Europa legt tijdelijke arbeidsmigratie aan banden

Detachering

Na twaalf uur discussie bereikten Europese ministers een akkoord over strengere richtlijnen voor tijdelijke werkers.

Over de vraag of vrachtwagenchauffeurs als ‘gedetacheerd’ moeten gelden bestaat veel onenigheid tussen Europese landen. Oost- en Zuid-Europa zijn tegen, West-Europa is voor. foto Peter Blok/Hollandse Hoogte

Europese ministers van Sociale Zaken zijn het maandag eens geworden over strengere regels voor detachering – tijdelijk werken in een ander EU-land. De duur daarvan mag voortaan maximaal twaalf maanden zijn, met een eventuele verlenging van zes maanden. Buitenlandse werknemers die langer blijven hebben recht op het cao-loon.

Hoewel een akkoord werd bereikt bleek unanimiteit niet mogelijk in dit politiek gevoelige dossier: een handjevol Oost-Europese landen wees de plannen omtrent tijdelijke arbeid ’s avonds laat alsnog af. De Ieren en Britten onthielden zich van stemming.

Toch sprak eurocommissaris Marianne Thyssen (Sociale Zaken) van „een enorme stap”, want na jaren impasse kunnen de onderhandelingen tussen de Europese Commissie, de lidstaten en het Europees Parlement nu eindelijk beginnen, in november. Lodewijk Asscher, die maandag voor het laatst als PvdA-minister aanschoof bij zijn Europese collega’s, sprak van „een bekroning voor het werk waar we in 2013 aan begonnen”. Asscher verklaarde destijds dat het ‘code oranje’ was op de arbeidsmarkt, als gevolg van de Oost-Europese ‘loonconcurrentie’.

Aan het besluit gingen twaalf uur onderhandelingen vooraf, waarbij ministers soms flink met elkaar in de clinch lagen. Formeel was consensus niet nodig, en volstond een (gekwalificeerde) meerderheid. Maar dit ligt extra gevoelig sinds september 2015, toen Oost-Europa tijdens zo’n stemming het onderspit delfde en vluchtelingenquota kreeg opgelegd. „We kunnen weer weggestemd worden”, zei de Hongaarse minister Szabolcs Takács maandag. „Maar laat me jullie waarschuwen: dit zou opnieuw een reusachtige kloof veroorzaken en de EU verdelen.”

Populair thema

Toch is dat precies wat er gebeurde. Nadat Hongarije, Polen, Letland en Litouwen tegen elven het laatste compromisvoorstel verwierpen, werden er hoofden geteld en viel het besluit. Volgens Thyssen was er eerder op de dag al een meerderheid mogelijk, maar werd er doorgepraat om ,,een zo breed mogelijke meerderheid” te bereiken. Dat lukte aardig: vijf Oost-Europese landen (Bulgarije, Roemenië, Tsjechië, Slowakije, Slovenië) braken rangen met Hongarije en Polen.

Bij detachering mag een werker tijdelijk in een ander EU-land werken tegen de arbeidsvoorwaarden die gelden in het land van herkomst. Dat zou Oost-Europese arbeiders die naar West-Europa trekken en in eigen land lagere sociale afdrachten hebben, voor werkgevers goedkoper maken dan lokale arbeiders. Hoewel het een relatief klein fenomeen is (zie kader), is het politiek uitgegroeid tot een populair thema.

Er was maandag menig heet hangijzer. Om te beginnen over de vraag hoe lang iemand maximaal gedetacheerd mag zijn. Een bijna-compromis, om de grens bij 24 maanden te leggen, werd in juni opgeblazen door Frankrijk. Voor de nieuwe president Emmanuel Macron was de detacheringskwestie een belangrijk thema tijdens zijn verkiezingscampagne eerder dit jaar.

Vrachtwagenchauffeurs

Parijs maakte maandag opnieuw duidelijk dat het twaalf maanden genoeg vindt. Zelfs meer dan genoeg, aangezien een detacheringscontract in de EU gemiddeld vier maanden duurt. „Langer is niet aan het publiek uit te leggen”, zei de Franse minister Muriel Pénicaud. Het uiteindelijke compromis is twaalf maanden, maar met een mogelijke verlenging van zes maanden. Volgens de Commissie, die 24 maanden bepleitte, is met het uiteindelijke compromis van twaalf maanden met mogelijkheid tot verlenging met zes, de juiste balans getroffen tussen bescherming van arbeidsrechten en een onbelemmerd vrij verkeer van diensten.

Het grootste struikelblok bleek uiteindelijk echter de status van vrachtwagenchauffeurs. Verrassend, omdat er op dit moment een apart pakket wetsvoorstellen in de maak is voor de transportsector. Mede daarom stelden Oost-Europese landen voor om transport dan maar uit de discussie te halen. Die was zo immers al moeilijk genoeg. Bovendien is transport altijd een wat vreemde eend als het om detachering gaat: het is een uiterst mobiele en internationale sector die zich moeilijk laat vergelijken met die voor de bouw of de landbouw, waarover detachering meestal gaat.

Oost-Europa stond niet alleen. Ook Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland zouden liever zien dat transport als een apart geval wordt behandeld: allemaal landen aan de randen van de EU. Maar Frankrijk, gesteund door Duitsland en Nederland, hield lang voet bij stuk en stond erop om het toch ook over transport te hebben.

Enerzijds logisch: West-Europese vrachtwagenchauffeurs klagen veelvuldig over oneerlijke concurrentie in hun sector en halen daar ook vaak de media mee. Anderzijds toch ook raar: Oost-Europese landen komen als het gaat om detachering van ver. Nog niet zo lang geleden waren veel voorstellen uit de nieuwe richtlijn onbespreekbaar. Door het transport er met de haren bij te slepen kwam een akkoord in gevaar. Uiteindelijk ging Frankrijk er echter mee akkoord dat transport toch apart wordt behandeld.

Dit bericht is bijgewerkt nadat bekend werd dat er een akkoord is bereikt.