Albumoverzicht: Heerlijke tijden voor grenzenloze muziek

De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week, met onder andere Témé Tan, St. Vincent en Quatuor Arod.

  • ●●●●

    Témé Tan: Témé Tan

    Témé TanWereld: Wat zijn het toch heerlijke tijden voor grenzenloze muzikanten, en daarmee voor luisteraars. Témé Tan groeide op in Congo en België, werd verliefd op Braziliaanse tropicalia en kreeg zijn naam van vrienden met wie hij diep in de Japanse elektronische popscene dook. Zijn debuut klinkt al even veelzijdig als consistent. Niks geen traditionele folk van welk continent dan ook. En niks geen of automatische piloot-pop. Témé Tan vervaardigt uit zijn achtergronden en interesses een album dat niemand anders zou kunnen maken. Een recensentenreflex om de genres toch te willen benoemen: af en toe een Congolese rumbagitaar en elektronisch vervormde duimpiano”s, zijn zangstem zou niet misstaan in een indiebandje, een geluid dat hij mixt met dance en hiphop. Maar die termen betekenen niets, want naarmate muzikanten grenzen slechten, wordt de muziek almaar persoonlijker. Dit album is van Témé Tan, voor de wereld.

  • ●●●●

    St. Vincent: Masseduction

    St. VincentPop: De Amerikaanse Annie Clark, alias St.Vincent, vliegt soms gierend uit de bocht, maar in het geval van St.Vincent gebeurt dat bewust - en niet uit onvermogen. Want St.Vincent houdt van de afwisseling tussen overvolle uitspattingen en plotselinge ijlheid. De volle fragmenten, waarin hectische gitaarpatroontjes en schelle keyboards in elkaar werden gevlochten, kunnen irriteren. Maar zodra ze worden opgevolgd door een ontspannen episode, is alles vergeven. Waarschijnlijk voert Clark ze de druk expres op, zodat de attractie van het kalme, met pedal steel omkleedde ‘Happy Birthday, Johnny’ of het funky intro van ‘Savior’ des te meer frappeert. Ook de melodieën op Masseduction, haar vijfde album, klinken vol, maar kregen alle - afgezien van het kinderlijke ‘Pills’ - een elegante ontknoping. Hoogtepunt is ‘New York’, een wonderschone ballade - over liefdesverdriet - die sober begint en uitmondt in een elegisch koorzang, in een verrassend gejaagd tempo.

    Hester Carvalho

  • ●●●●

    Ralph van Raat: Erik Lotichius: Anaitalrax

    Ralph van RaatKlassiek: Erik Lotichius (1929-2015) componeerde zijn leven lang tegen de stroom in. Van zijn modernistische tijdgenoten moest hij niets hebben, en omgekeerd vond de naoorlogse smaakpolitie Lotichius’ tonale muziek op z’n best achterhaald. Maar tegenwoordig is dat idioom weer helemaal actueel. Pianist Ralph van Raat heeft nu Lotichius’ 25-delige pianocyclus Anaitalrax (1983-2013) vastgelegd op een fijne dubbel-cd. Die gekke titel is gewoon ‘Scarlat(t)iana’ achterstevoren. En de muziek (die meer met Ravel en Chopin dan met Scarlatti te maken heeft) is geen slappe pianokitsch, maar klinkt fris en eigen, waarbij Lotichius behalve door klassiek en romantisch pianorepertoire ook beïnvloed is door blues, ragtime en minimal music. De 25 stukken, geweldig strak en kleurrijk gespeeld door Van Raat, vallen op door hun helderheid, catchy melodieën, kruidige chromatiek, en bovenal door hun gedreven ritmiek. Welluidend snorrende motortjes zijn het. Anaitalrax ligt makkelijk in het gehoor, maar herbergt een beklijvende veelzijdigheid en diepgang. Joep Stapel

  • ●●●●

    Olga Pasjtsjenko: Beethoven: Appassionata, Les Adieux, Waldstein

    Olga PasjtsjenkoKlassiek: De fortepiano, de voorloper van de moderne vleugel, maakte rond 1800 een razendsnelle ontwikkeling door. Koren op de molen van Ludwig van Beethoven, die de mogelijkheden van het instrument tot het uiterste verkende in zijn onstuimige pianopoëzie.

    Het verklaart de voorliefde van de Russische fortepianiste Olga Pasjtsjenko (cum laude afgestudeerd aan het Conservatorium van Amsterdam) die ook haar derde cd album aan Beethoven wijdt. In haar temperamentvolle vertolking van de sonates 21, 23, en 26 speelt ze op een Graf-piano uit 1824, die maar liefst vijf pedalen heeft en met stoffen, vilten en perkamenten dempers over een regenboog aan kleuren beschikt.

    Zo zou je in het langzame deel van de Waldstein-sonate zweren dat je een barokluit hoort. Aan het eind van de finale vermoed je een harp of cimbalom. De sonate Appassionata is van nature al grillige kost, maar komt onder Pasjtsjenko’s handen in aanmerking voor een stevige borderlinediagnose. Joep Christenhusz

  • ●●●●

    Quatuor Arod: Mendelssohn

    Quatuor ArodKlassiek: In de strijkkwartetten van Felix Mendelssohn - behalve het laatste - klinkt vaak een onverwoestbaar optimisme door. Maar niet bij het Franse Quatuor Arod. Deze jonge musici schetsen het beeld van een zoektocht naar identiteit. Hun aanpak is gespeend van de onbezorgde, maar soms wat oppervlakkige toon, die Mendelssohn aankleeft. Misschien ligt dat aan de krachtsverhoudingen. Binnen de meeste kwartetten voert de eerste viool het hoogste woord, en volgt de rest. Quatuor Arod bouwt zijn klank vanaf de andere kant van het spectrum op. Hier regeert de cello, met zijn diepe stem en zijn ritmische ademhaling. De primarius zingt niet zozeer boven hem uit, maar stelt hem vragen. Dat fascinerende spel ontvouwde zich zichtbaar bij het concert van Quatuor Arod tijdens het Kamermuziekfestival op Schiermonnikoog. Wie zich daardoor wil laten betoveren, kan het kwartet deze week nog zien in Utrecht en Haarlem. Joost Galema