Recht & Onrecht

Doodzwijgen of naar buiten brengen, bij aanslagen een duivels dilemma

Mensen met dezelfde haat- of wrokgevoelens kunnen gewelddadig gedrag imiteren. Maar mag je aanslagen daarom verdoezelen? Bert Pol, in de Gedragscolumn.

Gisterochtend viel mijn oog op een kort berichtje: “In Zwitserland heeft een 17-jarige jongen mensen met een bijl aangevallen. Volgens de lokale politie is er geen reden om aan te nemen dat de dader is geïnspireerd door een terreurgroep.” Doorklikken leidt naar een politiebericht op de website van de Kantonspolizei St.Gallen. Niets meer of minder. Over tot de orde van de dag dan maar. Of niet?

Als Maarten Asscher dit berichtje heeft gelezen, dan zal hij zijn wenkbrauwen gefronst hebben. In zijn column in het FD op 14 oktober schrijft hij over de verklaring van de politie over het incident in juni waarbij een automobilist met hoge snelheid inreed op voetgangers voor Amsterdam CS.

‘Toevallig’

Er vielen zeven gewonden van wie enkele er ernstig aan toe waren. De politie liet weten dat van een aanslag geen sprake was. De automobilist was de controle over zijn handelen kwijt geraakt door een laag bloedsuikergehalte. Dat werd kort na het voorval naar buiten gebracht en onlangs, na een intern onderzoek, herhaald. NRC bracht een reconstructie. Maar, zegt Asscher, inmiddels is aan het licht gekomen ‘dat drie van de slachtoffers Israëli’s waren, dat van de 15 beveiligingscamera’s  er toevallig niet eentje beelden van het incident had gemaakt. En dat de dader een Marokkaanse achtergrond had.’

Asscher ziet een tendens in de berichtgeving van autoriteiten over dat type incidenten. Hij wijst op een overeenkomstige gang van zaken na vergelijkbare voorvallen in Londen en München. Nader onderzoek heeft laten zien dat er ook daar reden is om aan te nemen dat er terroristische motieven in het spel waren.

Verdoezelen

Overschrijden autoriteiten hier een grens? Asscher vindt van wel: ‘Je moet geen onnodige ongerustheid zaaien, maar verdoezelen of verdraaien, mag niet. Dat zaait pas ongerustheid.‘

Open en eerlijk communiceren is ook de geloofsovertuiging van veel communicatieprofessionals. Daar zijn behalve ethische ook op zichzelf heel goede vakinhoudelijke argumenten voor: als je in de externe communicatie dingen onder de pet houdt, komt dat vroeger of later als een boemerang naar je terug.

Imiteren

Maar er is ook een ander verhaal. Namelijk dat gedrag besmettelijk is. Robert Cialdini zet in zijn bekende boek Invloed uiteen dat we geneigd zijn mensen te imiteren die zich in vergelijkbare omstandigheden bevinden, zeker als ze ook overeenkomsten met die mensen zien. Meestal gaat het om onschuldige gedragingen, maar helaas blijft het daar niet altijd toe beperkt. Mensen imiteren namelijk ook gewelddadig gedrag als ze horen of lezen over iemand met dezelfde frustraties, wrok- of haatgevoelens, of met dezelfde ideologie.

Berichten in de media kunnen golven van moord en zelfmoord teweegbrengen. Berichten bijvoorbeeld over jongeren die gewapend hun oude school binnenlopen en daar op iedereen schieten die in hun blikveld komt. Of over individuen of kleine groepen die snel planbare en vrij makkelijk uitvoerbare terroristische aanslagen plegen. Microterrorisme krijgt dan macro-impact.

De vraag is of je bij dit soort geweldsincidenten altijd alle beschikbare feiten naar buiten moet brengen, met het risico dat de ene gewelddaad de andere uitlokt. Die op zijn beurt weer een nieuwe activeert. Enzovoorts.

Of kun je omwille van de veiligheid maar beter zwijgen over de ware toedracht, in de hoop erger te voorkomen.

Hoe komen we hier uit?

Bert Pol is verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente en vennoot van Tabula Rasa Den Haag. De gedragscolumn wordt geschreven door sociale wetenschappers.