Recensie

Beethoven op stoffen, vilten en perkamenten dempers

De fortepiano, de voorloper van de moderne vleugel, maakte rond 1800 een razendsnelle ontwikkeling door. Koren op de molen van Ludwig van Beethoven, die de mogelijkheden van het instrument tot het uiterste verkende in zijn onstuimige pianopoëzie.

Het verklaart de voorliefde van de Russische fortepianiste Olga Pasjtsjenko (cum laude afgestudeerd aan het Conservatorium van Amsterdam) die ook haar derde album aan Beethoven wijdt. In haar temperamentvolle vertolking van de sonates 21, 23, en 26 speelt ze op een Graf-piano uit 1824, die maar liefst vijf pedalen heeft en met stoffen, vilten en perkamenten dempers over een regenboog aan kleuren beschikt.

Zo zou je in het langzame deel van de Waldstein-sonate zweren dat je een barokluit hoort. Aan het eind van de finale vermoed je een harp of cimbalom. De sonate Appassionata is van nature al grillige kost, maar komt onder Pasjtsjenko’s handen in aanmerking voor een stevige borderlinediagnose.