enorme harmonie die het kweekt bij de cast en de crew. Er was maar één keer ruzie op de set, dat heb ik wel anders meegemaakt.”