De eerste ruzie van de beoogd ministers

Constituerend beraad

„Een potje landje- en budgetveroveren”. Bij het constituerend beraad van woensdag geldt: de eerste klap is een daalder waard.

Formateur Rutte ontvangt kandidaat-minister van het CDA Ank Bijleveld. Foto ANP.

Het kán nog altijd misgaan als de kandidaat-ministers van het derde kabinet-Rutte woensdag bijeenkomen in hun zogeheten constituerend beraad. Met de nadruk op kán. In dat geval is de formatie alsnog mislukt.

Het constituerend beraad is de eerste keer dat de kandidaat-ministers elkaar gezamenlijk treffen. Een formele status heeft de vergadering niet. De bijeenkomst is vooral bedoeld om procedurele afspraken te maken over de precieze beleidsterreinen van iedereen en die van de staatssecretarissen.

De eerste klap is een daalder waard. Wie zijn zaken niet direct goed regelt, kan daar de rest van de kabinetsperiode last van hebben. Op Rutte na is iedereen nieuw als minister. Dat geeft die eerste vergadering een extra dynamiek, bepalend voor de toekomstige interne pikorde. Wie praat er veel, wie zwijgt?

Natuurlijk kan er ook nog plotseling iemand gaan dwarsliggen. Mis liep het bijvoorbeeld in 1926, toen de liberaal Joseph Limburg klaar dacht te zijn met de vorming van een kabinet toen tijdens het constituerend beraad bij hem thuis plotseling twee protestantse kandidaat-ministers afhaakten omdat ze het niet eens waren over de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging bij het Vaticaan. Limburg moest zijn formatieopdracht teruggeven.

Lees ook: Rutte moet zichzelf weer heruitvinden, ons stuk over de premier die zijn derde kabinet gaat leiden.

Net niet mis ging het in 1981. Na een trage formatie hadden CDA, PvdA en D66 elkaar eindelijk gevonden. De kandidaat-ministers overleefden het constituerend beraad, maar bij het opstellen van de regeringsverklaring in de weken daarna bleek het regeerakkoord los zand. Voordat het kabinet zich aan de Tweede Kamer kon presenteren had het dan ook al weer zijn ontslag aangeboden.

Woensdag moeten nog de nodige explosieve zaken besproken worden voordat de kandidaten zich donderdag naar paleis Noordeinde begeven voor hun beëdiging. De departementen zijn nu volop bezig met „een potje landje- en budgetveroveren’’, zoals een directeur-generaal ooit aan kandidaat-minister Ella Vogelaar (PvdA) schreef toen zij zich opmaakte voor het constituerend beraad.

De strijd zal zich uiten in de wensenlijstjes opgesteld door de ambtelijke leiding van hun toekomstige departement die de kandidaat-ministers woensdag bij zich hebben.

‘Meer van belang voor ambtenaren dan voor politiek’

„Het gaat om rafels. Meer van belang voor de ambtenaren dan voor de politiek”, zegt Roel Bekker, jarenlang secretaris-generaal in Den Haag en later bijzonder hoogleraar. Hij bedoelt ‘niet spectaculair voor de buitenwereld’. Maar het gaat wel om zaken met verstrekkende gevolgen voor de bureaucratie. Het nieuwe kabinet telt meer ministers dan de twee voorgaande kabinetten. Er moeten dus taken worden herverdeeld en budgetten worden vastgesteld.

„Zeker voor de ministers zonder portefeuille is het goed om over een eigen budget te kunnen beschikken”, meent Bekker. Het beraad is hun eerste gelegenheid om daarover afspraken te maken. „Met meer ministers zijn er ook meer kapers op de kust.”

Belangrijk is volgens Bekker dat je als secretaris-generaal ‘jouw’ minister niet „op een mission impossible stuurt”, want dat is niet goed voor het zelfvertrouwen van de aanstaande bewindspersoon. Bekker: „Je moet hem een haalbare kaart meegeven”. De meeste wensen die extra geld kosten zullen overigens niet worden gehonoreerd, verwacht hij. „Daar zal de minister-president korte metten mee maken.”

Dit was ook de ervaring van Gerrit Zalm (VVD) toen hij in 1994 als beoogd minister van Financiën voor het kabinet-Kok de constituerende vergadering bijwoonde. In zijn boek De romantische boekhouder beschrijft hij die bijeenkomst. „Wim Kok leidt de vergadering geroutineerd. Hij weet uit ervaring dat allerlei ministers door de eigen organisatie worden opgestookt om nu nog wat binnen te halen of voorbehouden te maken. Dat mislukt allemaal.”

Het enige concrete resultaat van het constituerend beraad dat ‘heavy user’ Zalm kon noteren, was een besluit over het rookregime in de nieuwe ministerraad. Er mocht tijdens de vergaderingen van het kabinet worden gerookt, maar met mate.

Dat was 1994. De sindsdien ingevoerde wetgeving geldt ook voor de ministerraad: binnen roken is strikt taboe. Daar kan zelfs het constituerend beraad niets aan veranderen.