De ‘rode ambassadeur’ die vele revoluties meemaakte

Coen Stork (1928-2017)

Oud-ambassadeur Coen Stork is overleden na een leven lang op de eerste rang bij het wereldgebeuren. Correspondent Bram Vermeulen maakte hem van dichtbij mee.

Coen Stork in 1993 toen hij als waarnemer bij de verkiezingen in Cambodja aanwezig was. Foto Ruud Hoff

Er trokken vele revoluties en revolutionairen voorbij aan het rijke leven van de maandag overleden oud-ambassadeur Coen Stork. Maar ik herinner me hem het liefst staand aan het raam van zijn huis dat uitkijkt over de Amstel en de Blauwbrug in Amsterdam. Beneden op straat vechten fietsers, taxi’s en trams om ruimte. Coen houdt zijn ogen strak gericht op de vaart en pakt de verrekijker erbij. „Moet je nou eens kijken hoe die zwanen tussen die grote boten doorzwemmen. Dat vind ik zo knap hoe ze dat doen.” Alsof hij hetzelfde tafereel niet al honderd keer aan zijn raam voorbij had zien trekken. Zo was Coen Stork (89), tot het laatst verbaasd en geïnteresseerd in werkelijk alles wat de wereld te bieden had.Dat huis aan de Amstel was de schatkamer van Storks brede interesses. Zijn verzameling boeken was zo uitgebreid dat zijn huis onder het gewicht dreigde te verzakken. Hij kende ieder exemplaar, het jaar van de druk, de uitgever. Op aanraden van een bezorgde architect begon hij een aantal jaren geleden tandenknarsend met het weggeven van een aantal indrukwekkende verzamelingen. Om later op de boekenmarkt toch weer een paar doosjes bij te kopen. In het souterrain hield hij een verzameling knipsels bij uit alle grote Nederlandse, Duitse, Franse en Amerikaanse kranten en tijdschriften. Hij begon in de Tweede Wereldoorlog met knippen, vertelde hij, gebogen over zijn werktafel vol papier. Op aanraden van zijn vader, die hem op het hart had gedrukt de ontwikkelingen in de oorlogsjaren nauwgezet te volgen. Coen hield nooit meer op met knippen.

Aanwezig bij Mandela-proces

Zijn vader kwam uit het beroemde Twentse geslacht van Stork industriëlen. Zijn moeder was de dochter van kunstschilder Floris Arntzenius, die behoorde tot de jonge garde van de Haagse School. Coen deelde haar liefde voor de kunst en bracht die met enthousiasme over op iedereen in zijn omgeving. Nadat hij het diplomatenklasje had gevolgd en een eerste klus had gedaan in Bagdad, werd hij begin jaren zestig uitgestuurd naar de Nederlandse ambassade in Pretoria. De toenmalige ambassadeur was nog op de hand van het witte apartheidsregime. Maar de jonge Stork stond erop aanwezig te kunnen zijn bij alle zittingen van het Rivonia-proces tegen Nelson Mandela en andere leden van het verboden ANC. Stork was een van de weinige Westerse diplomaten die consequent kwam opdagen bij die zittingen. Mandela dankte hem hier later voor in een persoonlijke brief aan Stork, die nog steeds in zijn keuken in het huis aan de Amstel hangt.

Op de ambassade in Buenos Aires onderhield hij warme banden met dissidenten, ook al was dat opnieuw tegen de zin van zijn superieuren. Na posten in Hanoi, Parijs, Madrid, Helsinki en Londen werd hij benoemd tot ambassadeur in Havana van 1982 tot 1987. Zijn kinderen werden vrienden met de kleine halfbroers en het halfzusje van Che Guevara.

Zijn meest memorabele rol speelde hij als ambassadeur in Boekarest tijdens de Roemeense revolutie tegen Nicolae Ceausescu. Zijn residentie was een ontmoetingsplaats voor dissidenten. Omdat buitenlandse journalisten niet welkom waren, deed Stork in december 1989 verslag voor televisie- en radiozenders van de val van Ceausescu. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Hans van den Broek (CDA), was ontstemd over die glansrol van Stork, die hij liever zelf had gespeeld. Maar voor Coen Stork was rechtvaardigheid een belangrijkere drijfveer dan ambitie, ook al ging dat ten koste van zijn carrière bij het ministerie. Hij dankte er zijn bijnaam aan, de Rode Ambassadeur. In 2012 publiceerde hij zijn memoires dan ook onder de titel De rode ambassadeur.

Jaren na de periode-Ceausescu kreeg Stork het dossier onder ogen van de Roemeense geheime dienst, die hem en zijn familie jarenlang bleken te hebben bespioneerd, onder meer met hulp van de pianoleraar van zijn zoon Daniel.

Mensenrechten

Ook na zijn diplomatieke carrière bleef Stork betrokken bij de landen waarin hij had gewerkt. Hij was initiatiefnemer van Roemeens Instituut voor Recente Geschiedenis (IRIR). Hij was bestuursvoorzitter van het Nederlands Instituut Zuidelijk Afrika en hij was tot 2009 lid van het Nederlandse Helsinki Comité, een mensenrechtenorganisatie. Die betrokkenheid hield hem jong. Hij bleef tot het laatste moment reizen, naar Zuid-Afrika en naar de standplaatsen van zijn zoon in Turkije en Frankrijk. Toen eerder dit jaar darmkanker werd geconstateerd was hij zeer verontwaardigd. „Waarom gebeurt mij dit”, vroeg hij zijn vrouw Ellen. Het leven van Coen Stork was nog te vol om zomaar te eindigen. Maandag overleed hij in zijn bed aan het raam met zijn geliefde uitzicht over de Amstel.

Correctie (24 oktober 2017): de kinderen van Coen Stork werden vrienden met de halfbroers en het halfzusje van Che Guevara, niet met de kinderen van Che Guevara zoals hier eerder stond.